Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
RETRO

Retro: Podium voor Buurman/Van der Lof op Goodwood Revival


OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zondagochtend vroeg speelde er opnieuw een Nederlander een prettige bijrol: Floris Jan Hekker beleefde na 50 raceseizoenen zijn debuut op de Goodwood Revival – en dat zou meteen zijn laatste race zijn. Een mooiere afsluiting kon hij niet wensen voor zichzelf en zijn Rayberg FJ, die vanaf nu te koop staat. De race eindigde helaas onder de safety car, zodat de Formule Juniors met motor voorin maar 15 minuten voluit konden racen. Stuart Roach pakte kort na de start de leiding over Ray Mallock, waarna de Alexis-Ford Mk2 wegliep van de U2-Ford Mk2. Achter hen vocht Adrian Russell zich in de Condor-Ford S2 naar de derde plaats.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De Sussex Trophy voor sportauto’s uit de jaren vijftig was de tweede race in het zondagse programma. Poleman Olly Bryant maakte daarin een slechte start, maar had geluk dat de race opnieuw van start moest gaan na een zware crash op Lavant Straight, die uiteindelijk de grootste schade veroorzaakte aan de pas gerestaureerde Scarab-Chevrolet Mk1 van Christian Albrecht. Bryant had al wat plekken goedgemaakt en passeerde kort na de herstart ook zijn overige rivalen, om net als vorig jaar de race op zijn naam te schrijven. Later op de dag werd echter bekend dat Bryant was gediskwalificeerd: zijn Lotus 15 was niet door de technische keuring gekomen. Zo ging de zege naar de Jaguar D-type van Chris Ward, die een fraai duel met James Wood in de Lotus 15 van Louwman en James Cottingham in de Tojeiro-Jaguar in zijn voordeel wist te beslechten. Hans Hugenholtz moest met zijn Lister-Jaguar ‘Costin’ van achteren komen, maar finishte toch nog als 19e.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Na de lunch zou de eerste regen gaan vallen, wat de organisatie deed besluiten om de RAC TT Celebration voor GT-auto’s tot 1966 een halfuur eerder te laten beginnen. Dat voordeel werd echter al gauw tenietgedaan door een rode vlag vanwege een harde klapper van Afschin Fatemi in de Tojeiro-Buick EE. Zo kreeg het veld alsnog een groot deel van de wedstrijd met regen te maken. Het natte wegdek kantelde al snel de race, want de leidende Cobra’s van Olly Bryant en Andrew Smith kregen hun pk’s lastiger aan het asfalt. Toen de regen nóg harder naar beneden kwam, namen de E-types van Richard Kent/Tom Ingram en Andrew Bentley/Rob Huff een beslissende voorsprong. De strijd tussen Ingram en Huff was adembenemend om te zien, maar al tijdens de race werd bekend dat Huff een tijdstraf van ruim tien seconden zou krijgen vanwege een te korte pitstop. Ingram kwam dus niet als eerste over de finish, maar kreeg wel de zege cadeau. De Lister-Jaguar Le Mans Coupé van Fred Wakeman/Andy Priaulx werd op grote afstand derde.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het debuut van Jacques Villeneuve in de ‘Hairy Canary’ van Nick Sleep eindigde op de 19e plaats: de Canadees was niet de eerste F1-wereldkampioen die het zwaar had tijdens zijn eerste Revival-optreden. Loris en Liam Hezemans deden aanvankelijk goed voorin mee. Samen met de andere Bizzarrini 5300 GT van James Thorpe/Emanuele Pirro streed de zwarte Bizza om de vijfde plaats, totdat een spin in Lavant de auto ver terugwierp.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De regen kwam met bakken naar beneden toen de F1-auto’s uit het anderhalvelitertijdperk de baan op moesten voor de Glover Trophy. Stuart Hall had de omstandigheden veruit de beste onder controle en reed in de Lotus-Climax 21 naar een onbedreigde overwinning. Het kijkspel was daarom de strijd om de tweede plaats: Benn Mitchell stond de hele wedstrijd onder druk van Kyle Tilley, maar de Cooper-Climax T56 wist de unieke Gilby-Climax Type B achter zich te houden. Poleman Lukas Halusa zakte in zijn Brabham-Climax BT7 af naar de vierde plaats, terwijl Joe Colasacco in de doorgaans razendsnelle Ferrari 1512 zich geen raad wist met de regen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De F1-auto’s van het 2,5-liter-tijdperk van 1954 tot en met 1960 kwamen daar meteen achteraan in wat feitelijk twee wedstrijden in één waren. De Richmond Trophy voor de auto’s met motor achterin ging met overmacht naar Andy Willis, die zijn BRM P48 voorbij stuurde aan de anders altijd zo dominante Cooper-Climax T53’s van Will Nuthall en Rüdi Friedrichs. Sam Wilson kon intussen zijn pole niet in winst omzetten, want de Climax-motor in zijn Lotus 18 liep hoorbaar niet goed.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In het kielzog van de auto’s met middenmotor streden de Ferrari 246 Dino van Richard Wilson en de Maserati 250F van John Spiers om de Gordon Trophy voor auto’s met de motor nog voorin. Wilson kon meteen goed meekomen met de koplopers, maar achter hem kwam Spiers tegen het eind opzetten. Op de streep had Wilson nog slechts een halve seconde over, in wat de bijna ongemerkte échte apotheose van deze race was, die net als de vorige en de afsluitende St. Mary’s Trophy in duistere en troosteloze omstandigheden werden afgewerkt. Toch hielden een boel toeschouwers het tot aan het einde vol – niet alle naar schatting 130.000, maar zeker de 30 tot 40.000 liefhebbers die ook de harde kern van de Members’ Meeting vormen.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet