Retro: Cantillon en Webb openen historisch F1-seizoen met winst op Paul Ricard

Mike Cantillon (Williams FW07C) en Oliver Webb (Hesketh 308) zijn de eerste winnaars van het historische F1-seizoen 2024. De Ier en de Brit grepen hun zeges tijdens Grand Prix de France Historique op Paul Ricard, onder het toeziend oog van onder meer Alain Prost, Gerhard Berger en Jean Alesi. Zo’n 35.000 toeschouwers kwamen op het evenement af, dat qua feestelijkheid dezelfde vibe had als de Historic Grand Prix op Zandvoort.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Carlo Senten
Masters Historic Racing kwam terug naar de tweejaarlijkse historische GP van Frankrijk na de eerdere aanwezigheid op Magny-Cours in 2017 en 2019. De editie 2021 verhuisde naar Paul Ricard, waarna het een jaarlijks evenement werd, nu met Paul Ricard als nieuwe thuisbasis. In 2023 hield de Franse organisator HVM een eigen F1-invitatierace, maar deze keer was voorman Laurent Vallery-Masson erin geslaagd om Masters opnieuw over de streep te trekken, dat het officiële historische F1-kampioenschap voor 3-liter-auto’s tegenwoordig onder de noemer Masters Racing Legends organiseert. Paul Ricard zou daarvan de eerste ronde zijn, Zandvoort is in juni de derde ronde, met daarin hopelijk ook de 'Nederlandse' Boro Ensign N175 die nu wordt bestuurd door Fransman Guillaume Roman.

De verwachtingen waren vooraf niet hoog, want half mei vindt de GP de Monaco Historique plaats, waarvoor doorgaans alles moet wijken. De F1-deelnemers spaarden in de afgelopen jaren steevast hun auto’s voor het kroonjuweel op de kalender, zodat Masters grote moeite had om in de aanloop naar Monaco een startlijst vol te krijgen. Ieders verbazing kon groot worden uitgetekend toen bleek dat er dit jaar 40 inschrijvingen waren voor Paul Ricard – een wereldrecord. Deze keer had iedereen er juist voor gekozen om Paul Ricard als voorbereiding te nemen op Monaco. Wellicht ook logisch, want brokken maken kan op dat circuit met zijn enorme uitloopstroken vrijwel alleen door fouten van tegenstanders.
Die waren er deze keer genoeg, dus alsnog bestond er een risico, maar niemand wilde zich de kans laten ontnemen om deel uit te maken van zo’n historisch groot veld. Door pech in de training, kwalificatie en eerste race reden er uiteindelijk 38 en 36 auto’s in de twee races, maar ook dat waren nog steeds records.

Mike Cantillon was de snelste in de kwalificatie en vanaf pole reed hij op zaterdag overtuigend naar de zege. Daarachter was een mooi duel te zien tussen Werner d’Ansembourg (Brabham BT49) en regerend kampioen Ken Tyrrell (Tyrrell 011), dat uiteindelijk door de jonge Belg in zijn voordeel werd beslecht. Zijn vader Christophe (ook Williams FW07C) vocht daarachter met Martin Stretton (Tyrrell 012), een duel dat pas werd beslist toen Strettons Tyrrell in de laatste ronde begon te haperen.
Professional Oliver Webb finishte uiteindelijk als zevende, maar was wel de dominante winnaar van de pre-78-klasse. In de Hesketh 308 van nieuwe Masters-eigenaar Fred Fatien reed Webb aanvankelijk zelfs tweede algemeen, om daarna toch plekken te verliezen aan het nieuwere materiaal. Het speet Webb na afloop dat hij in de openingsronde toch niet even Cantillon had verschalkt toen het nog kon, maar je kon niet alles hebben, zo zei hij filosofisch.

Toen wist de Brit – die zijn brood verdient als GT-coureur in onder meer het GT Open – nog niet wat er de volgende dag zou gebeuren. In de tweede race greep in eerste instantie Soheil Ayari (Ligier JS21) het initiatief: de Fransman mocht van de eerste rij vertrekken en greep in de tweede bocht de kop, waarna Webb hem al snel volgde. De Franse F3-kampioen van 1996, die eind vorig jaar zijn intrede deed in het historische F1-kampioenschap, had een dramatische vrijdag beleefd: twee keer viel zijn versnellingsbak uit elkaar, zodat hij als allerlaatste moest starten. Na een enorme inhaalrace eindigde hij als tiende, wat hem de volgende dag recht gaf op een plek op de eerste startrij. Al gauw bleek zijn Ligier echter niet het scherpste tempo te hebben: de Fransman zou uiteindelijk terugvallen naar de zevende stek.
Dat schonk Webb een sensationele koppositie voor een pre-78-deelnemer, een feit dat we niet meer hadden meegemaakt sinds viervoudig kampioen Nick Padmore (deze keer niet aanwezig) dat vorig jaar op Hockenheim presteerde. De droom leek uit toen Cantillon vanaf de 11e startplek alsnog de kop overnam, maar de Ier verslikte zich kort daarna in een achterblijver. Zo kreeg Webb de kop opnieuw in handen en deze keer liet hij niet meer los. In een rommelige wedstrijd haalden ook Werner d’Ansembourg en de kampioen van 2022, Steve Hartley (McLaren MP4/1), het einde niet, zodat de resterende podiumplaatsen naar Stretton en Christophe d’Ansembourg gingen.

In de Masters Endurance Legends voor recente Le Mans-prototypes en -GT’s won Steve Brooks (Peugeot 90X) twee keer op rij, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Op zaterdag streed Brooks lang met Christophe d’Ansembourg (Lola-Aston Martin DBR1-2), om vervolgens de zege cadeau te krijgen toen Kriton Lendoudis (Peugeot 908) met defecte hydrauliek moest opgeven. De gefrustreerde Griek zette de volgende dag alles op alles en wist na een machtige inhaalrace vanuit het achterveld koploper Brooks bij te halen, maar die liet dat niet op zich zetten: de Brit vocht terug en heroverde de kop, om Lendoudis vervolgens met een geringe marge te verslaan.
In de LMP2-klasse ging de winst twee maal naar Michael Birch (Ligier JSP2-17), die een Frans duo te snel af was: ELMS-rijder Patrice Lafargue en Ligier-baas Jacques Nicolet (beide in een Ligier JSP2-14 die door Lafargues ELMS-team Idec Sport op de baan werd gebracht). Na jaren won er eindelijk eens geen Ligier JSP3 de LMP3-klasse: jongelingen Jack Fabby en Alfie Briggs – de laatste is een 16-jarige karter – gingen er met de buit vandoor in hun Duqueine D08, het ontwerp dat zijn leven als Norma begon. De GT-overwinningen bleven wel in Frankrijk en werden verdeeld tussen vader en zoon Harry & William Teneketzian (Renault RS01) en Olivier Morihain (Corvette C7.R).

Op een evenement dat het verleden van de Franse GP eerde, was er natuurlijk méér eenzittergeweld. De enige actieve Nederlander op Paul Ricard, Klaas Zwart, reed tijdens de 90s Time Attack die was georganiseerd door oud-F1-team (en nu raceschool) AGS naar een tijd die vele seconden sneller was dan wat iedere Masters-deelnemer was gelukt, maar met zijn Jaguar R5 had hij daar ook het materiaal voor. Zijn sterkste tegenstander bleek oud-FIA F3-coureur Dorian Boccolacci, maar die moest het met een Dallara-Renault T05 uit het tijdperk van de World Series by Renault doen. Verder reden vele oude F1-auto’s demonstraties, zoals een McLaren-Honda MP4/7 van Senna, waarvoor Gerhard Berger was uitgenodigd, en de McLaren M29B waarin Alain Prost zijn F1-debuut maakte. De viervoudig wereldkampioen was eregast en ging er zelf de baan mee op.

Paul Ricard zag tevens de première van de F2 en F3 Interseries, twee fusiekampioenschappen van de Britse en continentale kampioenschappen die respectievelijk werden georganiseerd door de HSCC en HVM. Beide historische klassen hadden de laatste jaren te maken met teruglopende velden, zodat de Britten en Fransen besloten om samen één Europese kalender op te stellen. Een wijs besluit, maar toch viel de aanloop wat tegen, vooral vanuit Engeland. In de F2 kwamen 12 auto’s opdagen, waarvan de minderheid Brits. Het F3-veld was royaler gevuld, maar van de 23 auto’s kwam er maar eentje over het Kanaal.

Wolfgang Kaufmann (March 782) won redelijk eenvoudig beide F2-races, met alleen enige tegenstand van Manfredo Rossi (March 762). Evenementorganisator Vallery-Masson werd op zaterdag zelf derde in zijn March 77B, een Atlantic-auto, maar viel op zondag uit. Zo kon de Belg Matthias Devis – zoon van de historische evergreen Marc Devis – op zijn F2-debuut meteen een podium pakken, ook in een March 782.

Beide F3-races draaiden uit op een vinnig duel tussen Frédéric Rouvier (Chevron B38) en Davide Leone (March 783), waarbij Rouvier op zaterdag zegevierde en Leone op zondag de rollen omdraaide. Op beide dagen werd Manfredo Rossi (Martini MK34) op respectabele afstand derde.

Op zaterdagavond werd het programma afgesloten met een langeafstandsrace voor prototypes en GT’s van de jaren zeventig tot en met 2000. Na 200 km ging de overwinning naar een trio bekende namen: Jean Alesi, Jean-Pierre Richelmi en Philippe Gache reden met hun Porsche 934 Turbo tegen zonsondergang de winst naar huis.

Later in de week doen we uitgebreid de groeten uit Paul Ricard.
Alle uitslagen op een rij