Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
RETRO

Retro: Hall en Lyons opnieuw de besten tijdens historische Grand Prix van Monaco

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Stuart Hall en Michael Lyons hebben hun Monaco-trofeeënkast verder uitgebreid met elk nog eens twee hoofdprijzen in de Grand Prix Historique van dit jaar. Hall pakte de winst in races E en G, Lyons in races D en F, waarmee zij gezamenlijk het monopolie voor zich opeisten voor de Formule 1-tijdperken van 1966 t/m 1985. Er waren slechts twee Nederlanders actief: Frits van Eerd weerde zich kranig met een 13e en een achtste plaats, Lucas Slijpen werd keurig 12e.

Tekst en foto’s: Mattijs Diepraam

Twee zonnige dagen en bewolkte, zeer licht regenachtige dag besloegen de Grand Prix de Monaco Historique van 2026, die een wat mattere stemming kende dan voorgaande jaren. Tribunes bleven lang leeg en velden waren ook minder royaal gevuld dan in de uiterst populaire eerdere edities. Toch blijft Monaco een prachtlocatie voor een viering van de F1-geschiedenis, met nog een sportwagenrace erbij, omdat het prinsdom in de jaren vijftig ook enkele keren zijn Grand Prix uitschreef voor sportwagens.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De wedstrijden waren dit jaar weinig sensationeel: vrijwel allemaal werden ze van start tot finish gedomineerd door de man op pole, op twee na. Joe Colasacco vocht zich van de vierde plek omhoog naar de winst in grid B voor F1-auto’s van het anderhalvelitertijdperk, Patrick Blakeney-Edwards kreeg de overwinning in de vooroorlogse race cadeau nadat zijn tegenstrever Richard Bradley in de allerlaatste bocht stilviel – anders had ook Bradley zich bij het koor gevoegd van winnende polesitters.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De sterren op het programma waren minder gelukkig. De veelbesproken terugkeer van Jean Alesi op het evenement, opnieuw in een Ferrari, resulteerde in een nog vaker besproken crash tijdens de vrije training. De 312 uit 1969 brak uit onder het remmen voor de chicane, waarna Alesi met de voorkant de vangrail in dook. Na een nacht doorhalen in de Riva-loods lukte het de Methusalem-monteurs om de gemangelde hoek te vervangen, zodat Alesi zich alsnog als zesde kon kwalificeren, maar in de race kwam hij uiteindelijk niet verder dan één ronde. In dezelfde wedstrijd wist ook de Mexicaanse oud-Indycar-coureur Adrián Fernández met de BRM P153 van Pedro Rodriguez de finish niet te halen. Een semi-grote naam was die van Loïc Depailler, de zoon van Patrick: de Tyrrell 007 kwam helaas niet verder dan de zaterdag.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Na een vrijdag van vrije trainingen en de zaterdag met alle kwalificaties, ging de racedag op zondag van start met grid A2 voor GP-auto’s tot en met 1960 met de motor voorin. De Scarab van Mark Shaw was daarin oppermachtig. Shaw nam aanvankelijk 11 seconden voorsprong, om het daarna tot de streep kalmer aan te doen en met zes tellen nog in handen de finishvlag te begroeten. Het schouwspel vond achter hem plaats. John Spiers (Maserati 250F) streed met Max Smith-Hilliard (Lotus 16) om de tweede plaats, een duel dat MSH met een mooie actie in Tabac in zijn voordeel besliste. Daarachter streden Spanjaarden Joaquin Folch-Rusinol (Lotus 16) en Guillermo Fierro-Eleta (Maserati 250F) om de vierde plaats, en deze keer beslechtte de Maserati het pleit in zijn voordeel, nadat Fierro in Rascasse Folch wist te verschalken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Daarna was het de beurt aan grid A1 voor de vooroorlogse auto’s. Voor Richard Bradley leek er vanaf pole geen vuiltje aan de lucht, al werd hij de hele race op enkele seconden achterstand opgejaagd door de Frazer-Nash van Patrick Blakeney-Edwards. Totdat Bradley’s Maserati 4CL in de laatste ronde in de laatste bocht tot stilstand kwam – shades of Jack Brabham in de Monaco-editie van 1970... PBE kon zijn geluk niet op, lang na de finish stond de Britse preparateur-coureur nog te stuiteren van pure vreugde. De uitvalbeurt in extremis van Bradley leverde P2 en P3 op voor Brad Baker (ERA R10B) en Alex Read (Bugatti T51), de jonge Britse teamgenoot van de ervaren Canadees op de tweede plek. Lucas Slijpen vocht met de kleine Amilcar C6 dapper tegen zwaarder geschut en werd keurig 12e.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De spannendste race bleek grid B te blijven, de race voor GP-auto’s tot 1966 met de motor achter de coureur. Kort na de start nam de Lotus-Climax 21 van Mark Shaw – inderdaad, de winnaar van race A2 – brutaal de leiding over van poleman Stuart Hall, ook in een Lotus 21. Maar niemand kon de Ferrari 1512 van Joe Colasacco tegenhouden. De Amerikaan was vrijdag ruimschoots de snelste gebleken, maar had het vervolgens tijdens de kwalificatie laten liggen. Meteen na het doven van de lichten volgde hij vanaf de vierde startplaats het spoor van Shaw en Hall, om ze binnen enkele ronden met twee resolute inhaalacties terug te verwijzen en daarna uit te lopen. Op grote afstand werd Philipp Buhofer vierde in zijn BRM P261, een kleine vooruitwijzing naar de volgende race.