Formule 1: Vooruitkijken met Viaplay naar nieuw F1-seizoen en de volgende Nederlandse F1-coureur

Het nieuwe F1-seizoen staat voor de deur: komende maandag stappen alle belangrijke hoofdrolspelers op het vliegtuig naar Australië voor de openingsrace op het circuit van Albert Park in Melbourne. De Nederlandse zendgemachtigde Viaplay wilde graag met al zijn presentatoren en analisten vooruitkijken op de seizoensstart en nodigde daarvoor de Nederlandse autosportpers uit op het circuit van Zandvoort. Nadat we alle uitspraken – waaronder die van een inbellende Max Verstappen – tot ons hadden genomen, stelden we onze eigen vraag: waar komt de volgende Nederlandse Grand Prix-coureur vandaan en zijn de omstandigheden daar wel zo geschikt voor? Tom Coronel, Nelson Valkenburg en Melroy Heemskerk gaven vanuit hun eigen achtergrond antwoord.
Tekst en foto’s: Mattijs Diepraam
De centrale F1-presentatrice van Viaplay, Amber Brantsen, trapte de bijeenkomst af met William Linders en Marco Zwaneveld, respectievelijk de nieuwe CEO en Head of Sports bij de abonneezender. Zij vertelden over een opgepoetste F1-programmering, die daarna stap voor stap uit de doeken werd gedaan. Zo is er komend seizoen meer ruimte voor talkshows en het circus om de sport heen, waarvoor onder meer Rob Kamphues van Ziggo overkwam. Samen met Tom Coronel gaat hij op maandag het land in met een foodtruck om aan de praat te raken met Nederlandse F1-fans, terwijl zij op woensdag het nieuwe programma 'VROOOOOM' gaan presenteren, met daarin ook Indy Dontje als nieuwe analist. Allard Kalff en Kees van de Grint keren samen met Anne-Greet Haars terug met hun maandagse programma ‘In de slipstream’.
Daarna mochten de analisten hun gedachten laten gaan over het komende F1-seizoen, te beginnen met Giedo van der Garde, Christijan Albers en Red Bull-simulatorcoureur Rudy van Buren over de strijd tussen McLaren en Red Bull. Zij hoopten dat Red Bull in de loop van het seizoen nog een goede ontwikkelingsslag zou maken, maar zagen de kaarten voorlopig bij McLaren liggen.

Een later inbellende Max Verstappen was het daarmee eens: “Werk aan de winkel”, was diens eerste reactie op de vraag hoe hij op de collectieve F1-test in Bahrein terugkeek, om het gesprek vervolgens af te sluiten met nog meer helderheid. “Op dit moment één!” zo beantwoordde hij de vraag hoeveel teams in Melbourne meteen vooraan zouden meestrijden: namelijk het team in het oranje. “Oranje is wel een mooie kleur, maar zoals ik zei, wij hebben werk aan de winkel. Ook andere teams zoeken naar nog wel wat verbetering. Maar terugkijkend is het één team dat duidelijk vooraan staat.”
“Het ging in Bahrein nog niet helemaal soepel”, was Verstappens uitleg daarover. “Ik denk dat we er zelf misschien een heel klein beetje meer van hadden verwacht. Als je naar de rondentijden kijkt, is McLaren de favoriet. Aan de andere kant hebben we wel wat ideeën over hoe we ons moeten verbeteren.”

Vervolgens kwamen Mike Hezemans en Ernest Knoors aan het woord over de kansen van Lewis Hamilton bij Ferrari, waarna commentatoren Nelson Valkenburg en Melroy Heemskerk hun licht lieten schijnen over de halve en hele rookies in het veld: Liam Lawson, Ollie Bearman, Jack Doohan, Isack Hadjar, Kimi Antonelli en Gabriel Bortoleto. Van de eerste drie vreesden zij dat die het moeilijk zouden gaan krijgen tegen Verstappen, Ocon en Gasly, waarbij voor Doohan ook nog eens het ‘Zwaard van Colapinto’ boven de Australiër hangt.
Over de drie echte rookies waren zij een stuk positiever. Valkenburg pakt alvast de popcorn erbij met twee heethoofden als Tsunoda en Hadjar in hetzelfde team, maar vanuit Racing Bulls horen zij desalniettemin zeer positieve geluiden over de jonge Fransman met Algerijnse wortels. Als Mercedes het helemaal voor elkaar heeft, zou Antonelli in zijn debuutseizoen weleens kunnen winnen, zo vermoedde Heemskerk vervolgens, al vonden beiden stiekem Bortoleto toch de grootste belofte. Bij het zwakste team, dat wel.

Waarmee we uitkwamen bij de vraag waarvoor we naar Zandvoort waren gekomen: de toekomst van de Formule 1 in Nederland. De Grand Prix houdt na 2026 op te bestaan en Max Verstappen blijft ook niet voor eeuwig in de Formule 1. Hij vertelde vanaf Monza – waar hij aanwezig was bij een test van het pas aangekondigde Verstappen.com-team in de GT World Challenge Europe – dat hij als echte autosportfanaat alle andere vormen van autosport nauw in de gaten houdt: Formule 2 en 3 met de Nederlandse teams MP Motorsport en Van Amersfoort Racing, de diverse GT-kampioenschappen en de Hypercars in het WEC, waarvan bekend is dat hij vroeger of later – wellicht zelfs vroeger – graag ook de uitdaging van de 24 Uur van Le Mans wil aangaan.
Maar waar komt die volgende Nederlandse F1-coureur dan vandaan? Zijn de omstandigheden in Nederland daar wel geschikt voor, zonder enige nationale autosport van waarde? Tom Coronel is de eerste die we daarnaar vragen, met name omdat zijn 14-jarige zoon Rocco op het punt staat om die formuleladder te beklimmen. “Het Verstappen-effect helpt”, zegt hij daarover. “Autosport is hot en dus is het makkelijker om partners en sponsors te vinden. En als je nu naar Nederland kijkt, denk ik dat er genoeg talent rondloopt om het te halen.” Dat er geen Nederlands of Noord-Europees formulekampioenschap meer bestaat, vindt Coronel niet zo’n bezwaar. “Er leiden meer wegen naar Rome. Rocco gaat dit jaar in het Ginetta Junior Championship rijden, omdat hij nog maar 14 is en je pas vanaf je 15e in een F4 mag racen. Als je ver wilt komen in de autosport, moet je gewoon zo jong mogelijk ermee in aanraking komen. Feitelijk zijn de Ginetta’s nu de jongste opstapklasse voor de jeugd. Lando Norris en George Russell hebben het ook gedaan, het is geen verkeerde route.”

Een Nederlander in de Formule 1 is sowieso geen dagelijkse kost, vindt Coronel. “Ik heb het zelf geprobeerd en net een beetje tegen de deur aan zitten te kloppen. Er zijn mensen minder ver gekomen van wie ik 100% dacht dat die de Formule 1 zouden halen. Nederlanders kunnen op zichzelf heel dichtbij komen, kijk naar Richard Verschoor en Nyck de Vries. Dus elke drie jaar is er wel een Nederlander die kans maakt. En weet je, kans maken vind ik al heel wat, want je maakt minder kans om Formule 1 te rijden dan om de Staatsloterij te winnen.”
Ziet hij nog een rol weggelegd voor de twee grote Nederlandse formuleteams? “10 procent van de ladder naar de Formule 1 is Nederlands. Dat is heel bijzonder, dus misschien helpt het een beetje. Maar als je kijkt naar Van Amersfoort: daar rijden nu geen Nederlanders. Dan zeg ik: het maakt niets uit. Maar als ik je vertel dat ik er iedere twee weken koffie ga drinken: dan weer wel. En dat Rocco daar al een paar keer in de simulator heeft gezeten: ja, dan ook! Beide teams hebben wel oranje auto’s en dat geeft alweer een Nederlands tintje. Maar verder doen ze het gewoon goed en daar gaat het uiteindelijk om. Het is makkelijker om erover te praten dan om er te komen. Daarvoor moeten alle kleine stukjes samenvallen.”

Hoe zo’n route er dan uitziet? “Alle stappen moeten kloppen. Okee, je ligt er niet meteen uit als je een jaartje even niet scoort. Maar pas als je elk jaar kampioen wordt, ben je hot. Dus dat is het plan voor zo’n beetje alle jonge jongens. Ook voor Rocco ligt het plan klaar, maar het kan altijd een beetje naar links of een beetje naar rechts. Dat moet de toekomst uitwijzen. Uiteindelijk moet je praten in resultaten. Rocco is nu Red Bull-junior en je hebt gehoord wat Helmut Marko over hem zei: ‘Outstanding’. Hij was tijdens de selectie de jongste van iedereen, maar ook de snelste van iedereen. Maar hij is nog helemaal nergens. Het gaat om de groei die hij kan doormaken. Pas in de Formule 3 en Formule 2 word je echt interessant – en dan nog, dan ben je met 11 junioren en er zijn maar twee plekjes.”
Het Viaplay-commentaarduo Nelson Valkenburg en Melroy Heemskerk was erbij toen het Nederlands kampioenschap Formule Ford werd opgedoekt. Hun bakermat én hart liggen nog altijd bij die klasse, maar hoe zinvol zou zo’n opstapklasse nog voor Nederland zijn? “Natuurlijk missen we die klasse”, zegt Heemskerk nadat we even apart zijn gaan zitten in een van de lounges aan de Marcel Albers-straat. “Maar stel, je wordt kampioen: wat dan? Toen wij nog Formule 4 deden, ging het om budgetten van 100.000 euro of meer. Formule 3 kost nu 1,6 miljoen. Hoe kun je die sprong maken? Dat is eigenlijk niet te doen. Dus je moet heel handig zijn met sponsoring of een rijke familie hebben en dan ook nog talent hebben. In die zin wordt het er niet makkelijker op.”

