Retro: Cantillon pakt de dubbel op de Nürburgring

De overwinningen in de twee historische F1-races op de Nürburgring zijn allebei naar Mike Cantillon gegaan. De Ier won de eerste race vanaf pole en vocht zich daarna vanaf de vijfde startplek omhoog naar zijn tweede winst van het weekend. Tijdens de Oldtimer Grand Prix, die zijn 52e editie beleefde, kwamen in het voorprogramma ook diverse Nederlanders aan de start.
Tekst: Mattijs Diepraam & Willem J. Staat
Foto’s: Carlo Senten, Mattijs Diepraam & Willem J. Staat
Cantillon drukte al in de kwalificatie zijn stempel op het weekend, want in zijn Williams FW07C zette hij meteen in de eerste vijf minuten een tijd die niet meer te verslaan bleek. De rest van de sessie keek hij vanaf de pitmuur toe hoe de concurrentie zich stukbeet op zijn vliegende ronde. Yutaka Toriba creëerde met zijn FW07C een Williams-monopolie op de eerste rij, terwijl de tweede rij volledig door Tyrrell 011’s in beslag genomen werd: Jamie Constable naast regerend kampioen Matt Wrigley. Op de derde rij ging Werner d’Ansembourg van start – niet in zijn Brabham BT49C, want die kreeg op de testdag van donderdag te maken met bakschade. In allerijl werd de FW07C van vader Christophe naar het circuit gehaald en daarin raakte de jonge Belg tegen het einde van sessie redelijk geacclimatiseerd.

Het had op zaterdag net keihard geregend toen de Masters Racing Legends aan de start moesten verschijnen, maar dat leek Cantillon niet te deren. Met zevenmijlslaarzen maakte hij zich na de start uit de voeten, met ronden die soms drie tot vier seconden sneller waren dan die van zijn tegenstanders. Aan het einde nam hij tempo terug om het materiaal te sparen, maar gelukkig had hij nog genoeg marge om bij het ingaan van de laatste ronde een volledige 360-graden-spin te maken en zijn weg te vervolgen – het toonde aan hoe glibberig het was op de Nürburgring. Nadat Wrigley moest opgeven met een kapotte voorvleugel, streden Constable en d’Ansembourg om de tweede plaats, nadat beiden Toriba achter zich hadden gelaten. Het was een duel op het scherpst van de snede, maar Constable wist zijn Tyrrell breed genoeg te maken om de Belg achter zich te houden.

De volgende dag was het droog – en ook in die omstandigheden bleek Cantillon de beste. Vanaf de deels omgekeerde grid vertrok de Ier als vijfde, maar hij maakte al gauw de benodigde plekken goed, ook al duurde het vele ronden voordat hij koploper Toriba kon passeren. Bij een mislukte inhaalpoging beschadigde hij daarbij wel zijn voorvleugel, zodat hij de race met onbalans moest uitrijden. Na afloop bleek ook nog dat hij de wedstrijd met een langzaam leeglopende linkerachterband had voltooid. Daardoor kwamen zijn tegenstanders weer steeds dichterbij: Constable en d’Ansembourg streden opnieuw om elke centimeter en deze keer wist de Belg een weg voorbij te vinden aan de Tyrrell. In de allerlaatste bocht verschalkte d’Ansembourg ook nog Toriba, waarna drie FW07C’s binnen één seconde over de finish kwamen en een compleet Williams-podium tot stand brachten.

De Historic Grand Prix Car Association voor Grand Prix-auto’s tot 1966 had deze keer alleen de auto’s met motor voorin naar de Oldtimer Grand Prix meegenomen, want de auto’s met middenmotor hadden vorige week op Oulton Park al om de Gold Cup gestreden. Op de Nürburgring bleek John Spiers (Maserati 250F) de beste in de natte omstandigheden van zaterdag, maar op het droge asfalt van zondag kon de Lotus 16 van Joaquin Folch beter uit de voeten. Luc Brandts streed ook mee met zijn Talbot-Lago T26C en werd op zaterdag 14e. Op zondag kon hij helaas niet vertrekken.

In de Tourenwagen Golden Ära verscheen in een volgepakt veld van maar liefst 43 auto’s ook Peter Stox aan de start met zijn BMW 320si uit de WTCC-dagen van het begin van het vorige decennium. In de eerste race moest Stox al in de eerste ronde de pits opzoeken, zodat hij als allerlaatste zijn weg moest vervolgen, maar hij vocht zich terug naar de 23e plek. Op zondag lag hij na een geweldige openingsronde al negende, om daarna als achtste te finishen. Beide races gingen naar Altfrid Heger in de Audi 200 quattro. De Chevrolet Cruze die ooit van Tom Coronel was, werd in handen van Michael Sadurski twee keer derde.

Golden Ära organiseerde ook twee races voor de Porsche Classic Cup. Vick Schuijlenburg was daarvoor met haar Porsche 944 afgereisd naar Duitsland. In het veld met veel modernere en krachtigere Porsches – veel RSR’s en GT3 Cups van diverse generaties – had ze geen schijn van kans, maar het gaf haar wel de gelegenheid om de Nürburgring beter te leren kennen.
Twee Nederlanders hadden zich ingeschreven voor de Graf Berghe von Trips Pokal van HRA, de organisatie voor kleinere monoposto’s van de Duitser Marcel Biehl. Een daarvan moest zich helaas al tijdens de training gewonnen geven: Bert du Toy van Hees reed schade aan de neus van zijn Martini-Alfa Romeo MK42 en moest van de kant toekijken hoe Patrick Andriessen zich op zaterdag naar de derde plaats vocht. Op zondag leek de Ralt-Alfa Romeo RT3 van Andriessen opnieuw aanspraak op die plek te maken, maar achterblijvers en een excursie door het gras zorgden ervoor dat de Nederlander terugviel naar de vijfde plaats. Beide races werden oppermachtig gewonnen door de jonge Deen Alexander Weiss in een Ralt-Alfa Romeo RT35.

Samen met Palle Birkelund Pedersen was Weiss minstens zo dominant in de traditionele avondrace voor sportwagens. Hun Ginetta G4R reed de rest van het veld op anderhalve ronde. Zelfs na hun pitstop behield het Deense duo de leiding. De volgende dag leek zich tijdens de kortere race hetzelfde scenario te ontvouwen, maar een gebroken achterwielophanging voor de Ginetta gooide roet in het eten. De winst ging nu naar Oliver Hartmann in een Elva MkVIIS.
Normaliter vormen de DRM- en CanAm-wedstrijden altijd het klapstuk van de Oldtimer Grand Prix, maar de inschrijvingen waren dit jaar enigszins teleurstellend. Opvallend was dat bij de DRM Revival geen enkele BMW M1 te bespeuren viel. Veel inschrijvingen uit de beginperiode van de DRM, maar of er ooit iemand daadwerkelijk met een Audi 50 LS Coupé heeft deelgenomen, lijkt ons uiterst twijfelachtig. Natuurlijk waren er in de beginjaren de vele Ford Escorts en de BMW 2002’s, die toen de basis van de serie vormden. Naarmate de serie eind jaren zeventig steeds professioneler werd, gaven de Porsche 934/935 K Turbo’s en de fameuze Zakspeed Ford Capri Turbo’s de toon aan. Tijdens de Oldtimer Grand Prix was het in beide races niet anders. Beide wedstrijden werden gewonnen door de Zakspeed Capri’s van Peter Mücke en Ronny Scheer, wiens auto al tijdens de vrijdagtrainingen kapot ging en zelfs de wedstrijd op zaterdag moest missen. Er moesten nog ver in Duitsland onderdelen op de kop getikt worden. Voor de wedstrijd op zondag moest Scheer achteraan starten, maar hij boenderde door het gehele veld heen en pakte zo een indrukwekkende overwinning. Iets meer echte Groep 5-bolides zouden welkom zijn geweest, want een BMW 635 CSi heeft destijds wel Groep A gereden, maar nooit in de Groep 5.

De FHR had drie grids meegenomen: de Historic Championships tot en met ’65 en ’81 en de CanAm & Sportscar-klasse. De GT40 van familie Griesemann domineerde beide keren het eerstgenoemde kampioenschap, om daarna met hun 911 RS ook de langeafstandswedstrijd van het ’81-kampioenschap op hun naam te schrijven. In de races tot 1966 streden Jac & Ties Meeuwissen mee met hun Shelby Cobra Daytona Coupé, maar ook Bart Uiterwaal met zijn Ford Mustang. De Cobra Daytona bleek in de regen moeilijk in de hand te houden, waardoor de auto terugzakte van de 19e naar de 27e plek. Op droog ging het een stuk beter, met een prachtige tiende plek algemeen tot gevolg. Uiterwaal finishte als 35e en 33e en werd daarmee derde in zijn klasse.

Na een schitterende CanAm-voorstelling in 2024 traden er in het Historic Championship CanAm & Sportscars helaas weinig CanAm-auto’s aan. Je zou wel een parallel kunnen trekken met de CanAm-wedstrijd die in 1971 op de zondag na de 1000km van Watkins Glen werd verreden. De toenmalige organisatie nodigde enkele Endurance-deelnemers uit om aan de wedstrijd deel te nemen. Achter de eerste vier was de Ferrari 512M van Tony Adamowicz de snelste Endurance-auto. Ook Gijs van Lennep deed het toen met een John Wyer Porsche 917K uitstekend: de Nederlander eindigde als negende algemeen. Begin dit jaar besloot Frikadelli-teameigenaar Klaus Abbelen de NLS/VLN-serie vaarwel te zeggen: hij maakte een definitieve overstap naar de historische autosport. Abbelen kocht de Dauer Porsche 962 waarmee de familie Andretti in 1991 aan de 24 Uuur van Daytona deelnam. Deze auto viel destijds daar uit. De eerste wedstrijd op de Nürburgring begon droog, maar de meteorologische omstandigheden waren wisselend, waardoor Abbelen besloot om voor regenbanden te opteren. Het bleek een verkeerde keuze te zijn.
Helaas duurde de pitstop langer dan gepland omdat de crew de wielmoeren niet goed vastkreeg. Door tussenkomst van de mensen van Britec Motorsport kon Abbelen alsnog zijn weg vervolgen. Hij eindigde algemeen als achtste, maar pakte alsnog een beker in de GC/C2-klasse. Vooral in de beginfase leverde Abbelen een fantastische strijd met de Lola T296 van Silvio Kalb, die de wedstrijd won. Na de stop van Abbelen had Kalb met zijn Lola T296 vrij spel: hij won overtuigend de eerste wedstrijd. De Duitser Christian Dümmler eindigde met een Ligier JS51 tweemaal als tweede in het bonte startveld. In de eerste wedstrijd liep hij zelfs na de finish een lekke band op. Ook prijkte er een vreemde vlag op zijn auto. “Voor mijn land wil ik de kleuren niet verdedigen en dan wijst de FIA je gewoon een ander land toe”, aldus de Duitser. De tweede wedstrijd werd overtuigend door Abbelen gewonnen. Oude tijden herleefden, maar op een iets andere manier.
Axel Sartingen won in zijn 488 GT3 beide races van de Ferrari Club Deutschland. Daarin had ook de Nederlander Cornis Filius moeten meedoen, maar die kwam uiteindelijk niet opdagen. René Aeberhardt (Opel Vectra) en Markus Reich (Audi A4 quattro) verdeelden intussen de buit in beide STW-races, na twee zeer vermakelijke duels die pas op de meet ten einde kwamen. De onderlinge verschillen bedroegen 0,095s en 0,105s!
Later deze week doen wij uitgebreid de groeten vanaf de Nürburgring.
Alle uitslagen op een rij