Formule 1: Oud-teambaas Eddie Jordan (76) overleden

De legendarische F1-teambaas Eddie Jordan is vanochtend in Kaapstad in het bijzijn van familie en vrienden overleden. Hij werd 76 jaar. Jordan leed al langere tijd aan prostaatkanker en wist dat zijn einde eraan zat te komen. De Ierse oud-coureur was een typische ‘garagiste’ die in het tijdperk van Max Mosley en Bernie Ecclestone groot werd, na de stappen te hebben doorlopen van F3 en F3000 naar de Formule 1. Hij wist zijn team uit te bouwen tot Grand Prix-winnaar, om het daarna door te verkopen en een tweede F1-carrière te beginnen als mediafiguur en analist. Vier decennia lang was hij daardoor een markant gezicht in de F1-paddock.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Willem J. Staat
Net als vele F1-teambazen van zijn generatie begon Jordan zijn autosportcarrière als coureur, om vervolgens te ontdekken dat zijn grootste verdiensten niet zozeer op de baan lagen, maar ernaast. Net als Frank Williams voor hem en Christian Horner na hem was hij zeker niet onverdienstelijk als coureur, met titels in de Ierse Formule Ford- en Atlantic-kampioenschappen op zijn naam, maar eenmaal op internationaal niveau miste hij net het talent om het verder te schoppen dan de Formule 2.
Met Eddie Jordan Racing sloeg hij vanaf 1980 een nieuwe weg in, in eerste instantie in de Formule 3. Dankzij coureurs als David Leslie, James Weaver, Martin Brundle, Johnny Herbert en Mika Salo behoorde EJR al snel tot de topteams in de klasse. Jordan pakte het daarbij meteen serieus en professioneel aan, maar ook toen was al duidelijk dat hij het tegelijk nooit kon laten om de showman uit te hangen.
Een anekdote van Willem J. Staat uit die periode getuigt van beide kanten: “Ik zag hem meermaals in de Formule 3, eerst als rijder en later als teambaas. Mooie herinneringen aan Eddie die vol met humor zat. Het Britse F3-kampioenschap reed in 1984 op Zolder en Eddie hield bij de ingang van het circuit een welkomstrede voor zijn gasten. Daarvoor stond hij boven op een tafel. Opeens werd iedereen opgeschrikt door een enorme klap: zijn rijder Harald Huysman had de gesloten slagboom totaal niet gezien. De Noor reed er dwars doorheen en sloeg daarna met zijn Ford Fiesta over de kop. Eddie bleef onbewogen. ‘Well, that’s my driver, ladies and gentlemen. Hopefully tomorrow he will be doing better.’ Zonder ook maar één grijns te vertrekken.”
Door het F3-succes ontstonden al snel plannen om uit te breiden naar de Formule 3000. Met Herbert, Martin Donnelly, Eddie Irvine en Jean Alesi volgden ook daar snel de successen – met Alesi in 1989 zelfs de titel. In dat jaar kwam Reynard-ontwerper Gary Anderson over naar het team en samen smeedden de twee het plan om naar de Formule 1 over te stappen. Jordan Grand Prix was geboren.
Als zijn eerste proeve van bekwaamheid tekende Anderson de 191, een ontwerp dat nog altijd in menig top-tien van mooiste F1-auto’s aller tijden voorkomt. Jordan wist 7-Up te strikken als hoofdsponsor, om vervolgens een magistraal debuutseizoen af te leveren waarin het fabelachtige debuut van Michael Schumacher en diens directe vertrek naar Benetton een pikante voetnoot vormden. Opvallender waren de vijfde plaats in het constructeurskampioenschap en de negende plaats in het rijderskampioenschap voor routinier Andrea De Cesaris.

Na het glorieuze debuutseizoen volgden twee moeizame seizoenen met Yamaha- en Hart-motoren, maar met Rubens Barrichello en Eddie Irvine braken nieuwe tijden aan. Langzaam klom het team weer omhoog, om met de komst van nieuwe hoofdsponsor Benson & Hedges en met Ralf Schumacher, Heinz-Harald Frentzen en Damon Hill tot de top door te dringen. In 1999 mocht Frentzen zelfs even van de titel dromen.
In de jaren erna trad het verval echter in, ondanks de inspanningen van talentvolle coureurs als Giancarlo Fisichella, Jarno Trulli en Nick Heidfeld. Het geldgebrek werd daarbij steeds nijpender, niet geholpen doordat het team in 2001 Vodafone als nieuwe hoofdsponsor misliep. Het telefoonbedrijf koos in plaats daarvan voor Ferrari. Jordan sleepte Vodafone voor de rechter, maar verloor de rechtszaak glansrijk. Het team kwam die klap niet meer te boven. Jordan moest daardoor de tweede auto aan minder talentvolle coureurs gunnen, zoals Zsolt Baumgartner en Ralph Firman Jr.
In 2005 raakte Jordan vervolgens zijn motorendeal met Ford kwijt. Hoewel Toyota hem uit de brand hielp, was het pleit al beslecht: Bernie Ecclestone arrangeerde de verkoop aan de Midland Group, waarna Jordans team een kat met negen levens in de Formule 1 werd: met Midland, Spyker, Force India, Racing Point en Aston Martin zijn daar inmiddels al vijf van opgebruikt. Het geheel vernieuwde hoofdkwartier van Aston Martin F1 staat nog altijd op dezelfde plek naast het circuit van Silverstone waar Jordan Grand Prix ooit was begonnen.
In 2009 keerde Jordan terug in de paddock als BBC-analist. Ook werd hij F1-columnist voor diverse media. Sindsdien bleef fungeren als een spin in het web tussen alle grote namen in de Formule 1. Regelmatig had Jordan zo een primeur te gunnen aan de Britse F1-media. In zijn vrije tijd was Jordan een fervent drummer, die speelde in zijn eigen band met de welluidende naam V10. Ook tijdens Bavaria City Racing klom de Ier het podium op. Daarnaast ging zijn betrokkenheid als voetbalfan verder dan als kijker: er was sprake van een overname van Coventry City, terwijl hij ook aandeelhouder van Celtic werd. Zijn boterham verdiende hij intussen door te investeren in vastgoed, luxejachten en de gaming-wereld.