Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
RETRO

Retro: Wrigley en Briggs verdelen F1-eer op Hockenheim

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Regerend kampioen Matt Wrigley is goed weggekomen uit Hockenheim met een eerste en tweede plaats in de twee Masters Racing Legends-races voor F1-auto’s uit het 3-liter-tijdperk. Op zondag moest de Brit zich echter gewonnen geven aan Warren Briggs, die verrassend zijn allereerste F1-overwinning in de wacht sleepte. De paddock en de tribunes van Hockenheim waren afgeladen met Duitse autosportfans die net zoals op de Nürburgring later dit jaar met liefde hun passie voor het glorieuze (Duitse) autosportverleden komen vieren.

Tekst en foto’s: Mattijs Diepraam

De twee F1-races op het programma bleken beide nogal rommelige affaires, met vijf safety cars en een rode vlag als optelsom over een weekend, waarin relatief veel auto’s de finish niet haalden en soms ook nog tegen elkaar aan reden. Zoals kampioen Wrigley daarom ook na afloop zei: in zulke weekenden is het zaak om je hoofd erbij te houden en de auto heel naar huis te tijden. Op zaterdag deed hij dat vanaf kop, ondanks stevig aandringen van Jamie Constable in net zo’n Tyrrell 011. Achter hen zat Mike Cantillon op het vinkentouw, maar hij kon de twee niet bedreigen. Na een pirouette in de Williams FW08 – voor één keer naar buiten gebracht in plaats van zijn reguliere FW07C – besloot ook hij dat hij beter heelhuids de finish kon halen.

Op zondag mocht Briggs van pole starten op de omgekeerde grid voor de vijf beste coureurs uit race 1. Na een paar ronden aan de leiding moest hij toch het voortouw geven aan Constable, maar de Nieuw-Zeelander bleef het zijn rivaal lastig maken, terwijl Wrigley met redelijk gemak achter zich hield. Zo goed had Briggs nog nooit gereden, zo erkende hij na afloop ook. Vervolgens kreeg hij ook nog de zege cadeau nadat Constable werd bestraft omdat hij te vroeg op het gas was gegaan tijdens een van de herstarts achter de safety car. Het was de eerste F1-overwinning voor Briggs én voor zijn McLaren M29, die destijds geen potten kon breken. Achter Briggs en Wrigley reed Werner d’Ansembourg (Brabham BT49C) dwars door het veld naar een derde plaats. Voor de Belg maakte dat iets goed van zijn pech op Paul Ricard en eerder in het weekend op Hockenheim.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onder de pre-78-auto’s waren Ewen Sergison en zijn Surtees TS9B alle concurrenten te snel af. De Surtees is de enige pre-72-auto in het veld, maar toch wist Sergison twee keer alle nieuwere auto’s voor te blijven. Beide keren werden die aangevoerd door Martin Bullock in de Williams FW06, terwijl Peter Williams (Lec CRP1) op zaterdag opklom naar de derde plaats. Williams behoorde op zondag tot de vele uitvallers, zodat Toni Seiler (Shadow DN1) de laatste podiumplaats voor zich kon opeisen.

Sergison sloeg bovendien twee keer zijn slag in de races van de Historic Grand Prix Car Association voor GP-auto’s tot 1966. In zijn Lotus 16 won hij de zaterdagrace voor de auto’s met de motor voorin, waarna hij op zondag naar een vijfde plek algemeen (en de klassewinst) reed in de gecombineerde race voor alle auto’s. Beide keren reed hij zijn Maserati-concurrenten op afstand, aangevoerd door de 250F van Guillermo Fierro. Ook Rüdi Friedrichs zegevierde twee maal in zijn Cooper T53. Op zaterdag reed de Duitser naar de winst in de race voor alleen de auto’s met de motor achter de coureur, op zondag won hij ook de grote combinatierace. Beide keren waren de Brabhams van Tim Child en Michel Kuiper zijn sterkste tegenstanders. Kuiper moest op zaterdag opgeven, zodat Mark Shaw derde kon worden in diens Lotus 21, maar kwam sterk terug op zondag. Even had hij de tweede plaats in handen toen hij Child in het verkeer wist te verschalken, maar een ronde later lag de BT3/4 van Child toch weer voor de BT4 van Kuiper.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Echt een F1-klasse is het niet meer, met slechts drie F1-auto’s nog in het veld, waarvan de relatief recente Toro Rosso STR1 van Ingo Gerstl ook nog rondjes rijdt om zijn concurrenten. De echte spanning in beide BOSS GP-races moest dus komen van de vele GP2- en FR3.5-auto’s in het veld. Harald Slegelmilchs en Simone Colombo verdeelden uiteindelijk de resterende algemene podiumplaatsen, de Let in zijn ex-World Series by Renault Dallara T12, de Italiaan in een Dallara GP2-11.

