Sportscars: Giedo van der Garde bijna gestopt, maar nu toch blij in Amerika

Giedo van der Garde nam in Sebring tijd voor een gesprek met AUTOSPORT.NL
“Ik had thuis eigenlijk al een beetje aangekondigd dat ik zou gaan stoppen”, onthult Giedo van der Garde in gesprek met AUTOSPORT.NL in Sebring. “Maar toen kwam deze vraag van het team en dat vond ik toch wel heel aantrekkelijk.” Van der Garde rijdt nu voor het eerst een volledig seizoen in de LMP2-klasse van het IMSA WeatherTech SportsCar Championship met een Oreca van het Franse team TDS Racing, die hij deelt met de Fransman François Heriau en de Amerikaan Josh Pierson. Tijdens de seizoensstart, de Rolex 24 At Daytona, streed het team lange tijd mee om de overwinning. Van der Garde is ook optimistisch gestemd voor Sebring.
Tekst: René de Boer (vanuit Sebring, Twitter: @renedeboer)
Foto’s: Rebocar/R. de Boer, IMSA
Het TDS-team van Xavier Combet en Jacques Morello, gehuisvest in het Franse Saint-Aunès nabij Montpellier, is voor Giedo van der Garde niet onbekend, want in de afgelopen jaren runde het Franse team de auto van Racing Team Nederland, eerst in het FIA WEC en vorig jaar ook tijdens de eerste drie van de in totaal vier races van de Michelin Endurance Cup als onderdeel van het IMSA WeatherTech SportsCar Championship.
Daar kreeg Van der Garde de smaak van de Amerikaanse racerij behoorlijk te pakken. “Gave circuits, de atmosfeer in de paddock superleuk, het is wat anders racen dan in Europa. Ik had natuurlijk ook heel veel verhalen gehoord van Renger en zo, dus ik had ook wel het idee dat ik hier best graag een heel kampioenschap zou willen rijden. Daarmee kwam die vraag van het team dus echt op het goede moment. Die kans kwam voorbij en daar ben ik voor gegaan.”
Sterke start voor het team in Daytona
Het seizoen begon voor Van der Garde goed. “Het team was grotendeels hetzelfde als vorig jaar, alleen een andere engineer, dat was even wennen, maar het ging in Daytona al heel goed. Daar hadden we eigenlijk gewoon moeten winnen of op z’n minst op het podium moeten eindigen”, zegt hij stellig. Daar kwam het doordat een teamgenoot in de slotfase in de rondte ging niet van, maar het potentieel was duidelijk aangetoond. “We hebben goede punten gescoord en staan feitelijk bovenaan in het kampioenschap, omdat Proton, het team dat in Daytona de klasse won, hier niet meedoet.”
Voor Sebring is Van der Garde optimistisch gestemd. “We hadden hier vorig jaar een supergoede auto en ook nu gaat het in de vrije trainingen tot nu toe heel goed. Ik verwacht dat we sowieso voor de overwinning kunnen strijden.”
In Sebring verwacht Van der Garde met zijn team voor de klassezege te kunnen meestrijden
“Laguna Seca, dat staat al heel lang op mijn lijstje”, zegt Van der Garde zonder aarzelen op de vraag naar welk circuit op de IMSA-kalender hij het meeste uitkijkt. Hij is ook duidelijk over wat hij aan het Amerikaanse racen zo leuk vindt: “De sfeer is veel relaxter dan in Europa: je kunt overal zo naar binnen lopen, gewoon met iedereen praten en plezier hebben. En daarnaast is de organisatie goed ingesteld op het feit dat het gaat om het entertainment. Er moet spanning zijn, je hebt veel “full-course yellows” en als je twee ronden achter ligt kun je ook gewoon weer terugkomen. Er kan heel veel gebeuren en dat is voor de toeschouwers super!”
Ook in IMSA is deelname van een rijder met “brons”-status in de LMP2-klasse verplicht. In het geval van Van der Garde is dat de Fransman François Heriau, een 39-jarige ondernemer in marmer en natuursteen uit Rennes in Bretagne, die in 2009 met racen begon. Via de Franse V-de-V-Challenge en later de European Le Mans Series klom hij op naar internationaal niveau. “Mijn taak binnen het team is hem zoveel mogelijk mee te nemen, net zoals ik de afgelopen jaren heb gedaan met Frits (van Eerd, red.)”, zegt Van der Garde. “Ik kan hem ook dingen leren als waar je op de baan moet rijden, hoe je je moet aanpassen, dat soort dingen. We analyseren veel data en video’s en je ziet hem echt constant beter worden. Ik denk dat hij in Daytona na Ben Keating de op één na snelste “brons”-rijder was en ik denk dat als we hier goed aan de slag gaan, hij gewoon de snelste “brons”-rijder kan zijn. Dan kunnen we scoren.”
De TDS-Oreca, waarmee Giedo van der Garde en François Heriau het hele seizoen rijden
De sportwagensector is met nieuwe fabrikanten in de prototype-klassen flink in beweging. Is dat iets voor Van der Garde? “Ik thuis eigenlijk al een beetje aangekondigd dat ik zou gaan stoppen, maar toen kwam deze vraag van het team. Het blijft toch wel kriebelen… Er zijn ook wel een paar contacten, maar niets concreets. Kijk, als het komt, dan komt het, maar het moet wel een goede aanbieding zijn, met het perspectief dat je mee kunt doen om de overwinning en races kunt winnen, maar anders blijf ik dit gewoon lekker doen. Het bevalt me goed, het is een mooie klasse, een leuk team waarbij ik rijd, François is een superleuke kerel, dus we zien gewoon wel wat de toekomst brengt.”