CPZ zet geld op V8STAR

Het DTCC is op sterven na dood, lang leve het DTCC. Het Circuit Park Zandvoort - en dan met name promotiedochter ProRace - hoopt volgend seizoen het nationale toerwagenkampioenschap uit te kunnen breiden met een veld van 12 V8STAR-auto's zoals die ook in het Duitse kampioenschap uitkomen.
Tekst: Hans van der Klis
Foto's: Boudewijn Pieters en PR

"Wij zijn een aantal jaren bezig geweest om het huidige DTCC te pushen, maar het is niet geworden wat wij ervan verwachtten", zegt circuitdirecteur Hans Ernst. "Wij hoopten op velden van 20, 25 auto's, maar dat aantal hebben wij nooit gehaald. Het DTCC kost ons op dit moment 250 duizend gulden per jaar en dat is te veel." Daarom heeft het Circuit Park Zandvoort besloten een nieuwe weg in te slaan en de V8STAR naar Nederland te halen.

Een prachtige klasse, volgens Hans Ernst, met mooie auto's: "Gelijk, snel en spectaculair. Of het haalbaar is, moeten we afwachten. We hopen begin november duidelijkheid te kunnen hebben. Als we kunnen rekenen op een startveld van ongeveer twaalf auto's, gaan we ermee door." Ernst vertrekt binnenkort naar Duitsland, waar hij hoopt iets meer duidelijkheid te krijgen over de mogelijkheid ook tweedehands auto's naar Nederland te halen.

Weliswaar betekent dit nog niet het einde van het DTCC, maar Ernst laat er geen misverstand over bestaan dat het kampioenschap in de huidige vorm wat hem betreft geen toekomst meer heeft. "Wij trekken de stekker er weliswaar nog niet uit, maar wij hebben geen zin de energierekening nog te betalen. Als ons plan met de V8STAR lukt, zullen wij het DTCC niet meer actief promoten. En ik heb het volste vertrouwen dat we dit van de grond kunnen krijgen. De mensen willen graag hard, snel en dik. En met de 500 pk van de V8STAR-auto's wordt daarin voorzien."

Uiteindelijk is het echter aan de coureurs en teams of de klasse een kans krijgt in Nederland. NAV-voorzitter Wout van Rheenen houdt zich op de vlakte. Hij is 'altijd blij met een nieuwe klasse', maar hij zegt nog te weinig te weten van de V8STAR. Hij zou het liefste beide klassen naast elkaar zien rijden. De NAV verkeert natuurlijk ook in een moeilijke positie; als er een streep door het huidige DTCC wordt gezet, zijn een aantal auto's natuurlijk onverkoopbaar. En daar zullen verschillende teams en coureurs niet blij mee zijn.

"Als we deze twee klassen naast elkaar kunnen laten bestaan, hebben we volgend jaar een schitterend programma." Maar of dat een realistisch beeld is, vraagt zelfs Hans Ernst zich af. De positie van DTCC-sponsor Vodafone is vooralsnog een vraagteken. In het bestaande contract, dat eind dit jaar afloopt, was een boeteclausule opgenomen voor het geval dat er te weinig auto's aan de start zouden staan bij de races. Vodafone heeft die korting inderdaad toegepast, waardoor de verhouding tussen het circuit en Vodafone niet meer helemaal optimaal lijkt. Ernst heeft weinig hoop op een verlenging van het contract.

De V8STAR is een van oorsprong Duitse klasse, met auto's die alleen qua silhouet verschillen; onderhuids zijn de auto's exact gelijk. De V8-motoren met inhoud van 5,7 liter leveren 450 tot 495 pk en komen uit Amerika, waar ze geprepareerd worden door de uit de Nascar bekende tuner Roush. De coureurs hebben de keuze uit verschillende body's, zoals bijvoorbeeld de Passat, de Jaguar, de Mondeo en de Lexus. Maar de herkenbaarheid is vooral voor het publiek bedoeld; met tests in de windtunnel is de luchtweerstand van alle body's zoveel mogelijk gelijk getrokken.

In Duitsland rijden erkende sterren als Johnny Cecotto, Ellen Lohr, Kurt Thiim en oud-Van Amersfoort-coureur Thomas Mutsch met het kampioenschap mee. Aanschafkosten van de auto zouden rond de 100 duizend euro liggen, maar de running costs zouden belangrijk lager zijn omdat men de auto niet zelf mag (of hoeft) door te ontwikkelen.
