Eurocup-3: René Lammers: “Ik ga vanaf het eerste weekend vol voor de overwinning”

Na een sterke prelude in het E3 Spanish Winter Championship is René Lammers klaar voor de Eurocup-3, waarin hij dit jaar debuteert. Net als zijn landgenoot Kasper Schormans in de E4-categorie werd Lammers rookie-kampioen in het winterkampioenschap – en dat belooft veel voor het reguliere seizoen, dat begin mei van start gaat op Paul Ricard. AUTOSPORT.NL praatte bij met de 17-jarige Zandvoorter over de snelle progressie die hij deze winter boekte, de nieuwe Dallara in de Eurocup-3 en hoe hij zijn kansen op succes ziet in de relatief jonge klasse, die ook dit jaar weer aan kracht lijkt te hebben gewonnen.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Dutch Photo Agency
De Europees kartkampioen van 2023 zit tussen twee tests op Monza en Barcelona in als we hem spreken, maar die tests zijn niet eens de grootste drukte in het gat van zeven weken tussen het E3 Spanish Winter Championship (SWC) en de Eurocup-3, zo vertelt hij. “Ik heb het nu best druk met alle dingen uit mijn dagelijks leven. We testen natuurlijk wel, zoals die officiële test op Barcelona, maar daarna komen de schoolexamens en, grappig genoeg, mijn rijexamen! Zeker in de juniorklassen mis ik veel school in de winter. Dat moet ik nu allemaal inhalen. Verder zitten we meestal voorafgaand aan een test of een raceweekend bij Atze Kerkhof achter de sim. En de sportschool blijft altijd doorgaan.”
Lammers heeft een uiterst vruchtbare winterperiode in het SWC achter de rug, waarin hij elk weekend stappen wist te zetten. Zo kwam hij als beste rookie in het kampioenschap – en als derde algemeen – uit de bus. In de Formule 4 kende hij aanloopproblemen, mede veroorzaakt door de late wisseling van het Italiaans kampioenschap naar het Spaanse kampioenschap en de omschakeling van Pirelli-banden naar Hankook die daarmee gepaard ging. Maar een klasse hoger in de Eurocup-3 bleek hij deze winter juist de rookie die zich het snelste had aangepast.

“De Formule 4 was een klasse die mij minder lag, vanwege de lage gripniveaus”, zo luidt zijn verklaring. “Ik moest er mijn rijstijl echt op aanpassen. In de nieuwe Eurocup-auto heb ik het gevoel dat ik kan terugkomen in mijn oude zelf. Tot nu toe gaat het hartstikke goed en hopelijk kunnen we het nog beter doen in het reguliere kampioenschap.” Dus de Dallara-Toyota F326 past beter bij zijn natuurlijke rijstijl? “Ja, dat is wel hoe ik het voel. Het is een auto met meer downforce. Wel met gripniveaus die ik nooit eerder heb gevoeld en waaraan ik ook echt wel moest wennen, maar toch gaat het mij als rookie een stuk beter af dan in de Formule 4. Al zijn er nog steeds veel dingen die ik moet leren. Of tenminste, béter moet leren.”
Tijdens de drie raceweekenden was goed te volgen hoe hij zijn rivalen uit het Spaanse F4-kampioenschap van vorig jaar stukje bij beetje achter zich liet, zodat de Amerikaan Alex Powell zich kon ontpoppen als zijn verrassende rivaal voor de rookie-titel. Welke zaken moest hij onder controle hebben om überhaupt die progressie te kunnen boeken? “Voor mij is het een kwestie van ‘control the controllables’. Alles wat ik kan aanpassen om mezelf te verbeteren, dat doe ik. Dat kan van alles zijn. Zoals beter naar de data kijken, maar vooral van elk moment zo veel mogelijk leren. Want in die mindset ben ik erin gegaan. Ik ben een rookie, dus ik ga niet vanaf het eerste weekend elke race winnen. Voor mij is het belangrijk dat ik zo veel mogelijk leer, zodat ik zo snel mogelijk kan beginnen met winnen.”

Lammers zet vervolgens alle nieuwe aspecten op een rij die hij onder controle moet hebben. Want de instelmogelijkheden in de nieuwe Dallara zijn aanzienlijk groter dan in de Tatuus uit de Formule 4. “Terwijl je moet leren omgaan met die hogere gripniveaus – en die zijn echt véél hoger – komt er van alles bij dat je tijdens het rijden kunt toepassen. Denk aan het push-to-pass-systeem, maar ook aan verschillende throttle maps waarmee je achter het stuur kunt knutselen. Stel dat je een beetje onderstuur voelt in de entry, dan kun je bijvoorbeeld de blip aanpassen, ofwel de hoeveelheid tussengas. Je kunt ook de throttle map veranderen voor een herstart na een safety car. Als je al dat soort instellingen goed genoeg aanpast tijdens een race, merk je dat je daar aan het einde profijt van hebt. Natuurlijk win je er geen halve seconde per ronde mee, het gaat om honderdsten. Maar ook die kunnen aan het einde van een race heel profijtelijk zijn.”
En maken de banden nog een verschil? “Die zijn precies hetzelfde als in de Formule 4”, legt Lammers uit, “maar ze reageren nu wel behoorlijk anders. De downforce van de Eurocup-3-auto geeft natuurlijk een stuk meer load op de band. Dus terwijl we in de Formule 4 veel ronden achter elkaar zouden doen in een kwalificatie, ga je nu naar buiten en doe je maximaal vier, vijf rondjes. Daarna is het echt klaar, dus je hebt een piek van één rondje waarin het in moet gebeuren.”

Slim omgaan met de 60 seconden push-to-pass die elke coureur over zijn race mag inzetten is weer een heel vak apart, zo blijkt uit de uitleg van Lammers over het systeem. “De momenten waarop je twee auto’s voor je ziet vechten, dat zijn van die momenten waarop je kunt sparen. Maar als er al vroeg in de race een safety car is en je hebt het gevoel dat er nog eentje gaat komen, dan is het slim om zo veel mogelijk te gebruiken. Want anders heb je aan het eind te veel over van je seconden! Dat is echt een spelletje. Het ligt er ook aan op welke delen van de baan je het meeste uit je push-to-pass haalt. Bijvoorbeeld op een recht stuk met veel tegenwind. Daar moet je goed met je team naar kijken. Je ziet je tegenstander trouwens niet zomaar van je wegrijden als die op de knop drukt, hoor. Zó veel verschil maakt het ook weer niet. Maar het is best een fijn gevoel als mijn voorganger push-to-pass gebruikt en ik kan bijblijven zonder het te gebruiken. Ik weet dan dat ik het bespaard heb, terwijl hij misschien had verwacht dat ik zou aanvallen. Er is echt veel om rekening mee te houden.”
Ook in dit winterkampioenschap dook de plaag op van een redelijk grote hoeveelheid safety cars en herstarts. De kijker wordt er soms moedeloos van, maar hoe ervaart Lammers dat achter het stuur? “Het ligt eraan”, is zijn eerlijke antwoord. “Soms heb je een goed gat geslagen en dan is het jammer dat die safety car uitkomt. Aan de andere kant is het best lekker als je een paar seconden achterligt. Of je ligt aan kop en in de laatste ronde komt de safety car uit. Dan hoef je niet meer te racen en is je plek veilig. Dus het ligt ook wel een beetje aan de positie waarin je ligt. Tijdens deze winterseries heb ik ook nieuwe tactieken geleerd voor de herstarts. Het maakt bijvoorbeeld uit of je aan de leiding ligt of tweede of derde. Zeker in het laatste weekend op Motorland Aragon voelde ik me daar een stuk comfortabeler bij. Hopelijk kan ik die herstarts meenemen naar de rest van het seizoen.”

De racesnelheid en racevaardigheden van Lammers stonden in het SWC in ieder geval buiten kijf: hij maakte opnieuw volop plekken goed ten opzichte van zijn startpositie. Maar hoe hoger je start, des te minder is het nodig om plekken goed te maken, zoals op Jarama, toen hij de laatste race vanaf de eerste rij mocht starten. Hoe moeilijk is het om in de Dallara precies op het juiste moment in de kwalificatie te pieken? “Tot nu toe gingen de kwalificaties me eigenlijk best goed af. De eerste twee weekenden zat ik wel telkens in de top-vijf, met een gevoel dat ik het meeste uit mijn rondje had gehaald. Alleen de laatste kwalificatie op Motorland Aragon was een beetje tricky in de regen. Dat zijn van die momenten waarop je je heel snel moet aanpassen. Natuurlijk komt er door die reverse grid nog een race waarin je sowieso moet inhalen, maar het blijft het fijnste als je die sprintrace als 12e start en die eerste race gewoon van pole vertrekt. Het blijft de bedoeling om zo ver mogelijk naar voren te eindigen. In alle droge kwalificaties ging me dat prima af, maar er is ruimte voor verbetering.”
Daar komt de extra uitdaging bij van de smallere piek van de banden, die hij eerder heeft uitgelegd. “En dat hangt ook weer af van de baan en het asfalttype. In Portimão hadden we iets meer rondjes om een goede tijd neer te zetten. Maar op Jarama is het asfalt heel agressief. Daar deden we drie rondjes – en als je in het tweede of derde rondje niet je snelste ronde reed, had je het echt laten liggen. Verkeer speelt ook een rol op zo’n baan als Jarama. Iets korter dan vier kilometer, dus elke 150 meter kom je wel een auto tegen. Vind dan maar eens een rondje op jezelf. Uiteindelijk is mij dat vrij goed afgegaan. Maar kijk je naar Motorland Aragon, dan is het helemaal niet erg als er een auto voor je rijdt. Uit de slipstream kun je heel veel profijt halen. Ook traffic management verschilt dus per baan.”

Lammers heeft drie teamgenoten in de Eurocup-3: Gianmarco Pradel, Ean Eyckmans en Alceu Feldmann. Heeft het een team een bepaalde tactiek om samen te werken, om zo de andere teams in het teamkampioenschap te verslaan? Of is het toch ieder voor zich? “Uiteindelijk is het altijd ieder voor zich! Maar als ik tweede lig en mijn teamgenoot derde, dan is het wel de bedoeling dat we daar zo slim mogelijk mee omgaan. Dus niet elkaar gaan inhalen of domme dingen doen ten opzichte van je teamgenoot. En aan het slot van het kampioenschap zou je een teamgenoot ook kunnen helpen om kampioen te worden, door een ander een plekje te gunnen. En we hebben sowieso alle data van alle coureurs om met je eigen engineer te analyseren. Want iedereen alles voor zichzelf zou houden, sta je aan het eind van het weekend niet vooraan!”
Het is tijd om met de hamvraag af te sluiten: hoe lang gaat het duren voordat de snelste tweedejaars in het kampioenschap, zoals Keanu Al Azhari en James Egozi, zich zorgen moeten gaan maken? “Ik denk dat ik me comfortabel voel om vanaf het eerste weekend vol voor de overwinning te strijden”, antwoordt Lammers zelfverzekerd. “Maar ik kijk er wel naar met de mentaliteit dat het een lang kampioenschap is. Als ik kan winnen, laat ik het niet liggen. Maar je moet ook per race kijken wat slim is. Dus geen do-or-die-actie om die overwinning te pakken als ik een veilige tweede plaats te pakken heb. Het is heel belangrijk om het hele seizoen goede punten mee te nemen. En dat hoeft niet élke race de overwinning te zijn.”