F1 Academy: Nina Gademan: “Mijn doel is Formule 3”

Na een lang en kronkelig carrièrepad zit Nina Gademan eindelijk op het goede spoor op weg naar het doel dat ze zichzelf heeft gesteld: de Formule 3 bereiken. Haar prominente aanwezigheid op de F1 Academy-grid maakt dat voor haar mogelijk. Ze zit nu in haar tweede seizoen, deze keer bij MP Motorsport, een team dat overal ter wereld actief is, maar met een teambaas die net zo Nederlands is als zijzelf. Binnenkort wacht haar thuiswedstrijd op Zandvoort, het circuit waarop ze twee jaar geleden haar internationale doorbraak beleefde. AUTOSPORT.NL praatte bij met de Alpine-junior tijdens Jack’s Casino Racing Day op Assen.
Tekst en foto’s: Mattijs Diepraam
Aanvullende foto’s: F1 Academy/Parc Fermé Co.
Nina Gademan is op Assen voor een reeks handtekeningensessies op een van de grootste autosportevenementen van Nederland. Ook haar teamgenoot Esmee Kosterman is van de partij, net als de F1 Academy-auto’s van de twee. Voor het grote podium in de paddock staan de fans rijen dik te wachten op hun moment in de meet-and-greet met de vele Nederlandse racesterren die van de partij zijn – van Jan Lammers en Tom Coronel tot Nina Gademans mede-MP-rijder Rocco Coronel en oud-MP-coureurs als Richard Verschoor en Jarno Opmeer. Tussen twee drukke sessies door spreken we Gademan in de stilte van de MP-trailer op de paddock. Om te beginnen laten we haar terugblikken op dat prille begin, het moment dat het racevirus begon te kriebelen.

Dat begin kwam al héél vroeg, vertelt ze, want ze was nog een baby toen haar ouders haar al meenamen naar de kartbaan van Emmen, voorheen bekend als Kartcircuit Pottendijk. “Zij hadden samen een kart, waarmee ze gewoon rondjes gingen rijden. En dan weer naar huis. Echt voor de lol, geen races, al heeft mijn vader nog wel een paar wedstrijden gedaan. Ik heb nog videobeelden van de keren dat ik als éénjarig kind om die kart aan het kruipen was. Het is dus letterlijk met de paplepel ingegoten. Ik wilde al karten toen ik nog maar net kon praten. Toen ik vijf werd, vonden mijn ouders me eindelijk oud genoeg. Ik kreeg de helm van mijn moeder op, daar is ook nog een video van. Mijn vader had een touw vastgemaakt achter de kart, anders was ik er natuurlijk volgas vandoor gegaan! Nee, Nina, eerst leren gasgeven en remmen, en dan om die twee pionnen heen sturen. Van mijn jeugd kan ik me verder niet veel herinneren, maar ik weet dat ik dat karten héél erg leuk vond.”
Gauw werd duidelijk dat de kleine Nina wat in haar mars had, dus de eerste clubwedstrijdjes lagen om de hoek. “Dat ging hartstikke goed, dus we gingen door naar NK-wedstrijden. Met een oude kart, want we hadden geen geld voor een nieuwe. Mijn vader was mijn monteur. Toch kon ik altijd goed meekomen in het oude spul. Vanaf ongeveer mijn 12e jaar kwam bij mij zelfs het idee op hoe leuk het zou zijn om hier mijn werk van te maken. Maar ja, als je als gezin niet eens een nieuwe kart kunt betalen, ga je niet ver komen. Eén keer heb ik dankzij een sponsor aan een WK kunnen meedoen, dat was zo ongeveer het hoogtepunt van mijn kartcarrière. Zo gaat het vaker met meisjes in de karts.”