“De nationale autosport is inderdaad op sterven na dood”, zo haakt Valkenburg daarop in. “Maar de grap is dat de groep die de Formule 1 wil bereiken, er toch wel komt. Al in de internationale karting zijn er al zoveel jongens en ook meiden opgepikt door F1-juniorprogramma’s. Wat dat betreft is de formuleladder gezonder dan ooit. Als je nu in Nederland iets wilt opstarten, moet het relevant zijn: je moet tegen andere F1-junioren kunnen rijden en punten voor je superlicentie kunnen halen, anders val je niet op. Alles wat we in Nederland op kleine schaal doen, is eigenlijk alleen voor de coureurs die niet het budget hebben om vier of vijf ton aan Formule 4 in Italië of Spanje uit te geven. Dan heb je feitelijk alleen de rijders aan de start die het toch al niet gaan redden. Die schifting wordt nu gewoon op jongere leeftijd al gemaakt. Daarom is de nationale autosport niet relevant meer. Als je ambitie hebt, ga je gelijk naar het buitenland.”
“Het zou hooguit kunnen schelen als je hier een beetje in de luwte zou kunnen debuteren, zodat je wat meer bent klaargestoomd voor de Italiaanse of Spaanse Formule 4. Dan heb je meer meters achter de kiezen en sta je daar meteen klaar”, zo oppert Heemskerk over een mogelijke hergeboorte van een Noord-Europees F4-kampioenschap. Maar ook die route sluit Valkenburg vakkundig af. “Maar dat gebeurt al in het karten en in het testen daarna. En weet je wat je dan meteen zult zien gebeuren? De jongens met budget gaan dat Noord-Europees kampioenschap er gewoon bij doen, om zo weer meer kilometers te maken. Dan sta je als Nederlands talent alsnog achter.”

Valkenburg somt vervolgens de drie sleutelingrediënten op om succesvol de formuleladder te beklimmen: “Je hebt budget nodig, je moet de juiste connecties hebben en je moet áltijd snel zijn. Zelfs als karter kun je je geen half seizoen veroorloven dat je ernaast zit. En als je ziet hoeveel geld er in Formule 4 wordt uitgegeven, het is bizar. En het zit allemaal vol en het is allemaal van tevoren betaald.” Ook Heemskerk liep destijds vast op het financiële plaatje. “Ik heb al gauw mijn aandacht verlegd naar de sportscars en de GT’s omdat de kans daar alweer groter is. Maar met de goud-, zilver- en brons-statussen van tegenwoordig lig je alweer uit als je een goud-status krijgt.”
Ook Valkenburg en Heemskerk vragen we naar de rol die MP en VAR kunnen spelen. “Het is niet aan MP of aan Van Amersfoort om jong talent uit Nederland te stimuleren. Dat zijn internationale bedrijven geworden”, zegt Valkenburg. “Zij hebben één taak: de beste auto voor een rijder neerzetten, of het nou een Pool, een Engelsman of een Nederlander is.” In een bepaald opzicht maken de twee het wel iets makkelijker, vindt Heemskerk. Hij is het op dat vlak met Coronel eens. “Als je vanuit de karting komt en Formule 4 wilt gaan doen, zul je misschien eerder een belletje doen naar MP en Van Amersfoort. Je komt gewoon makkelijker in gesprek. Maar voor de rest? Geen korting omdat je Nederlander bent!”

En is de kans op een volgende Nederlandse Le Mans-winnaar wellicht groter dan op een volgende Nederlandse F1-coureur? Veel Noord-Europeanen zien we tenslotte al vroeg de stap opzij doen naar de sportscars – zo ook Job van Uitert, die jarenlang werd begeleid door Valkenburg. “Zelfs daar zie je hetzelfde gebeuren”, riposteert Valkenburg. “Het is zo lastig om nu een Hypercar-zitje te vinden. Je moet al zó vroeg connecties hebben bij Porsche, bij BMW, bij Mercedes. Job wint elk jaar races in de ELMS, stond vorig jaar op het podium op Le Mans, wint Daytona – al raakte hij die zege later kwijt – en heeft Petit Le Mans gewonnen. Maar omdat hij niet vanuit een GT-programma connecties heeft bij de fabrieksteams, lukt het hem niet om de stap naar de Hypercars te maken. Dat is dezelfde dynamiek."
"Maar wie weet hoe het voor Nederland in de Formule 1 gaat lopen – er lopen echt een paar snelle karters rond die al bij een F1-juniorprogramma zitten: Rocco Coronel bij Red Bull, Dean Hoogendoorn bij Williams. Met een paar goede beslissingen en seizoenen kunnen ze er zomaar zijn. En toch, Formule 1 blijft altijd een beetje hopen…”