Formule 2: Maini en Crawford zijn de geluksvogels op Monaco, Verschoor meegesleurd in monumentale startcrash

De winnaars van beide F2-races op Monaco hadden over geluk niet te klagen. Jak Crawford kreeg de winst in de hoofdrace cadeau door een safety car die bijzonder gelukkig voor hem viel, terwijl Kush Maini zijn plek op de reversed grid van de sprintrace maximaliseerde. Zo won het DAMS-team beide wedstrijden. Crawford behoorde in de hoofdrace tot de coureurs die profiteerden van een enorm startongeluk dat werd ontketend door polesitter Alex Dunne (Rodin). Die schakelde daarbij de beter gestarte Victor Martins (ART) uit en zette een kettingbotsing in gang die ook Richard Verschoor uit de wedstrijd nam. De Nederlander had een dag eerder nuttige punten gescoord in de sprintrace, maar zag toch Leonardo Fornaroli (Invicta) voorbijkomen in de tussenstand. Luke Browning (Hitech) kwam uit de melee van Monaco tevoorschijn als de nieuwe klassementsleider.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Dutch Photo Agency
Op de golven van het succes van Imola ging Dunne op de vrijdag aanvankelijk vrolijk in hetzelfde ritme verder, al scheelde de poletijd van de Ier slechts drie duizendste met de beste tijd van Martins uit de andere kwalificatiegroep. Zo had de ervaren Fransman weer eens een tweede stek op de grid voor de hoofdrace te pakken. Het verschil tussen Dunne en Martins en de achtervolgers was een stuk groter: de twee hadden een gat van een halve seconde geslagen op F3-kampioen Fornaroli – opnieuw de constantheid zelve – en Richard Verschoor, die op hun beurt Sebastian Montoya (Prema), Arvid Lindblad (Campos), Crawford en Gabriele Minì (Prema) te snel af waren. Zo tekende zich in de kwalificatie een patroon af met veel dezelfde namen die we op de voorgaande vrijdagen ook al hadden gezien. Van de betere coureurs vielen Pepe Martí (Campos) en Dino Beganovic (Hitech) deze keer buiten de boot.

De eerste rij van de sprintrace was echter voor Maini en Browning. De laatstgenoemde kwam slecht weg, maar voor Maini kwam de reversed grid als een geschenk uit de hemel. Je als tiende kwalificeren op Monaco betekent nu eenmaal dat bij een goede start de sprintzege zo ongeveer gegarandeerd is. Een groot deel van de race moest de Indiër weliswaar de druk van mede-Alpine-junior Minì weerstaan, maar op Monaco kan dat door gewoon je lijn te blijven rijden. Aan de volgorde achter de DAMS-auto aan kop veranderde dan ook alleen wat door overmoedige inhaalacties – zoals die van Lindblad op Crawford, die de Brit tien seconden straf opleverde en de Amerikaan een plek deed verliezen ten opzichte van Browning.

Lindblad liet daarna bewust een gat vallen om met zijn extra snelheid een gat naar zijn achtervolgers te slaan. Browning, Crawford, Verschoor en Montoya kon hij daarmee niet achter zich houden, maar de Red Bull-junior redde toch nog het laatste punt. Dunne viel net buiten de punten, al wist de Ier met de snelste ronde van de wedstrijd alsnog een punt in de wacht te slepen om zo Browning in de tussenstand nét voor te blijven. Verschoor kwam door zijn vijfde plaats weer iets dichter bij de twee. Verschoors teamgenoot Goethe werd negende, maar viel ver terug in de uitslag omdat hij eveneens een inhaalpoging waagde en daarmee Martins in de muur drukte. Ook de Duitser werd daarvoor op de vingers getikt: tien seconden tijdstraf was zijn deel voor een actie die bijna geslaagd was.

De hoofdrace kende een valse start. Martins was vanaf de eerste rij beter weg dan Dunne en had de strijd om Ste. Devote gewonnen totdat Dunne hem in de rondte tikte: de Ier blijft hoogtepunten en dieptepunten aan elkaar rijgen. Het lokte een kettingreactie uit waarvan Verschoor het eerste slachtoffer werd en die verder nog vier coureurs uitschakelde: Minì, Miyata, Martí en Esterson. De vertraging zorgde ervoor dat de race werd verkort tot een halfuur, feitelijk een sprintrace-met-pitstop en met halve punten. Er volgde een volledige, maar rollende herstart in de volgorde Fornaroli, Montoya (die bijzonder fortuinlijk was nadat hij net als op Imola op de dummy grid was blijven staan!), Lindblad, Crawford, Browning, Maini en Dürksen. Het was op z'n zachtst gezegd bijzonder dat Amaury Cordeel (Rodin) de race mocht starten terwijl zijn auto eerder op een oplegger stond. Ook Sami Meguetounif (Trident) werd dat genoegen gegund, terwijl Minì en Miyata werden gedwongen om uit hun functionerende auto's te stappen en op te geven.