Gademan zette vervolgens haar eerste stappen in de autosport, maar ook daar was budget de belangrijkste beperkende factor. “Ik heb twee jaar in de Citroën C1 Cup geracet”, vertelt ze. “Het enige dat voor ons betaalbaar was. Mijn vader was erg handig met auto’s, dus die sleutelde voor me. Dat scheelde weer een monteur. Bij de C1’s reed ik al gauw vooraan mee, totdat ik tweede werd in het kampioenschap. Noem het een ego-dingetje, maar als je dat eenmaal hebt gepresteerd, ga je niet nóg een jaar doen. Een stap hoger zetten kon niet, want op dat niveau sponsors vinden was gewoon niet te doen.”
Tot overmaat van ramp gingen haar ouders scheiden. “Daardoor ging al het geld helemaal door de put. De enige reden waarom ik in die jaren af en toe kon racen, was omdat ik naast mijn studie drie baantjes had. Het laatste schooljaar hoefde ik bijna niet meer naar school, dus toen heb ik alleen maar gewerkt. Avonddiensten erbij, alleen maar door. En dan wekenlang sparen, sparen, sparen, want als 18-jarige verdien je niet veel per uur. Eens in de drie maanden werd mijn spaarpot geleegd om een wedstrijd te doen. Met dank aan Cor Euser. Die heeft me heel erg gematst. We reden samen in de DNRT. Eén keer hebben we samen een wedstrijd gewonnen, zo’n winterwedstrijd op Zandvoort, superleuk.”

Toen verscheen ook de F1 Academy voor het eerst in beeld bij Gademan. Samen met Euser onderzocht ze wat ervoor nodig was om in aanmerking te komen voor de nieuwe formuleklasse voor jong vrouwelijk racetalent. Euser begeleidde in die periode wel meer jonge Nederlandse talenten, zoals Sacha van ’t Pad Bosch, die toen in de Spaanse Formule 4 begon, en Rik Koen, die nu in de ELMS een plek heeft gevonden. “Maar ja, ik was een onervaren rijdster die het geld niet heeft. Het is er niet van gekomen.”
Gademan zat op een dood spoor, zo bekent ze, maar ze ging niet bij de pakken neerzitten. “Ik miste het karten, ik miste het racen. Ik miste eigenlijk alles. Toen ben ik begonnen met social media. In de jaren ervoor had ik al een paar keer gedacht: ga ik dat een kans geven? Als ik heel veel volgers heb, heb ik misschien iets terug te geven aan sponsors. Dus dat ben ik toen gaan doen, als simracer op YouTube en Instagram en content creator voor F1 esports. Dat is zó ontploft dat ik in zes maanden tijd 300.000 Instagram-volgers had. Zo heb ik mijn management leren kennen, kon ik sponsors bij elkaar krijgen en kreeg ik budget om weer te gaan racen.”

Niet zomaar racen, want Gademan maakte haar comeback meteen in de Formule 4. “Dat was zeker een sprong in het diepe! In november 2023 ben ik pas met testen begonnen. Na een winterstop van twee maanden was de eerste race al in maart 2024. In het Brits F4, gewoon omdat dat het dichtstbijzijnde was. Mijn management heeft simpelweg een team benaderd met de vraag of ze ervoor openstonden. Dat was Fortec. We hebben toen nog even gekeken naar een Porsche bij GP Elite, maar mijn hart lag bij de formuleauto’s. Mijn doel was – en is – om de Formule 3 te bereiken, dus Formule 4 was de logische eerste stap.”
De sprong bleek inderdaad in het diepe, want Gademan bleek er nog niet klaar voor. “Ik had er twee jaar uit gelegen, ik vond het fysiek zwaar, ik kwam er niet lekker in. Dat was even slikken. Als je gewend bent om vooraan te rijden, is het even wennen om ineens achteraan te starten. In de loop van het seizoen heb ik flinke stappen moeten zetten om naar het middenveld te komen. Maar dat is gelukt en dat voelde heel fijn.”

