Retro: Winst voor Hartley en Stretton op Donington in aanloop naar Monaco

Steve Hartley en Martin Stretton hebben de tweede Masters-ronde op Donington Park gebruikt om zich winnend voor te bereiden op de aankomende Grand Prix de Monaco Historique. Beiden zijn ingeschreven voor de nieuwe F1-race voor auto's van 1981 tot en met 1985 en nemen zo vers wedstrijdritme mee naar het prinsdom. Hetzelfde gold voor diverse van hun F1-collega's en daarnaast vele coureurs van de Historic Grand Prix Car Association voor GP-auto's tot 1966, die op Donington hun eerste kampioenschapsronde verreden.
Tekst en foto's: Mattijs Diepraam
Het blijft in 'Monaco-jaren' altijd een moeilijke afweging. De tweejaarlijkse Grand Prix de Monaco Historique is net als de Le Mans Classic voor sportauto's hét evenement waarvoor alles moet wijken, althans zeker in de ogen van de vele deelnemers aan deze kroonjuwelen op de historische racekalender. Tal van Monaco-gangers laten hun auto's daarom met opzet staan in de aanloop naar het ultieme raceweekend, om zo geen risico op schade te lopen. Anderen kiezen er juist voor om de auto nog een keer in wedstrijdomstandigheden te testen.

Op Donington Park, waar Masters Historic Racing twee weken na Barcelona de tweede ronde van zijn Europese tournee aflegde, waren de gevolgen duidelijk te zijn: relatief weinig inschrijvingen, zoals altijd voorafgaand aan Monaco, maar tegelijk ook coureurs die wél staan ingeschreven voor Monaco. Niet alleen Hartley en Stretton, maar ook Katsu Kubota, Steve Brooks, Mark Hazell, Dave Abbott, David Shaw, Ken Tyrrell, Marc Devis en Masters-baas Ron Maydon kwamen hun auto's voor Monaco testen.
In de eerste race stevende Stretton op de overwinning af totdat zijn Tyrrell 012 problemen met de brandstoftoevoer kreeg. Daardoor kon Steve Hartley (McLaren MP4/1) profiteren. Greg Thornton (Lotus 91) werd derde na een lang duel met Ken Tyrrell, die in zijn Tyrrell 011 verrassend pole had gepakt en daarmee een nieuwe stap zette in zijn nog jonge historische carrière. De Amerikaan mocht op paaszaterdag opnieuw van pole vertrekken, want er was een reversed grid voor de eerste vier van Goede Vrijdag. Tyrrell behield de kop totdat zijn auto aandrijving verloor, waarna Thornton met de buit aan de haal leek te gaan. Totdat hij niet anders kon dan Stretton voorlaten, die vanuit de pits was gestart, maar zich onstuitbaar door het veld had geploegd. Marc Devis (Surtees TS16) en Ron Maydon (Lec CRP1) verdeelden de pre-78-buit, waarbij de Belg op zaterdag won door Maydon in een fotofinish te verslaan.

De Historic Grand Prix Car Association was bij Masters te gast voor de openingsronde van het kampioenschap voor GP-auto's tot 1966 – en het was Will Nuthall die ongenaakbaar beide races op zijn naam schreef. De Cooper T53 reed de concurrentie op grote afstand, waarbij de Lotus 25 van Nick Fennell, de Brabham BT3/4 van Tim Child en de Lotus 18/21 van Peter Horsman nog de meeste tegenstand boden. John Spiers was net zo onaantastbaar in de categorie voor auto's met de motor voorin: zijn Maserati 250F reed de Cooper-Bristol Mk2's behoorlijk zoek.
Een opvallende rol was weggelegd voor Michel Kuiper, de enige landgenoot die op Donington actief was en zijn auto nu bij IN Racing, het team van Nuthall, in onderhoud heeft gedaan. De Nederlander die vorig jaar debuteerde met zijn Brabham BT4, begon met pech: in de kwalificatie bleef zijn gas openstaan, waardoor de Brabham diep in de grindbak van Redgate dook. Daardoor kwam hij niet verder dan de 19e startplaats. Ook die bood hem weinig soelaas in de eerste race, waarin Kuiper moest uitvallen. Het resultaat was een plek op de laatste startrij voor de tweede race. Maar daarin wist hij meer plaatsen goed te maken dan iedere andere deelnemer het hele weekend: van de 27e plaats stoomde hij op naar P9 aan de finish.