In beide Formule Junior-races voor de Europese Lurani Trophy streden Danny Baker (Lotus 27), Marco Werner (Lotus 22), Manfredo Rossi (Lotus 22), Mark Shaw (Brabham BT6) en Lee Mowle (Lotus 20/22) beide dagen om de prijzen. Werner versloeg Baker op zaterdag, waarbij Rossi en Shaw als achtervolgers werden gelost. Op zondag bleek Rossi de beste in zijn duel met Baker, terwijl Mowle en Shaw niet ver achterbleven. Floris-Jan Hekker won twee keer zijn klasse met de Rayberg FJ en duelleerde twee races lang met de Taraschi van Daniele Salodini om de eer van beste Formule Junior met de motor voorin. De Italiaan won beide keren nipt.

In de twee HRA-races om de ADAC Graf Berghe von Trips Pokal ging de hoofdprijs op zaterdag naar een Brabham B36, de oudere F2 van Luciano Arnold, wat misschien logisch was in een veld van F3’s, FF2000’s en Opel Lotus-auto’s. Maar de veel jongere Dallara-Alfa Romeo F386 van Volker Böhm wist de F2 van Arnold op zaterdag toch af te troeven. Patrick Andriessen was de Nederlandse vertegenwoordiger in het veld en deed zoals gebruikelijk voorin mee. Zijn Ralt-Alfa RT3 wist op zaterdag de race helaas niet te voltooien, maar de volgende dag vocht Andriessen zich knap terug naar een vierde plek.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Jamie Constable ging er twee keer met de overwinning vandoor in de Masters Endurance Legends. Zijn Zytek 04S was de enige LMP zonder handicaps, nadat de Zytek 09S van Keith Frieser de test van donderdag niet had overleefd. Constable moest het daardoor opnemen tegen de professionals in de ENSO CLM-P1 (Christophe Bouchut) en de Corvette DP (Matteo Ferrer/Alex Müller), beide gehandicapt door tijdstraffen tijdens de pitstops vanwege de status van hun coureurs. De voormalige Daytona Prototype van Wayne Taylor Racing was door de dubbele tijdstraf kansloos voor de overwinning, terwijl Bouchut op zaterdag moest uitvallen en op zondag zichzelf in de voet schoot met een verzameling aan aanvullende tijdstraffen voor track limits en een valse start. De GT-winst ging twee naar de Bentley Continental GT3 van Witt Gamski/Ross Wylie, Andy Parry en Ben Clucas deelden de snelste Ligier LMP3.

Meer prototypes kwamen naar buiten in de Prototype Cup Germany, waarin de prijzen werden verdeeld tussen Valentino Catalano en Mattis Pluschkell/Maksymilian Angelard, allebei in een Duqueine.

Ook voor Rüdi Friedrichs kon het weekend niet op, want hij voegde de winst in de Masters Gentlemen Drivers aan zijn twee HGPCA-overwinningen toe. In zijn AC Cobra hield hij aan het slot een halve seconde over op de Lotus 15 die werd gedeeld door Jakob Viggo Holstein en Horatio Fitz-Simon. Na bij de start twee plekken te hebben verloren, lag Holstein terug aan de leiding toen hij de Lotus aan Fitz-Simon overhandigde. Die moest echter een extra pitstop maken omdat hij inmiddels in een bad van koelwatervloeistof zat – water dat zijn koelende werk dus niet meer deed! Toen dat was bijgevuld, joeg een ontketende Fitz-Simon achter de eveneens in deze pre-66 GT-klasse debuterende Friedrichs aan, om slechts één bocht te kort te komen. Michiel Campagne maakte in zijn Chevrolet Corvette Grand Sport ook kans op de overwinning, maar gaf zijn achtervolging tegen het einde op. Hij werd alsnog derde. Vader en zoon Rob en Dante Rappange wonnen in hun Porsche 904 de C1-klasse en werden verdienstelijk zesde algemeen.

De tribunes waren vanzelfsprekend afgeladen voor de twee lokale hoogtepunten: de DRM Revival en het Golden Ära-toerwagenkampioenschap. Daniel Schrey liep in zijn Porsche 935 K3 twee keer eenvoudig weg met de DRM-winst, in twee races waarin ook Coen Vink in zijn BMW 528i meestreed, maar in de Golden Ära-races ging het er vooraan feller aan toe. De Audi 200 quattro’s van Anton Werner en Altfrid Heger maakten de dienst uit, maar ook Kris Nissen (BMW E30 M3), Yannik Trautwein (BMW E36 320i STW) en Sebastian Asch (Ford Sierra RS500) streden om de prijzen mee. Werner, Nissen en Trautwein bezetten op zaterdag het podium, Heger, Nissen en Asch kregen op zondag de bokalen uitgereikt.

Ko Koppejan was de beste Nederlandse vertegenwoordiger. In race 1 finishte hij Mercedes 190 evo als achtste, net voor de Vink M3 van Mark Verhaegh, nadat beiden diverse plaatsen hadden goedgemaakt. De volgende dag reikte Koppejan tot de 11e plaats, wederom met Verhaegh in zijn kielzog.

Alle uitslagen op een rij
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet