Sportscars: Sims/Derani IMSA-kampioen na turbulente finale, tweede plaatsen Van der Zande en Van der Garde in Motul Petit Le Mans

De IMSA-titel voor Alexander Sims (vooraan links) en Pipo Derani (rechts) van Whelen-Action Express-Racing
Colin Braun. Tom Blomqvist en Helio Castroneves bezorgden Meyer Shank Racing met winst in de 26e editie van Motul Petit Le Mans een mooi afscheid van het team uit de hoogste divisie van het IMSA WeatherTech SportsCar Championship. Braun werd als winnaar afgevlagd, net voor Renger van der Zande, die samen met Sébastien Bourdais en Scott Dixon met de Chip Ganassi Racing-Cadillac als tweede werd geklasseerd. Pipo Derani en Alexander Sims eindigden met de Whelen-Action Express-Cadillac als zesde en wonnen daarmee de IMSA-titel. Ook in LMP2 greep een Nederlander net naast de zege: hier moest Giedo van der Garde in de nummer 35-TDS Racing-Oreca zijn meerdere erkennen in Ben Hanley, die samen met George Kurtz en Nolan Siegel in de CrowdStrike-Oreca de winst behaalde. De titel was voor Ben Keating en Paul-Loup Chatin, die samen met Alex Quinn in de PR1/Mathiasen Motorsport-Oreca als derde eindigden. De GTD-Pro-winst ging naar de WeatherTech-Mercedes van Daniel Juncadella, Jules Gounon en Maro Engel, terwijl Lexus-rijders Jack Hawksworth en Ben Barnicoat ondanks een uitval de titel wonnen. De GTD-titel was al zeker voor Paul Miller-BMW-rijders Bryan Sellers en Madison Snow, de klassezege in de slotreace ging naar de Forte Racing Powered by USRT-Lamborghini van Loris Spinelli, Misha Goikhberg en Patrick Liddy.
Tekst: René de Boer (X: @renedeboer)
Foto’s: IMSA, Porsche
De laatste race van het seizoen was zoals zo vaak goed voor volop tumult en flink wat schade, waarbij ook diverse titelkandidaten hun kansen in rook zagen opgaan. Zo werd de Porsche van Nick Tandy en Mathieu Jaminet, die ditmaal samen reden met Laurens Vanthoor, in het tweede uur uitgeschakeld toen Dennis Andersen in de High-Class-Oreca in de fout ging, vervolgens Charlie Scardia in de Triarsi Competizione-Ferrari raakte, die op zijn beurt weer de Inception Racing-McLaren met Brendan Irirbe en de Porsche met Tandy raakte. Tandy kon nog wel terug naar de pits, maar de uitval was een feit nadat Laurens Vanthoor later nog een keer van de baan raakte.

Geen titelsucces voor Porsche
Met nog iets meer dan een uur te gaan kwam het tot een botsing tussen Pipo Derani in de Action Express-Cadillac en Filipe Albuquerque in de WTR-Acura, beide in de strijd om de tweede plaats in de race en de titel. Albuquerque moest na de zware klap naar het ziekenhuis voor controle, Derani kon de race voortzetten en ontliep een straf van de wedstrijdleiding. Vooraan had Colin Braun in de Meyer Shank Racing-Acura de leiding in handen en reed onder geel naar de overwinning, nadat de wedstrijd kort na een herstart met noz vijf minuten te gaan weer was geneutraliseerd omdat de Wright Motorsports-Porsche van Jan Heylen in brand was geraakt. Zo konden Braun, Blomqvist en Castroneves de overwinning vieren, de derde seizoenszege voor het team na de nogal beladen overwinning in Daytona en het succes in Mosport. Meyer Shank Racing verlaat nu het toneel van de sportwagenracerij om zich volgend jaar volledig te kunnen concentreren op het IndyCar-programma.
Renger van der Zande, Sébastien Bourdais en Scott Dixon kenden in de nummer 01-Chip Ganassi Racing-Cadillac ook een uitstekende wedstrijd en hadden lange tijd de leiding in handen, maar met de neutralisatie aan het einde kon slotrijder Van der Zande geen poging meer wagen om alsnog de overwinning binnen te halen. Bovendien reed hij al 90 minuten na de laatste tankbeurt, waardoor het krap werd met de brandstof. Dankzij de tweede plaats van het team won Cadillac de merkentitel in het IMSA-kampioenschap.
De derde plaats in de race was voor de Proton-Porsche van Harry Tincknell, Gianmaria Bruni en Neel Jani. Ze voerden een trio van Porsches op de plaatsen drie tot en met vijf aan, want de fabrieks-Penske-Porsche van Matt Campbell, Felipe Nasr en Josef Newgarden werd vierde, terwijl de JDC-Miller Motorsports-Porsche van Tijmen van der Helm, Mike Rockenfeller en Jenson Button als vijfde werd geklasseerd. Daarachter eindigde de Action Express-Cadillac van Pipo Derani, Alexander Sims en Jack Aitken als zesde, genoeg voor Derani en Sims om de titel binnen te halen.
In LMP2 was de overwinning voor Ben Hanley, Nolan Siegel en George Kurtz in de CrowdStrike by APR-Oreca, net voor de nummer 35-TDS-Oreca van Giedo van der Garde, John Falb en Josh Pierson. De derde plaats voor de PR1/Mathiasen Motorsports-Oreca van Ben Keating, Paul-Loup Chatin en Alex Quinn was voor Keating en Chatin voldoende voor het winnen van de titel, nadat de voornaamste rivalen, Mikkel Jensen en Steven Thomas in de nummer 11-TDS-Oreca, in het zevende uur van de race waren uitgevallen vanwege een crash van Jensen.
De zege bij het laatste LMP3-optreden in de IMSA-serie was voor de nummer 30-Jr III Racing-Ligier van Dakota Dickerson, Garett Grist en Bijoy Garg, nadat Grist in het laatste halfuur in botsing was gekomen met Felipe Fraga in de nummer 74-Riley-Ligier. Fraga moest daarop nog een keer de pits in en eindigde vervoglens als derde in de klasse, maar zijn teamgenoot Gar Robinson was al zeker van de titel. De tweede plaats in de race ging naar het AWA-trio Fidani/Bell/Kern. Glenn van Berlo, die vanaf pole-position met de Andretti Autosports-Ligier de beste uitgangspositie had, haalde met zijn teamgenoten de eindstreep niet.

GTD-Pro-zege voor de WeatherTech-Mercedes van Juncadella, Gounon en Engel (vlnr)
In GTD-Pro zorgden Daniel Juncadella, Jules Gounon en Maro Engel met de WeatherTech-Mercedes-AMG GT3 voor de vierde overwinning van het seizoen voor het team, dat gerund wordt door het Duitse Proton Competition. Juncadella wist zich in een spannende slotfase Kévin Estre in de Pfaff Motorsports-Porsche van het lijf te houden. Estre, Patrick Pilet en Philipp Eng eindigden als tweede bij het laatste optreden met Porsche van het Canadese team, dat volgend jaar overstapt naar McLaren. De derde plaats in de klasse was voor de Risi Competizione-Ferrari van Alessandro Pier Guidi, Daniel Serra en Davide Rigon, die achter drie GTD-auto’s finishten. Ben Barnicoat en Jack Hawksworth, die ditmaal de Vasser Sullivan-Lexus deelden met Kyle Kirkwood, waren door te starten al zeker van de titel, maar haalden de eindstreep niet na een flinke crash van Barnicoat. Ook voor de Corvette was er geen succes weggelegd: aan de leiding rijdend viel Tommy Milner in het zesde uur uit met een motordefect.
De GTD-zege ging naar de US RaceTronics-Lamborghini van Loris Spinelli, Misha Goikhberg en Patrick Liddy, ondanks maar liefst drie straffen, twee voor aanrijdingen en een voor een overtreding bij een pitstop. De Wright Motorsports-Porsche van Jan Heylen, Ryan Hardwick en Zach Robichon leek lange tijd op weg naar de tweede plaats, totdat de auto met Heylen aan het stuur met nog vijf minuten te gaan vlam vatte, wat tot de twaalfde en laatste neutralisatie in de wedstrijd leidde. Zo ging de tweede plaats naar de Turner-BMW van Gallagher/Foley/Dinan, terwijl de andere Wright Motorsports-Porsche met Brynjolfson, Hindman en Root het team toch nog een podiumplaats bezorgde. Indy Dontje werd samen met Russell Ward en Philip Ellis in de Winward-Mercedes als negende in GTD geklasseerd. Kay van Berlo, normaliter rijdend met de KellyMoss with Riley-Porsche, kwam niet in actie als gevolg van een blessure van teamgenoot Alan Metni.