Sportscars: Kubica bezorgt AF Corse-Ferrari in Austin eerste FIA WEC-pole, volledige eerste startrij Ford in LMGT3

Eerste WEC-pole voor de privé-AF Corse-Ferrari dankzij Robert Kubica (m.)
Robert Kubica was in de #83-AF Corse-Ferrari het snelst in de kwalificatie voor de Lone Star Le Mans-race, de zesde ronde van het FIA World Endurance Championship op het Circuit of The Americas in Austin. Het was de eerste pole voor de gele Ferrari en tevens de eerste keer dat een, althans op papier, privé-auto de pole-position in het WEC behaalde. Ook in LMGT3 was er sprake van een première in de vorm van de eerste pole-position voor de Ford Mustang GT3, in handen van Gianmarco Levorato in de #88. De kwalificatie vond op een na regen opdrogende baan plaats. In de hypercar-sessie gokten een paar teams door voor regenbanden te kiezen, maar dat bleek de verkeerde optie.
Tekst: René de Boer (X/Bluesky: @renedeboer)
Foto: PR
Kubica reed in de top 10 -shoot-out een tijd van 1:57,655 minuten, waarmee hij 0,096 seconde sneller was dan Antonio Giovinazzi in de snelste van de beide fabrieks-Ferrari’s, de #51. De derde tijd was voor Jean-Eric Vergne in de #93-Peugeot, maar naderhand werden alle tijden van de Fransman geschrapt omdat hij een “meatball”-waarschuwingsvlag genegeerd had. De waarschuwing was uitgesproken omdat ondanks herhaalde instructie van de wedstrijdleider de speciale regenverlichting van de Peugeot in de voorafgaande kwalificatiesessie niet was ingeschakeld, wat wel verplicht was nadat de sessie als “wet” uitgeroepen was. Daarmee erfde Kévin Estre in de #6-Porsche de derde startplaats, gevolgd door Nicklas Nielsen in de #50-Ferrari en Nicolas Varrone in de #99-Proton-Porsche, die eerder verrassend de kwalificatie als snelste had afgesloten. De BMW met Robin Frijns eindigde als 13e, de #7-Toyota met Nyck de Vries was op regenbanden kansloos en kwam niet verder dan de 17e tijd.
In de LMGT3-klasse ging de volledige eerste startrij naar de beide Proton-Ford Mustangs, met Gianmarco Levorato het snelste in de #88 met een tijd van 2:07,645 minuten, 0,018 seconde sneller dan Ben Tuck in de zusterauto met #77. Daarachter volgde de snelste van de beide United-McLarens, de #95 in handen van Darren Leung. De #61-Iron Lynx-Mercedes met Lin Hodenius eindigde als elfde in de kwalificatie en kwam daarmee niet in de hyperpole-shoot-out terecht.