Retro: Van der Lof/Buurman boeken historische winst op Goodwood Revival

Alexander van der Lof en Yelmer Buurman zijn er in hun Ferrari 250 GT SWB in geslaagd om eindelijk weer eens een Nederlands duo als winnaars over de streep te laten in een van de belangrijkste races van de Goodwood Revival. Nadat David Hart (met Giedo van der Garde in 2014 en zoon Olivier in 2018) twee keer de RAC TT Celebration voor pre-66 GT’s op zijn naam schreef, wisten Van der Lof en Buurman vrijdagavond de Stirling Moss Memorial Trophy voor pre-63 GT’s op hun naam te schrijven.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Bob van der Wolf
De zege van het Nederlandse vader-en-schoonzoon-duo kwam eigenlijk nooit in gevaar. Met een voortreffelijke start pakte Van der Lof vanaf de eerste rij meteen de kop, om die vervolgens niet meer af te staan. Na de rijderswissel stuurde Buurman de Ferrari beheerst naar de overwinning, met acht seconden voor op de speciale Lotus Elite LX van Michael Gans/Horatio Fitz-Simon, die in handen van Gans in het eerste deel naar voren was gereden, ten koste van de E-type van Chris Harris/Richard Kent.

Verderop in het veld reden Karsten Le Blanc en Christiaen van Lanschot naar een prima 20e plaats in hun getrouwde Austin Healey 3000 ‘DD300’. Daarmee zat hun Revival er alweer op, zodat Le Blanc in een demonstratie van pure evenementenefficiency op zaterdag en zondag alweer alpenpassen kon aanvallen.
Kort daarvoor was de eerste race van het weekend al verreden: het eerste deel van de St. Mary’s Trophy voor toerwagens uit de jaren zestig. Die leverde dit keer minder spektakel op dan anders, ook tijdens het tweede deel op zondag. Aan kop althans, want de Ford Galaxie 500 van Bill Shepherd was twee keer veruit de snelste, op vrijdag in handen van Romain Dumas, op zondag bestuurd door Fred Shepherd. De Lotus Cortina’s van Tom Ingram/Nick Sampson en Jenson Button/Richard Williams restten de kruimels.
Op zaterdagochtend beten de Formule Juniors zoals gewoonlijk de spits af. Ook hier was de spanning aan kop ver te zoeken, want Stuart Roach reed in zijn Alexis-Ford Mk3 het veld op meer dan een minuut. Des te fraaier was het duel om de tweede plaats tussen Andrew Hibberd en Nic Carlton-Smith in twee Lotus-Ford 20s en Joe Colasacco in een nog niet eerder in dit decor geziene RAM Formula Junior. Hibberd werd nipt voor Colasacco tweede.
In de Brooklands Trophy voor vooroorlogse sportauto’s trok het duel om de winst tussen twee Alfa 8C-2300’s alle aandacht: uiteindelijk wist Patrick Blakeney-Edwards met een halve seconde Roderick Jack te verslaan. Robert Beebee deed lange tijd mee in zijn Frazer Nash TT Replica, maar moest de twee Monza’s uiteindelijk laten gaan. In dit veld was ook Ivo Noteboom van de partij: zijn Aston Martin Ulster eindigde als 18e.
Een relatief mager bezette Lavant Cup voor Ferrari- en Maserati-sportauto’s uit de jaren vijftig draaide uit op een overwinning voor Richard Wilson. Zijn Maserati 250S reed zo’n acht seconden weg van het vermakelijke duel om de tweede plaats tussen de Ferrari 500 Testa Rossa Competizione van James Cottingham en de Ferrari 250 MM van Frank Stippler. Alexander van der Lof had ook hier hoge ogen kunnen gooien, maar de Twent moest zijn 250 Monza al in de openingsronde parkeren.
De Goodwood Trophy voor GP-auto’s en voiturettes tot 1951 werd traditiegetrouw een ERA-feest: de eerste vijf plaatsen gingen uiteindelijk naar het Britse voiturettemerk, dat het in de historische autosport altijd aanzienlijk beter doet dan destijds. De A-type (R3A) van Mark Gillies schreef nog maar eens een succes bij door de B-type (R11B) van David Morris van zich af te houden. Nog een B-type (R1B), die van Michael Gans, werd op grotere afstand derde. Het publiek liep helaas de start van Rob Hall in de BRM Type 15 met V16-motor mis.
Het venijn in de Richmond & Gordon Trophies voor GP-auto’s tot 1960 zat pas ná de staart, al was de wedstrijd het aanzien ook bijzonder waard. De Cooper-Climax T53 van Will Nuthall en de Lotus-Climax 16 streden rondenlang om de leiding, maar kregen halverwege de race gezelschap van Tom Waterfield, die vanuit het achterveld naar voren was gereden in zijn T53. Uiteindelijk pakte Waterfield de winst, maar zijn auto bleek na afloop onreglementair en werd uit de uitslag gehaald. Zo won Nuthall de race alsnog, gevolgd door Griffiths en Mark Shaw in de Scarab-Offenhauser. Nuthall en Griffiths verdeelden ook de Richmond- en Gordon-bokalen voor auto’s met respectievelijk middenmotor en de motor vóór de coureur.
De dag werd afgesloten met de Sussex Trophy, de race voor sportwagens uit de tweede helft van de jaren vijftig die jarenlang de afsluiter van het evenement was. Er kwam iets anders speciaals voor in de plaats, want de race werd verlengd naar 45 minuten en kreeg er een rijderswissel bij. De Lotus 15 van Bonamy Grimes en Johnny Mowlem bleek niet te stuiten, want het tweetal voerde de wedstrijd van start tot finish aan. Ze eindigden met ruime voorsprong op Saif Assam/Gordon Shedden (Lister-Jaguar ‘Knobbly’) en Nick Jarvis/Scott Malvern (Lister-Chevrolet ‘Costin’). Nederland werd vertegenwoordigd door Hans Hugenholtz, die zijn ongebroken Revival-reeks blijft verlengen, maar samen met Christophe Bouchut kon hij in de Lister-Jaguar ‘Costin’ niet hoger reiken dan de 18e plaats.

De zaterdag had net als de vrijdag onder een wolkendek gelegen, met de voortdurende dreiging van regen, maar de afsluitende zondag werd een stralende dag, ook voor de themademonstraties. Die draaiden deze keer om Sir Jack Brabham en Maserati, terwijl ook de 1-2-3 van Ford op Le Mans in 1966 werd gevierd met de drie originele GT40’s van toen.
De echte actie kwam op zondag op gang met de Freddie March Memorial Trophy voor sportwagens van midden jaren vijftig. Jenson Button nam daarin aanvankelijk het voortouw in zijn Jaguar C-type, maar moest de overwinning laten aan Chris Ward in nog zo’n exemplaar. Ward nam uiteindelijk 17 seconden voorsprong op Theo Hunt in een HWM-Jaguar. Die had op zijn beurt acht seconden over op de bizarre Ford Thunderbird ‘Battlebird’ van Bill Shepherd.
Rond het middaguur ging de Whitsun Trophy voor ‘big banger’-sportscars van start, met ook hier een enigszins bescheiden veld. Net als in vorige races stond er geen maat op de winnaar: James Davison reed in zijn McLaren-Chevrolet M1B naar een minuut voorsprong op Lola-Chevrolet T70 Spyders van Alex Brundle en Harvey Stanley. Die laatste kreeg de derde plaats in de schoot geworpen na een diskwalificatie voor de M1B van John Spiers, die zelf weer de derde stek had geërfd na het voortijdige afscheid van de T70 van Stuart Hall.
Zo werden de thrillers van het weekend tot het laatst bewaard. De Glover Trophy voor GP-auto’s tot 1966 was een waar spektakel, vooral dankzij Lukas Halusa, die in de Brabham-Climax BT7 van pole mocht vertrekken, maar daarna diverse keren door overenthousiasme terrein verloor en moest terugvechten om Stuart Hall in de Lotus-Climax 21 bij te halen. Uiteindelijk moest Halusa na 18 ronden opgeven, na weer een excursie naast de baan, zodat Hall de strijd moest aanbinden met Joe Colasacco in de Ferrari 1512. De Amerikaan bleek de lachende derde, want met zijn hogere topsnelheid had hij genoeg in huis om Hall van zich af te houden. Ook Ben Mitchell vocht in eerste instantie mee om de podiumplaatsen, maar zijn Cooper-Climax T56 gaf na vijf ronden de geest. Zo ging de derde plaats op grote afstand naar de Lotus-Climax 25 van Nick Fennell.
Het hoogtepunt van elk Goodwood-weekend, de RAC TT Celebration, was deze keer voor het eerst als slotstuk geprogrammeerd. De deelnemers maakten de gespannen afwachting helemaal waar. In een race van een uur ging het uiteindelijk om een seconde. De TVR Griffith van Mike Whitaker/Dario Franchitti voerde de openingshelft aan, maar werd teruggeworpen door een trage pitstop. Ook de AC Cobra van Jack Tetley/Tom Ingram raakte al in de openingsfase buiten beeld door een schuiver van Tetley. Zo kon Ingram geen derde TT-zege op rij boeken. Zo kreeg de stug doorgereden Cobra van Matt Holme/Andrew Jordan de leiding in handen, maar die kon het tempo van de Jaguar E-type lowdrag lightweight van Lukas Halusa/André Lotterer niet evenaren. Nadat Halusa de kop in zicht had gehouden, knabbelde de Duitser ronde na ronde tienden van de voorsprong van Jordan af. De spanning was extra te snijden omdat de Jaguar drie seconden tijdstraf had gekregen voor een valse start. Hoewel het verkeer nog roet in het eten leek te gooien, wist Lotterer aan het slot een voorsprong van vier seconden op te bouwen en zo de winst mee te nemen naar Duitsland en Oostenrijk.
Later deze week een uitgebreide Groeten uit Goodwood van onze fotografen Bob van der Wolf en Erik van der Schaaff.