Het harde werk opende de deur naar haar grote kans: dat ene wildcard-optreden in het F1 Academy-weekend op Zandvoort in 2024. “Net in het Britse F4-weekend daarvoor had ik op Zandvoort mijn beste race tot nu toe gereden. Van de 27 rijders werd ik 12e. F1 Academy kwam toen kijken om meiden te scouten. Voor hen was het één plus één: een Nederlandse als wildcard voor de twee Nederlandse races op Zandvoort! Het spannendste aan dat hele traject was het wachten totdat ik te horen kreeg dat ik het zou worden. Daarna was de spanning eraf en ging het eigenlijk heel makkelijk.”
Met twee fabelachtige optredens in de duinen gaf Gademan meteen haar visitekaartje af aan de F1 Academy. Ze ziet het nu ook als haar doorbraakweekend. “Zeker, want tot dat moment waren mijn resultaten nog niet je-van-het. Maar dat weekend kreeg ik de kans om te laten zien dat ik het kon. En dan ook nog in de klasse waar ik mijn toekomst in zag. Klopt, ik heb die kans zeker gegrepen, al moet ik zeggen dat het natte circuit me erg heeft geholpen. Want wat ik in de vrije trainingen nog heel moeilijk vond: niemand had me verteld hoe anders een baan aanvoelt als de Formule 1 er net heeft gereden. Echt 360 graden anders! Maar toen regende het in de kwalificatie en was alle extra grip weer weggespoeld. Daar had ik veel geluk mee. De races waren weer droog, maar toen had mijn engineer heel goed uitgelegd wat ik moest doen. Zo ben ik twee keer vierde geworden. In de eerste race nét het podium gemist, maar met die twee P4’s waren er ineens zó veel F1-teams die mij voor de F1 Academy van 2025 wilden tekenen. Na dat weekend wist ik zeker dat ik een stoeltje voor het jaar erop zou krijgen.”

In haar luxepositie koos ze uit vijf aanbiedingen voor die van Alpine. Met een duidelijke reden: “In F1 Academy draait natuurlijk veel om media en zichtbaarheid en alles daaromheen. Maar Alpine focust erg op mijn performance en laat me die honderden media-dingen vooral naast de weekenden doen. Daarnaast heb ik voor elk weekend een coach mee, die mij erg goed begeleidt. Mijn teamgenoten Alba en Esmee vinden het leuk om met z’n allen wat te gaan doen, maar ik ben meer op mezelf in de weekenden. Ik loop ook niet zo gauw de hele paddock af om met iedereen te kletsen. Het raceweekend is focus voor mij.”
In haar eerste jaar werd ze ondergebracht bij Prema, dit seizoen rijdt ze bij MP Motorsport. Ziet ze verschillen? “Elk team is anders. Geen enkel team is slecht, maar de koppen moeten wel allemaal in dezelfde richting wijzen. Daarom heb ik met Alpine bewust gekozen voor een switch naar MP. Dat team doet er 100% zijn best voor. Een slecht weekend kan gebeuren, maar dan gaat het om de manier waarop je daar bovenop komt. Bij MP merk ik daar een heel goede aanpak in. Wouter Blokhuis is bovendien een fijne teambaas, ik kan met elke vraag bij hem terecht. Dat het een Nederlands team is, is een leuk extraatje, maar ik wil gewoon voor het team rijden dat net zo hard wil winnen als ik! Het is natuurlijk leuk voor ze dat ze nu een Nederlandse rijdster hebben – twee zelfs, nu met Esmee erbij – maar mijn engineer is Spaans en de werktaal is Engels.”