De Formule Juniors kenden twee dubbele winnaars. Alex Ames (Brabham BT6) vocht bij de Juniors met middenmotor twee verbeten duels uit met Clive Richards (Lotus 22), om die vervolgens allebei te winnen. De titanenstrijd bij de auto's met motor voorin was zo mogelijk nog feller: Ray Mallock in de 'vierkante' U2 die zijn vader Arthur destijds ontwikkelde om de formulesport toegankelijker te maken (vandaar de naam), wisselde voortdurend stuiver met de Terrier T4 van Chris Drake en trok beide keren aan het langste eind.
Dat gold niet voor Tom Bradshaw in de Masters Sports Car Legends-race. Met zijn Chevron B19 had hij dominant de pole gepakt, om vervolgens net zo voortvarend de eerste helft van de race naar zijn hand te zetten. Maar het was in één keer afgelopen toen hij binnenkwam voor de verplichte pitstop halverwege de race (die auto's met twee teamgenoten in staat stelt om te wisselen). De Chevron sloeg af en het duurde twee volle ronden voordat Bradshaw hem weer aan de praat kreeg. Andy Willis in de Lola T212 profiteerde en reed de zege naar huis, gevolgd door twee andere B19's: die Jamie Thwaites/Dean Forward (voor het eerst bij Masters actief) en Mark Hazell/Martin O'Connell.

Julian Thomas en Calum Lockie zetten in de Masters Gentlemen Drivers-wedstrijd van 90 minuten wél hun dominantie om in een overwinning. Hun Shelby Cobra Daytona Coupé stevende daarin onbedreigd op de zege af, nadat Thomas in zijn openingsstint eigenlijk al het werk al had gedaan. Thomas, de amateur van het duo, wist daarin zelfs oud-BTCC-kampioen Andrew Jordan in zo'n zelfde Daytona Cobra op afstand te rijden – een vaardigheid die de samenwerking met Lockie zo akelig effectief maakt. De directeur van V-Box (het bedrijf dat onder meer de bekende telemetrie-sets maakt) is inmiddels bijna even snel als zijn professionele teamgenoot.
Toch moesten de twee zich in de Masters Pre-66 Touring Cars gewonnen geven. Lockie liep daarin tegen zó veel overstuur aan, dat hun Ford Falcon werd overvleugeld door de Mustang van Craig Davies, ook al was die ook niet meer helemaal 100 procent. In de openingsfase streed Thomas nog met een andere Falcon, die van oud-BTCC-coureur Sam Tordoff, maar die haalde het einde niet. De concurrentie (onder wie poleman Steve Soper, wiens Mustang al snel uitviel) was toen ver te zoeken, maar een safety car bracht Davies weer in het spel.

Twee vader-zoon-duo's speelden een opvallende rol in de laatste twee races. Bij de Gent Drivers deelde Sam Tordoff een Lotus Elan met zijn vader John. Het duo stuurde naar de tweede plaats in de CLP-klasse. Ook oud-Le Mans-winnaar Guy Smith is voor zijn plezier een team met zijn vader Peter gaan vormen. Hun Lotus Cortina maakte lang kans op een podiumplaats bij de toerwagens, maar iets te veel track-limits-overtredingen (nota bene van de voormalige Bentley-coureur) zorgden voor een tijdstraf die hen terugwierp naar een vijfde plaats.