Retro: D’Ansembourg moet op Brands Hatch F1-lauwerkrans delen met Bradshaw

In de tweede ronde van de Masters Racing Legends, het historische F1-kampioenschap voor F1-auto’s uit het 3-liter-tijdperk, zette Werner d’Ansembourg zijn zegereeks aanvankelijk voort, maar in de tweede race moest de jonge Belg zijn meerdere erkennen in Tom Bradshaw, die na zijn verrassende gastoptreden tijdens het Silverstone Festival van 2025 opnieuw een overwinning liet noteren. De races vonden plaats tijdens het Masters Historic Festival, het eigen evenement van Masters, waarop dit jaar ook het 100-jarig bestaan van Brands Hatch werd gevierd.
Tekst en foto’s: Mattijs Diepraam
18 auto’s waren naar Brands gekomen voor het tweede historische F1-weekend van het seizoen, een alleszins acceptabele opkomst die het eeuwfeest waardig was. Favoriet voorafgaand aan het evenement was d’Ansembourg, die op Paul Ricard beide races op zijn naam had geschreven. Dat was in de Brabham BT49C, maar voor Brands koos hij voor de Williams FW07C die zijn vader Christophe doorgaans bestuurt. Naast zich op de eerste rij kreeg hij Yutaka Toriba in nog een FW07C.
In de races kreeg d’Ansembourg echter vooral met Bradshaw te maken, die weer eens de McLaren MP4/1 van Steve Hartley te leen had gekregen. Nadat Toriba en Jamie Constable in de Tyrrell 011 al in de openingsronde uit de wedstrijd lagen, vochten d’Ansembourg en Bradshaw het onderling uit. Het verschil aan het einde bedroeg slechts vier tienden. Warren Briggs (McLaren M29) volgde op vier seconden, terwijl Valerio Leone (Arrows A6) op de vierde plaats als beste in de post-83-klasse uit de bus kwam. Op de zevende plaats kwam Martin Bullock (Williams FW06) als winnaar uit de strijd in de pre-78-klasse.
In de tweede wedstrijd draaide Bradshaw de rollen om: deze keer wist hij met vier seconden voorsprong op zijn Belgische tegenstrever te zegevieren. Briggs werd opnieuw derde, maar nu op aanzienlijk grotere achterstand. Toriba en Constable lieten intussen een geweldige inhaalrace vanuit het achterveld zien en eindigden als vierde en vijfde, nog vóór Mark Hazell (Williams FW07B), die de eerste race als vijfde was geëindigd. Deze keer won James Hagan (Tyrrell 011B) de post-83-klasse, terwijl Bullock zijn pre-77-zege herhaalde.

Een royaal veld van 32 auto’s sierde beide races van de Historic Grand Prix Car Association. In de eerste race versloeg Tim Child (Brabham BT3/4) Rüdi Friedrichs (Cooper T53) in een rechtstreeks duel, maar ook de Cooper van Justin Maeers en Michael Gans waren niet verweg. John Spiers had in zijn Maserati 250F het rijk alleen in klasse voor auto’s met de motor voorin, zeker nadat concurrenten als Richard Wilson (Ferrari 246 Dino) en Mark Shaw (Scarab-Offenhauser) moesten uitvallen. In de tweede wedstrijd zag de uitslag er vrijwel identiek uit, met opnieuw Child als winnaar, maar nu met een flink grotere voorsprong op zijn Duitse opponent, en met Gans vóór Maeers op de derde plaats. Nu de Scarab van Shaw het een hele race volhield, moest Spiers zijn meerdere in hem erkennen.
Met de overige velden was het helaas minder gesteld. Aan de F2 Classic Interseries en F3 Classic Interseries van de Franse organisator HVM namen respectievelijk maar zeven en tien auto’s deel, voornamelijk met Britse coureurs, aangezien maar weinig Europese deelnemers trek hadden in de administratieve papierwinkel van een raceweekend aan de andere kant van het Kanaal – een plaag waar de Europese historische autosport sinds Brexit onophoudelijk onder lijdt. James Lay (March 762) en Mark Charteris (March 782) verdeelden de eer onder de F2’s, bij de F3’s was Alexander Weiss (Ralt RT3) zoals verwacht beide keren oppermachtig.
Nog dramatischer was de toestand bij de overige Masters-grids, en dat voorspelt helaas weinig goeds voor de Historic Grand Prix op Zandvoort over drie weken. Masters was genoodzaakt om de Masters Sports Car Legends helemaal te schrappen, terwijl de velden van de Masters Endurance Legends 1 en 2 werden samengevoegd tot een totaal van tien auto’s. Daar zat één prototype bij, die geen rol van betekenis speelde. Beide overwinningen gingen naar Neil Glover en Michael Lyons in een Lamborghini Gallardo GT3.
Het was ongekend dat ook de Masters Gentlemen Drivers en Masters Pre-66 Touring Cars moesten worden samengevoegd, zeker in het Verenigd Koninkrijk, dat uitpuilt van de potentiële deelnemers met een GT of toerwagen van vóór 1966. Ook daarin verschenen tien auto’s aan de start: zeven GT’s en drie toerwagens. John Spiers en Nigel Greensall versloegen Mike Whitaker in een onderling TVR Grittith-duel, de broers Geoff en Alan Letts wonnen met hun Lotus Cortina bij de toerwagens. Verzachtende omstandigheden waren drie gelijktijdige evenementen op Silverstone, Donington Park en Thruxton, waarbij vooral de GT & Sports Car Cup op Silverstone en de SuperSixties op Donington de pre-66-GT's wegtrokken.