Gademan kijkt terug op een goed verlopen eerste seizoenshelft, met een overwinning in de openingsrace op Shanghai als hoogtepunt. En dat terwijl ze in de winter nog kwakkelde met een vervelende blessure. “Ik heb me begin dit jaar laten opereren, maar in de tests voorafgaand aan het weekend in Shanghai kon ik mijn hand nog niet goed bewegen. Ik kon in bocht 7 gewoon niet goed insturen, dus we hebben maar een paar runs gedaan. Het raceweekend was pas een maand later, dus ik had op zichzelf voldoende hersteltijd. Maar ik had nog nauwelijks in de auto gezeten! En om dan toch meteen de eerste race te winnen… Ik moet wel zeggen: de comeback op Silverstone was eigenlijk nog mooier. In de kwalificatie had ik een foutje gemaakt in de tweede run, dus na afloop staken we de koppen bij elkaar: wat moet er veranderen? Daarna zijn we in de eerste race gelijk weer naar het podium gereden.”
Nu staat haar thuisweekend opnieuw voor de deur. Is er bij haar sprake van een thuisvoordeel? Want op grond van haar verbluffende wildcard-prestaties van twee jaar geleden zou je zeggen van wel. “Ha, ik denk oprecht dat er meiden zijn die méér rondjes op Zandvoort hebben gereden dan ik! Mensen denken dat ik die baan helemaal uit mijn hoofd ken omdat ik uit Nederland kom. Maar ik had er met Cor misschien vier keer op gereden, meer niet. Ik vind het wel een leuk circuit om te rijden, dat wel. Het heeft karakter, is anders dan andere circuits.” Speelt het psychologische thuisvoordeel dan wellicht een rol? “Nee, ook niet! Als dat vizier dichtgaat, dan maakt het mij geen bal uit wie daar op de tribune zit. Ik zie ze niet eens, zo gefocust ben ik dan. Maar als ik eenmaal uit de auto ben gestapt, zeker als ik heb gewonnen, dan is het geweldig dat er meteen allemaal mensen om je heen staan die voor je juichen en een handtekening willen. Wat is er dan leuker aan thuis winnen!”

Gademan zit inmiddels in haar tweede F1 Academy-seizoen, zo opperen we – “Ik wist dat deze vraag ging komen!” roept ze al voordat de vraag is gesteld. “Toevallig mag je vanaf nu ook drie jaar in de F1 Academy rijden, maar dat ga ik niet doen. Ik ben al wat ouder en mijn doel is de Formule 3. Als ik die wil halen, dan moet ik door. Het liefst zou ik volgend jaar in een van de tussenklassen rijden: FREC, Eurocup-3 of GB3. Dat betekent dat ik na de zomer serieus ga vechten om die tweede plaats in het kampioenschap, want dan heb ik het gevoel dat ik het echt heb verdiend.” En wil ze dan het liefst met MP verder? “Ja, dat denk ik wel. Ik heb vorig jaar al een keer een Eurocup-3-auto getest en die beviel me heel goed. Dit jaar hebben ze weliswaar een nieuwe auto, maar ook die gaat mij zeker bevallen. Het nadeel van de F4-auto’s in de F1 Academy is dat ze vóór geen verstelbaar camber hebben. Dat maakt de auto een beetje gevoelloos. Ik zou het heel fijn vinden om een auto te hebben waar je wat meer gevoel in kunt leggen.”
Om haar heen ziet ze dat voor de meeste F1 Academy-toppers een toekomst in de sportscars is weggelegd – we hoeven maar te kijken naar Jamie Chadwick en Doriane Pin. Ziet zij uiteindelijk die toekomst ook voor zichzelf? “Formule 3 is mijn doel. Maar ik sta ervoor open om daarna net als Richard Verschoor naar de LMP2 over te stappen of eerst LMP3 te gaan doen. Of Porsche Supercup, ook dat lijkt me geweldig.” Toch wil ze eerst een goed formuleniveau bereiken voordat ze de stap opzij doet, zo verklaart ze stellig. “Eerst mijn eigen doel halen en dan verder kijken. Het zou een eer zijn om dat doel met MP te bereiken, want het is een topteam in zowel het FREC als de Eurocup-3. Maar dat maakt het ook een gewild team, iedereen wil voor MP rijden! Het zou mooi zijn, maar er kan nog veel gebeuren. Het jaar is nog lang.”