Retro: Wrigley en d’Ansembourg historische F1-winnaars in Brno

Matt Wrigley (Tyrrell 011) en Werner d’Ansembourg (Brabham BT49C) hebben de buit verdeeld tijdens de twee historische F1-wedstrijden op de Brno Grand Prix Revival. Will Nuthall (Cooper T53) en John Spiers (Maserati 250F) schreven elk hun races voor de GP-auto’s tot 1966 op hun naam.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Brno Grand Prix Revival
Wrigley profiteerde op zaterdag van de pech voor Oli Webb, die met de Arrows A3 van pole was gestart maar moest opgeven met een lekke band. De Brit kreeg teamgenoten Mike Cantillon in de Williams FW07C en d’Ansembourg junior in de Brabham achter zich aan, waardoor Front Row Racing het gehele podium monopoliseerde. Het team droeg het droomresultaat op aan Colin Bennett, hun teambaas die thuis op zijn sterfbed lag en gisteren is overleden.

Op zondag haalde d’Ansembourg vervolgens het maximale uit zijn nieuwe set banden, door naar een voorsprong van tien seconden op Wrigley te rijden voordat de race onder de safety car eindigde na een crash van Cantillon. De voortijdige exit van de Ier schonk Steve Hartley (McLaren MP4/1) de laatste podiumplaats. De pre-78-klasseoverwinningen werden verdeeld tussen James Hanson (Maki F101C) en Peter Williams (Lec CRP1).

De Historic Grand Prix Car Association had zijn pre-66-velden gesplitst in twee races elk voor auto’s met de motor voorin en de motor achter de coureur. Will Nuthall schreef beide races voor de auto’s met middenmotor op zijn naam, maar niet nadat Rüdi Friedrichs in net zo’n Cooper T53 op zaterdag op de baan had gezegevierd. Door een tijdstraf vanwege een pikstart kreeg Nuthall alsnog de winst in handen. Bij de oudere auto’s met de motor nog vóór de coureur domineerde John Spiers in de Maserati 250F. Alleen Josef Otto Rettenmaier in de 250F Piccolo wist Spiers op zaterdag nog even voor te blijven, maar daarna keek de Duitser alleen maar tegen de achterkant van Spiers’ Maserati aan.

Ook de Formule Juniors waren meegereisd naar Brno. Clive Richards (Lotus 22) wist beide races met relatief gemak te winnen. Twee keer kreeg hij Philipp Buhofer (Lotus 27) en Rüdi Friedrichs (Lola Mk5A) achter zich aan. Floris-Jan Hekker was de enige Nederlander op het evenement en werd met zijn Raybrig FJ twee keer derde in de klasse voor Juniors met de motor voorin.

Op het Masaryk-circuit kwamen vanzelfsprekend ook de auto’s uit het Oostbloktijdperk in actie, want de voormalige HAIGO (Historische Automobilrennsport Interessengemeinschaft Ostdeutschland, inmiddels omgedoopt tot de ADAC Historic Cup Ost) bracht zowel zijn formuleklasse als zijn toerwagens mee. Nils-Holger Wilms was bij de formuleauto’s twee keer oppermachtig in zijn Melkus M90, maar moest op zaterdag twee ronden voor het einde opgeven. Zo viel de overwinning in de schoot van Martin Kuntze en zijn Estonia 25. Op zondag glorieerde Wilms wel, maar nu was het de beurt aan Kuntze om uit te vallen. Daardoor veroverde Jeanette Siegert met haar Melkus MT-77 de tweede plaats, na een indrukkende opmars uit het achterveld.

Bij de toerwagens was er geen houden aan Jens Herkommer en zijn Skoda 130 RS. De voormalig Oost-Duitser heerste met zijn Tsjechische auto en kreeg op beide dagen Dieter Hoffmann en zijn Lada Samara achter zich aan.

In de Masters Endurance Legends gingen beide overwinningen naar Zyteks. Keith Frieser en Jamie Constable streden beide dagen om het volle pond en verdeelden uiteindelijk de prijzen: op zaterdag won Frieser in zijn Zytek 09S, op zondag kwam Constable in zijn 04S voorbij om de Canadees te verslaan.

Bij de Masters Gentlemen Drivers viel de favoriet na twee derde van de race uit. Met de TVR Griffith van regerend kampioenen John Spiers en Nigel Greensall uit de weg konden de twee Lotus Elans van Hall & Hall naar een mooie dubbel rijden, waarbij ze het aan het slot van de wedstrijd extra spannend maakten voor het publiek. De overwinning ging naar het duo Stephan Joebstl/George McDonald, vóór Philipp Buhofer/Andy Willis.