Retro: D’Ansembourg begint historisch F1-seizoen met dubbel op Paul Ricard

Werner d’Ansembourg is het reguliere seizoen in de historische Formule 1 op de best mogelijke manier begonnen. Na zijn eerste podium tijdens de historische GP van Monaco wist de jonge Belg beide races te winnen in het openingsweekend van de Masters Racing Legends op Paul Ricard.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Christopher Gosch & Sebastian Walz
De Brabham BT49D van d’Ansembourg kreeg in beide races de Williams FW07C van Yutaka Toriba en de Fittipaldi F8 van Dan Eagling achter zich aan. Daarbij maakte de deels omgekeerde grid van zondag niet uit voor de drie, ook al vertrokken ze van de plekken zes tot en met vier. Op zaterdag was d’Ansembourg van pole vertrokken, met Toriba en Eagling achter zich aan, maar hoewel de Japanner en de Brit in de buurt bleven, konden ze de Brabham-rijder toch niet echt onder druk zetten. Op zondag werkten de drie zich al snel naar voren, langs Mike Cantillon (Williams FW08C), Werners vader Christophe (Williams FW07C) en Valerio Leone (Arrows A6), om in dezelfde volgorde als op zaterdag te finishen. De laatste twee werden gepasseerd door Fabrice Lhéritier (Tyrrell 009) en Jamie Constable (Tyrrell 011).

Guillaume Roman behaalde twee keer de winst in de pre-78-klasse. Zijn Boro Ensign N175 kreeg op zondag nog de meeste tegenstand van de pre-73-Surtees TS9B van Ewen Sergison, al moest de Schot op zaterdag nog de Surtees TS19 van Fred Lajoux en de Surtees TS16 van Serge Kriknoff voorlaten. Met zijn zesde plaats algemeen van zaterdag won Leone ook de post-82-klasse, maar op zondag zag de Monegask zijn rivaal James Hagan (Tyrrell 011) voorbijkomen.

Opmerkelijkste auto in het veld was ongetwijfeld de Riviera F170 van Marco Fumagalli. De auto uit 1980 die destijds nooit één wiel heeft gedraaid, maakte 36 jaar later alsnog zijn racedebuut, na volledig nieuw te zijn opgebouwd door preparateur Massimo Pollini van Le Saette. De Cosworth-kitcar was destijds het initiatief van Alberto Colombo, die een korte F1-carrière – maar zonder GP-starts – meemaakte bij ATS en Merzario. Die laatste mislukte kwalificatiepoging in de Merzario A1 tijdens de GP van Italië van 1978 leidde tot Colombo’s eigen F1-plannen. Nadat Merzario’s F1-avontuur in 1979 tot niets leidde, nam Colombo de Merzario A2 over van ‘Little Art’, de auto die zijn leven was begonnen als Kauhsen WK1, en probeerde op basis daarvan zijn eigen Williams FW07-lookalike te fabriceren. De Italiaan wist sponsoring van sportkledingmerk Le Coq Sportif te strikken, maar kreeg het project uiteindelijk toch niet van de grond.
De F1-races vormden het hoofdprogramma van de Grand Prix de France Historique, het grote historische evenement van Frankrijk dat zich ook dit jaar onderscheidde door het aantrekken van vele sterren uit verleden én heden. Alleen al Isack Hadjar, Pierre Gasly en Esteban Ocon trokken tienduizenden bezoekers naar het circuit, maar daarnaast waren er maar liefst drie wereldkampioenen van de partij: Alain Prost, Mika Häkkinen en Jacques Villeneuve. De lijst met sterren werd aangevuld door onder meer Jean Alesi, David Coulthard, Mark Webber, Jacques Laffite, Philippe Alliot, teambazen Laurent Mekies en Fred Vasseur en F1-opperhoofd Stefano Domenicali. Verder waren diverse ‘zonen van’ van de partij, van Mathias Lauda tot Nicolas Prost, Loïc Depailler en Victor Jabouille.

In de historische F2 verdeelden James Lay (March 762) en Wolfgang Kaufmann (March 782) de buit na twee spannende duels, terwijl oud-F2-coureur Dorian Boccolacci (Ralt RT3) de eerste F3-race won. Een dag later was er echter geen kruid gewassen tegen Alexander Weiss. De Deen moest de dag ervoor voortijdig afhaken, maar in zijn RT3 reed hij op zondag helemaal van achteren naar voren om zelfs Boccolacci te verslaan in waarschijnlijk de beste race van zijn leven.

Er was deze keer één race van de Masters Endurance Legends, die nipt werd gewonnen door de Ginetta-Zytek 09S van de Canadees Keith Frieser en zijn Deense rijderscoach Mikkel Mac. Het duo bleef de ENSO CLM-P1 van Christophe Bouchut net voor. Daarachter streden de Corvette DP van Matteo Ferrer/Alex Müller en de Pescarolo 01 van Christophe & Werner d’Ansembourg om de derde plaats, een strijd die de IMSA-auto met slechts vier tienden verschil in zijn voordeel beslechtte. De twee Masters Group C-races gingen allebei naar de Porsche 962C van Ivan Vercoutere en Ralf Kelleners. Het duo Naudin/Vaglio-Giors schreef met een Osella PA20 de traditionele 200km-race voor prototypes en GT’s tot 2000 op zijn naam.
