Retro: Ereplaatsen voor Nederlanders op Le Mans Classic 2025

Maar liefst 238.000 bezoekers kwamen het afgelopen lange weekend af op de Le Mans Classic, die in wisselende weersomstandigheden werd voltooid. Nederland stuurde zoals altijd geen bijzonder grote delegatie naar de Sarthe, maar vertrok desondanks met aardig wat eremetaal. De families Van der Lof en Hart vielen in de prijzen, net als Cor Euser, Jeroen Bleekemolen en de equipe Karsten Le Blanc/Christiaen van Lanschot.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Peter Auto (Laurent Cartalade, Eric Le Gaillot, Kristof Vermeulen)
Dit was de laatste ‘volledige’ editie van de Le Mans Classic, compleet met voorprogramma voor Groep C en het LMP-tijdperk, voordat het mega-evenement vanaf 2026 wordt gesplitst in jaarlijks afwisselende Le Mans Classics voor de originele plateaus en de ‘modern historische’ grids. Van het regelmatige tweejaarlijkse karakter kwam de afgelopen jaren trouwens toch al weinig na de wisseling naar oneven jaren en de inhaalevenementen vanwege corona.

In dat voorprogramma ging de Group C-overwinning uiteindelijk naar de Peugeot 905 van Maxime Guenat, maar niet nadat David & Olivier Hart de Euroracing Lola-Judd T92/10 op pole hadden gezet en een drivethrough penalty van 30 seconden te verwerken hadden gekregen. Een van de Porsche 962C’s van Ivan Vercoutere/Ralf Kelleners werd derde, om vervolgens de sprintrace te winnen, met geringe voorsprong op de 962C van Philip Kadoorie.

De speciale Porsche-race kreeg een waardige winnaar: de 917 van ‘Mr John of B’ en Soheil Ayari bleef de 935’s van Henrique Gemperle/Marc de Siebenthal en Dominique Guenat ruim voor. In een reusachtig veld van 63 Porsches eindigde Timmo Mol als 46e in een van de vele 911 2.0L’s.

Bij de Endurance Racing Legends voor opgeteld 73 LMP’s en GT’s vanaf 1995 zagen we opnieuw een voormalige Le Mans-winnaar zegevieren: Max Lynn won in de Bentley Speed 8 van vader Shaun, terwijl Emmanuel Collard in de Pescarolo C60 en Lukas Halusa in de Audi R8 het podium completeerden. Mike Newton won de LMP2-klasse in zijn MG-Lola EX264, met in zijn kielzog de drie eerste GT’s, waarbij Cor Euser in de Marcos Mantara LM600evo knap het spoor hield van twee Maserati MC12 GT1’s. Op de 21e plek eindigde de Porsche 993 GT2 Evo van Jeroen Bleekemolen samen met Tim Pappas tweede in zijn GT-klasse, terwijl Mathijs Bakker en Joshua Kreuger in hun Dodge Viper GTS-R naar een 29e plaats algemeen stuurden. De Lotus Elise GT1 van Mike Hezemans haalde helaas het einde niet, terwijl de Pescarolo C60 van de Harts niet aan de start verscheen. Ook de ex-Racing for Holland Dome S101 van Felipe Ortiz/Nico Verdonck bereikte de finish niet.

In de sprintrace gebeurde dat wel – en zelfs met beide Domes. Die van Vercoutere en Alex Müller werd derde achter de Zytek 04S van Max Chilton en opnieuw de Pesca van Collard, terwijl Joe Macari en Alexander Rittweger/Sam Hancock er wederom een Maserati 1-2 van maakten bij de GT’s. De Nederlanders waren deze keer op een rijtje te vinden vanaf de 17e plaats: Euser als 17e, Bakker/Kreuger als 18e en Pappas/Bleekemolen als 20e. De Elise redde het opnieuw niet tot de finishvlag.

In de traditionele plateaus mochten we meteen in de eerste race van plateau 1 voor de oudste auto’s twee Nederlandse podiumklanten begroeten: Alexander & Shirley van der Lof reden de Delahaye 135S van (groot)vader Dries naar een prachtige tweede plaats achter de Alfa Romeo 8C-2300 LM van Fritz Burkhard. Na de tweede race was een derde plek algemeen hun deel, achter Burkhard en de winnende 8C-2300 van Martin Halusa/Alex Ames.

De Van der Lofs waren niet de enige Nederlanders in dit plateau, want op de 31e plaats zagen we niemand minder dan Jan Lammers, die was ingestapt in de Bentley 4½ Litre Blower van Alex & Fred van Breemen. Een plekje hoger eindigden Thomas & Stefan Slijpen in hun Bugatti T43 Grand Sport, terwijl we drie plekken lager Ad van der Kroft in de Bentley 4½ Litre van Laurent Philippe terugvonden. De onverbeterlijke Van der Kroft stelde zijn racepensioen daarmee toch weer een jaartje uit. Jan Gijzen werd 43e in zijn Riley Imp.

In plateau 2 gingen alle drie racezeges naar de Jaguar C-type van Nigel Webb/Chris Ward, die daarmee uiteraard ook de totaalwinnaar werden, vóór de Cooper T39 (ex-Van der Kroft) van Félix & Christian Godard en de Mercedes 300SL van Hans Kleissl/Yevgen Sokolovskiy. In dit plateau moesten we tevergeefs zoeken naar Nederlanders.

Die was wel degelijk te vinden in plateau 3 – en zelfs op de eerste plaats van race 1, waarin Hans Hugenholtz samen met Emanuele Pirro aan het langste eind trok in de Lister ‘Costin’ van de Nederlander. Na de winst van Diego Meier/Remo Lips (Ferrari 250 GT SWB) in race 2 stuurden Karsten Le Blanc en Christiaen van Lanschot hun oude getrouwe Austin Healey 3000 ‘DD 300’ naar een voortreffelijke tweede plek algemeen in de regen van race 3, achter de Aston Martin DB4 GT van Thomas & James Alexander.

In de einduitslag ging de Ferrari met de winst aan de haal, gevolgd door de Maserati Birdcage van Guillermo Fierro en de Aston Martin van de Alexanders, maar de vierde plaats van Le Blanc/Van Lanschot was uit de kunst. Hugenholtz/Pirro werden zesde achter de D-type van Andy Wallace. Op de 26e plaats vonden we vervolgens TomTom-duo Harold & Alexander Goddijn terug in hun Maserati 200S.

Ford GT40’s maakten aanvankelijk de dienst uit in plateau 4, waar de exemplaren van Emile Breittmayer en Richard Meins de eerste twee races wonnen. Alexander van der Lof en Yelmer Buurman kwamen echter bovendrijven in race 3, waarin hun Ferrari 250 LM de GT40 van Ludovic Caron voorbleef. Ook de Hezemansen schitterden in die laatste race, want de Bizzarrini 5300 GT van Loris, Liam en Mike eindigde als vierde algemeen. Loris stal bovendien de show bij de traditionele Le Mans-start via een razendsnelle sprint en een rokende drift vanaf zijn plek.

In de algemene rangschikking ging de overwinning naar Breittmayer, terwijl Van der Lof en Buurman derde werden achter de Shelby Cobra van Benjamin Monnay. Jan Gijzen werd 41e in zijn Ferrari 275 GTB/4, de broers Robert & Bart Westerman eindigden als 49e in hun Porsche 911 2.0L. Door uitvalbeurten haalden de Hezemansen de einduitslag niet, evenmin als de GT40 van Hugenholtz/Pirro.

In plateau 5 werd reikhalzend uitgekeken naar de strijd tussen de Ferrari 512M’s van Niklas & Lukas Halusa en de Harts. De Halusa’s hadden het rijk echter alleen, want de Nederlandse Ferrari bleef aan de kant staan. De Oostenrijkers wonnen race 1 en race 3, terwijl race 2 naar de Ferrari 312P van Remo Lips/Frank Stippler ging. Ook de algemene winst ging naar de Halusa’s, vóór de Lola T70 Mk3B van Jan Magnussen/Chris Ward en de Chevron B19 van Charlie Hyett. Met de Capri RS2600 van Jürgen Westphal eindigde David Verzijlbergen in de eerste twee races nog als 49e, maar de auto viel uit in de derde race. Ronald Lenters kwam met zijn De Tomaso Pantera helaas niet verder dan twee ronden.

Maxime Guenat was twee keer de beste in beide races voor plateau 6. Zijn Lola T286 bleef de Chevron B31 van Ross & Charlie Hyett en de Lola T292 van Tony Sinclair/Nick Padmore ruim voor. Jeroen Bleekemolen verweerde zich uitstekend in de Porsche 935 K3 van Tim Pappas: hen viel een zevende plaats algemeen ten deel en de eerste plaats in de IMSA GTX-klasse. Adrian van Hooydonk vonden we op de 26e plaats terug, in de BMW 3.0 CSL die de bij leven al legendarische BMW-ontwerper deelde met Bernd Georgi.