Meteen kwam er al een VSC vanwege een ongeduldige Dürksen die er op zijn supersofts hard afging bij Rascasse, waarna de coureurs op de alternatieve strategie snel hun pitstop maakten. Dat zou uiteindelijk geen effect hebben, want halverwege keerde een crash voor Beganovic de hele wedstrijd: eerst werd er weer een VSC-situatie afgekondigd, maar toen alsnog de safety car nodig bleek, misten de eerste drie de ingang van de pitstraat. Daardoor was Crawford – met een harde draai aan het stuur – als eerste binnen. De Amerikaan kreeg zo de leiding op een presenteerblaadje aangereikt.

Sterker nog, Crawford hoefde er niet eens meer voor te racen, want de schade aan de vangrail bij Casino was zo groot dat de race voortijdig werd afgevlagd. Zo bepaalde voor het tweede achtereenvolgende jaar de safety car wie de winnaar van de hoofdrace was. De druiven waren vooral zuur voor Leo Fornaroli, die opnieuw naast een overwinning greep en verder door het leven moet gaan als ‘Mr Consistency’. Achter Fornaroli kreeg Montoya vervolgens zijn eerste F2-podium overhandigd nadat Lindblad – die hem bij de pitstops had ingehaald – vijf seconden tijdstraf kreeg voor te snel rijden in de pitstraat. Een kostbare misser, want zo viel de Red Bull-junior twee plaatsen terug. Browning, die een gat had laten vallen naar Crawford en zo niet van de safety car kon profiteren, harkte met zijn vierde plaats alsnog genoeg punten binnen om Dunne te passeren in het klassement. Verschoor zakte naar de vierde plaats in de tussenstand, achter Fornaroli. Intussen deden de twee VAR-auto’s het hele weekend nauwelijks mee, maar door stug volhouden sleepte het team uit Zeewolde toch nog een handjevol punten uit het vuur.

FIA F2, Monaco, 24-25 mei 2025
Race 1
1. Kush Maini - DAMS - 30 ronden, 44’57.639
2. Gabriele Minì - Prema - 3.705
3. Luke Browning - Hitech - 7.299
4. Jak Crawford – DAMS - 10.493
5. Richard Verschoor - MP Motorsport - 11.257
6. Sebastian Montoya - Prema - 11.937
7. Leonardo Fornaroli - Invicta - 13.234
8. Arvid Lindblad - Campos - 13.766 *
9. Alex Dunne - Rodin - 27.220
10. Ritomo Miyata - ART - 28.677
11. Roman Stanek - Invicta - 31.687
12. Oliver Goethe - MP Motorsport - 31.981 *
13. Max Esterson - Trident - 33.194
14. Amaury Cordeel - Rodin - 43.613
15. Dino Beganovic - Hitech - 47.785
16. Sami Meguetounif - Trident - 1'01.058
17. Victor Martins - ART - 1'03.597
18. Rafael Villagomez - Van Amersfoort - 1'11.319
* 10” tijdstraf
Uitgevallen
Pepe Martí
Joshua Dürksen
John Bennett
Cian Shields
Race 2
1. Jak Crawford - DAMS - 16 ronden, 1.04'00"825
2. Leonardo Fornaroli - Invicta - 6"693
3. Sebastian Montoya - Prema - 8"205
4. Luke Browning - Hitech - 12"073 *
5. Arvid Lindblad - Campos - 12"284
6. Kush Maini - DAMS - 17"227
7. Roman Stanek - Invicta - 19"392
8. Rafael Villagómez - Van Amersfoort - 21"711
9. Oliver Goethe - MP Motorsport - 37"965
10. John Bennett - Van Amersfoort - 50"541
11. Cian Shields - AIX - 1'03"075
12. Amaury Cordeel - Hitech - 1 ronde
13. Sami Meguetounif - Trident - 1 ronde *
* 5" tijdstraf
Uitgevallen
Dino Beganovic
Joshua Dürksen
Alex Dunne
Victor Martins
Richard Verschoor
Gabriele Minì
Ritomo Miyata
Pepe Martí
Max Esterson
Stand kampioenschap
1.Browning 70; 2.Dunne 67; 3.Fornaroli 64; 4.Verschoor 59; 5.Crawford 56; 6.Lindblad 51; 7.Martí 41; 8.Martins 33; 9.Beganovic 29; 10.Minì 20; 11.Montoya 18; 12.Maini 15; 13.Goethe 13; 14.Stanek 12; 15.Dürksen 11; 16.Villagómez 5; 17.Miyata 3; 18.Meguetonif 1.