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Die race D werd de eerste van twee overwinningen van Michael Lyons, die zijn Monaco-totaal dit weekend op tien bracht. In de Surtees-Cosworth TS9 van moeder Judy kon niemand in een andere F1-auto uit het tijdperk 1966-’73 aan hem tippen. Ewen Sergison – in nog een Surtees, maar dan de heel anders ogende TS9B – passeerde al gauw Matt Wrigley (March 721G) om de tweede plaats, waarna Wrigley verder terugviel en de finish uiteindelijk niet haalde. Zo haalde Buhofer het podium, in de relatief oude Brabham BT33, een sterke prestatie van de Zwitser, die zijn mojo lijkt te hebben hervonden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De ochtend werd afgesloten met race E voor F1-auto’s van 1973-’76, waarbij de GP van Spanje van 1973 de scheidingslijn is – de race waarin nieuwe crashbescherming (de zogenaamde ‘deformable structures’, noem het kreukelzones) verplicht werd. Daarin leidde Hall in de McLaren-Cosworth M23 van Roald Goethe van start tot finish. Hij werd weliswaar opgejaagd door de M26 van Lyons, maar die deed mee in de invitatieklasse en werd dus niet geklasseerd. Daardoor werd Nick Padmore (Lotus 77) tweede op een halve minuut en completeerde Guillaume Roman (Boro Ensign N175) het podium, na een racelange strijd met thuisheld Fred Lajoux, tot die zijn Surtees TS19 bij Rascasse parkeerde in een meervoudige crash met de Trojan T103 van Philippe Bonny en de Penske PC4 van Doug Mockett. Zo reed Hall achter de safety car over de finish.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Na de lange lunchpauze met klassiekerritten en een Ferrari-demo van Corse Clienti was het tijd voor de sportwagenrace. Richard Wilson (Maserati 250S) bleek daarin ontstuitbaar. Zijn enige noemenswaardige tegenstand kwam van Fred Wakeman (Cooper-Jaguar T38). Een spannend duel om de derde plaats tussen Mathias Sielecki (Aston Martin DB3S) en Nicolas Bert (Jaguar C-type) wist de eerstgenoemde helemaal aan het slot in zijn voordeel te beslechten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In race F voor F1-auto’s van 1977-1980 was het opnieuw de beurt aan Lyons. In de Hesketh 308E waarin hij al zo vaak heeft gewonnen, reed hij eenvoudig van de rest van het veld weg. Zijn naaste achtervolgers hadden het te druk met elkaar, want AGS-rijder Fred Rouvier (Tyrrell 010) voelde de hele wedstrijd de hete adem van Sam Hancock (Fittipaldi F8) in zijn nek. De Fransman gaf echter geen krimp en hield het tot aan de streep vol. Frits van Eerds eerste deelname kwam in deze race: met zijn Fittipaldi F7 kwalificeerde hij zich als 18e, maar op zondag wist hij er ondanks twee jaar F1-rijdersroest een 13e plaats uit te slepen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hall greep zijn tweede overwinning in de afsluitende race G voor F1-auto’s tot 1985 (en turboauto’s tot 1986), maar zo eenvoudig als het voor hem was, zo veel moeite had de rest van het veld om er een saaie race van te maken. Eerst moest er een herstart komen omdat Alex Kapadia (Williams FW08) op de startopstelling was blijven stilstaan. Tijdens de herstart vond er echter meteen een flinke startcrash plaats, omdat de Arrows A5 van Nick Pink in de sandwich terechtkwam tussen de Lotus 91 van John Inglessis en de Tyrrell 012 van Ian Simmonds. Meteen kwam de safety car naar buiten. Die wilde het veld door de pitstraat leiden – op zichzelf logisch – maar al na drie auto’s wist de vierde coureur niet meer dat zijn voorgangers de safety car volgden! En ook dat is logisch, want dat is in de kruip-door-sluip-door-bocht van Rascasse niet te zien. Resultaat: rode vlag.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Na een lange pauze werd besloten tot een herstart achter de safety car en een verkorte race van 15 ronden. Halls March 821 voelde aanvankelijk de druk van Marco Werners Lotus 87B, maar de Duitser lag er al gauw af. Zo schoven Kapadia en Werner d’Ansembourg (Brabham BT49) door naar de podiumplaatsen, waarbij Kapadia natuurlijk enorm profijt had gehad van de tweede herstart, waarvoor men terugviel op de originele startopstelling. D’Ansembourg werd het eerste deel van de race opgejaagd door de Tyrrell 012 van Jamie Constable, totdat de Brit terugviel. Intussen werd er veel schade gereden, maar Van Eerd reed ook in zijn Williams FW08C verstandig en sleepte een bijzonder verdienstelijke achtste plaats uit de strijd.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het gesprek van het weekend draaide om de primeur van de turbo’s, die voor het eerst werden toegelaten tot grid G. Daarmee wordt mogelijk een nieuwe toekomst ingeluid voor de historische Formule 1, al zal het een kostbare toekomst zijn, met nog vele momenten van vallen en opstaan. Van de zeven turboauto’s haalde er slechts eentje zonder problemen de finish, maar dat was wel meteen een relatief hoge klassering: oud-WEC/ELMS-coureur Roman Rusinov – die tegenwoordig door het leven gaat als Ramzan Oruzbaev uit de Emiraten – bracht zijn Ligier-Renault JS25 als zesde over de finish. Een bescheiden voorbode van wat jarenlang als onmogelijk werd beschouwd, maar wellicht toch mogelijk blijkt.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet