Retro: F1-dubbelslag voor Wrigley op Brands Hatch

Matt Wrigley heeft zich op Brands Hatch gerevancheerd voor zijn pech tijdens de openingsronde van de Masters Racing Legends voor F1-auto van 1966-’85. In zijn Tyrrell 011 schreef hij beide races op zijn naam, zodat hij weer volop meedoet in het kampioenschap. Tijdens het Masters Historic Festival waren er nog twee andere tweevoudig winnaars te begroeten: Keith Frieser won twee keer in de Masters Endurance Legends, Paul Cope zegevierde twee maal in de Masters Sports Car Legends.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Carlo Senten
Het Masters Historic Festival – een van de twee kampioenschapsronden die Masters Historic Racing zelf organiseert – ging alweer op voor zijn 18e editie, traditiegetrouw in het laatste ‘bank holiday’-weekend van mei, gelijk met de GP van Monaco en de Indy 500. Net zo traditiegetrouw was er sprake van stralend lenteweer. Voor vier van de zes Masters-grids was dit het openingsweekend van het seizoen, maar de F1-auto’s en de recente Le Mans-auto’s uit de Masters Endurance Legends hadden op Paul Ricard al een eerste kampioenschapsronde voltooid.

Daar was Matt Wrigley twee keer uitgevallen met zijn pas van collega James Hagan aangekochte Tyrrell 011, maar op Brands Hatch was hij een stuk gelukkiger. Na een probleemloze vrije training liet hij op zaterdagmiddag de pole noteren, die hij op zondagochtend keurig verzilverde in de eerste race. Daarin kreeg hij wel onverwacht grote tegenstand van Yutaka Toriba, de Japanner die vorig jaar meedeed met een Wolf-Williams FW05, maar nu ook een Williams FW07C heeft aangeschaft. De FW05 kwam op de (niet voor Masters meetellende) wedstrijd op Monaco niet ongeschonden uit de strijd, zodat de FW07C op Brands zijn Masters-debuut maakte. Toriba liet de hele race Wrigley niet los en behaalde zodoende het eerste podium uit zijn Masters-carrière.

In de tweede race later op de dag schreef Toriba helaas minder vrolijke krantenkoppen, toen hij in de openingsfase van de wedstrijd in contact kwam met de leidende McLaren MP4/1 van Steve Hartley. Beide auto’s moesten uitvallen en maakten zo vrij baan voor Wrigley en Simon Fish in de Arrows A4, die ’s ochtends al een derde plaats had gescoord. Daar voegde hij nu een tweede plaats aan toe. De derde plek ging naar Mark Harrison, na een sterk gereden race in de Shadow DN9. Ook voor Harrison was het zijn eerste Masters-podium. De twee overwinningen in de pre-78-klasse werden verdeeld tussen de twee Lec CRP1’s in de wedstrijd: scheidend Masters-baas Ron Maydon won ’s ochtends door Peter Williams te verslaan, maar Williams pakte de middagwinst, ook doordat Maydon niet van start ging. Ewen Sergison, die zijn Shadow DN9A het hele weekend niet goed op gang kreeg, volgde beide keren in het spoor van de Lecs.

In een vrij mager bezet MEL-veld had Keith Frieser het deze keer voor het zeggen in zijn Zytek 09S. Daarbij werd hij geholpen door het feit dat Steve Brooks zijn fraaie, net niet aangekochte DAMS Lola B98/10 tijdens de training in de vangrail zette. Toch kreeg Frieser het in de eerste race nog even lastig, nota bene door toedoen van een LMP3-auto, de Duqueine D08 van jongelingen Jack Fabby en Alfie Briggs, die lieten zien dat de jeugd de toekomst heeft. Met zijn overvloed aan vermogen liet routinier Frieser zich echter niet van de wijs brengen. Ook een andere routinier troefde een duo af dat jonger is dat hijzelf én bovendien over een jongere auto beschikte: Le Mans-veteraan Mike Newton schitterde in de MG Lola EX264 door twee keer naar het podium te rijden en op zondagmiddag ook nog zijn rivalen Andy Cummings en Matt Graham in hun Morgan LMP2 van zich af te houden.

Ook bij de Masters Sports Car Legends waren enkele auto’s niet komen opdagen, maar dat gold niet voor een hele reeks 2-liter-sportwagens die we nog niet eerder hadden gezien bij de Masters. Guy Jeynes Ellis keerde na een pauze van 20 jaar terug met een fraaie GRD 74S, waarin Matt Manderson aanvankelijk het veld aanvoerde in de zaterdagrace, waarna de eigenaar de auto naar de derde plek stuurde. Beide overwinningen gingen naar de March 75S van Paul Cope, een auto die we ook voor het eerst zagen, met op zaterdag in zijn kielzog de Lola T296 van James Claridge. Doordat Manderson op zondag een stop-and-go kreeg, was de GRD voor een hoge klassering uitgeschakeld, maar die plek werd meteen ingenomen door de McLaren M1B van John Spiers en Nigel Greensall. Die auto had de vorige dag pech gekregen, maar reed na een nachtelijke reparatie naar een tweede plaats en de winst in de pre-66-klasse. Die overwinning ging op zaterdag naar de Cooper Monaco ‘King Cobra’ van oudgedienden Keith Ahlers en Billy Bellinger.

De Masters Gentlemen Drivers-wedstrijd voor GT-auto’s tot 1966 werd een spektakelstuk waarmee de eerste wedstrijddag waardig werd afgesloten. Vier TVR Griffiths, aangevoerd door John Davison, zetten aanvankelijk de toon, maar in het tweede deel kwam de kleine Ginetta G4R van Dan Eagling onstuitbaar op, om alle grote auto’s te verslaan. Davison werd tweede, maar de TVR’s van Mike Whitaker en Harry Barton – die de hele wedstrijd strijd voerden – moesten de Shelby Cobra Daytona Coupé van Roy Alderslade en Andrew Jordan aan het slot laten gaan, dankzij een fraaie comeback van meervoudig BTCC-kampioen Jordan.

Een andere grote naam met BTCC-verleden domineerde de gang van zaken bij de Masters Pre-66 Touring Cars. Sam Tordoff is de regerend kampioen in de klasse en opende zijn rekening voor 2024 op de best mogelijke manier, door zijn Ford Falcon van pole naar de overwinning te sturen. Michael Whitaker Jnr was zijn naaste achtervolger in de eerste van de Ford Mustangs, maar die moest aan het slot meer naar achteren kijken, waar de Mustang van John Spiers en Nigel Greensall in aantocht was. Ook in deze race gooide John Davison hoge ogen, nu door als vierde te finishen in nog een Mustang. In de lagere klassen waren glansrollen weggelegd voor Victor Cullen en Nick Swift. De jonge Cullen reed zijn Lotus Cortina naar een vijfde plaats algemeen, terwijl Mini-specialist Swift zijn klasse net zo domineerde en een zesde plaats algemeen liet noteren.

In de twee races voor de Masters GT Trophy, waaraan nu ook oudere GT3-auto’s mogen meedoen, bleek de Lamborghini Huracán Super Trofeo Evo nog steeds oppermachtig. Regerend kampioen Craig Wilkins won de eerste race, maar zijn Super Trofeo had een probleem bij de aanvang van de tweede race, zodat hij die moest laten varen. Daardoor reden Neil Glover en Aaron onbedreigd naar nog een zege voor de Huracán. GT3-auto’s gaven de snelste cup-auto aller tijden wel meer tegenstand dan de Porsche Cup- en Ferrari Challenge-auto’s vorig jaar konden. George Haynes en Adam Sharpe waren op dreef in hun Mosler MT900, terwijl Richard Meins in zijn BMW Z4 GT3 ook een podium pakte.

De zes Masters-grids werden net als vorig jaar aangevuld door de toerwagens uit de jaren zeventig van de Gerry Marshall Trophy, een kampioenschap van de HRDC. De Rover SD1 van Michael Whitaker Jnr bleek daarin het sterkste, al boden de Ford Capri van John Spiers/Nigel Greensall en de Rover van vader Mike Whitaker stevig tegenstand. Greensall bleef aan het slot op drie tienden steken, met in zijn spoor Whitaker Snr en Charles Rainford in nog een Capri.