Retro: Fascinatie BMW M1 na 40 jaar nog steeds even groot
Jan Lammers en Jochen Neerpasch
"Ze hebben dat idee destijds bedacht bij een glasje wijn, of waarschijnlijk wel een paar glaasjes wijn, en de volgende ochtend vonden ze het nog steeds een goed idee, dus toen hebben ze het gewoon gedaan", zegt Lammers terugblikkend.
Lammers had het in de M1 zeer naar zijn zin
Nu heeft de BMW M1 een legendarische status. Hoe was dat destijds? "Nou, dat idee had ik toen helemaal niet zo. In 1980 testte ik op een donderdag een keer met de Formule 1 in Zolder. De andere Procar-rijders waren op dat moment al op Donington, waar dat weekeinde een race was, maar ik was dus nog met de ATS op Zolder, waar we heel veel problemen hadden, dat liep allemaal niet lekker. De balans was niet goed, hij stuurde niet lekker, allemaal narigheid. Op vrijdag stapte ik op Donigton voor het eerst in de Procar, ik kom na een eerste run binnen en zeg tegen die jongens: 'Nou, ik dacht dat die ATS slecht was gisteren, maar dit was echt verschrikkelijk: hij remt niet, hij stuurt niet, hij trekt niet, noem maar op... En toen keken ze me een beetje glazig aan, dus ik zei: 'Wat is er?' Nou ja, ik reed 13,1, terwijl de snelste tijd 12,9 was, en ik reed nog op oude banden ook, dus met nieuwe banden reed ik inderdaad 10. Ik pakte daar de pole-position en de race heb ik met een straatlengte voorsprong gewonnen, dus dat ging super! In Monaco hadden we ook pole-position, dus het was een auto die me goed lag."
Ook nu nog fascineert de M1
Ook nu nog fascineert de M1. "Het is echt indrukwekkend: we rijden tijden die ongeveer gelijk zijn aan die van de Porsche Carrera Cup. En dat met auto's van 40 jaar oud", zegt Lammers. Officieel stonden de M1's op de Norisring als 'BMW M1 Procar Revival' met 'high-speed demonstration laps' op het programma. "Het was de bedoeling dat we een soort gelijkmatigheidswedstrijd zouden doen, met een rondetijd als richttijd die je dan daarna moest benaderen, met strafpunten en weet ik veel wat nog meer allemaal, maar dat is niks voor mij", lacht Hans-Joachim Stuck. "Ik ben hier om te rijden en om plezier te hebben,verder geen gezeur!"
Harald Grohs in het groen van Gösser Bier
Beroemde kleuren
En plezier hadden ze. De coureurs, maar zeker ook de toeschouwers. Beroemde kleurenschema's als het oranje van Jägermeister, het groen van Gösser Bier, het rood-wit van Marlboro, het rood-wit-zwart met cirkels van BASF, de auto's met Uher of Buler erop en natuurlijk de M-kleuren van BMW Motorsport. "Geweldig om al die auto's hier weer te zien", zo genoot ook Jochen Neerpasch zichtbaar. De oud-coureur had zijn lederen BMW M-teamjack van destijds meegenomen en verheugde zich over de populariteit die zijn geesteskind ook vandaag de dag nog geniet. "Het is mooi hoe de huidige eigenaren hun auto's koesteren, maar ook de coureurs van destijds de kans geven om er weer in te rijden." En dat deden ze maar wat graag. "Natuurlijk, je beseft wel dat je in een museumstuk rijdt dat zomaar een miljoen of meer waard is, maar het rijdt gewoon prima", aldus Jan Lammers.
Onze fotograaf Willem J. Staat was er ook al bij toen de auto's destijds echt raceten, zoals hier Grohs op Hockenheim
Bijzondere betekenis
Voor de Zwitser Marc Surer had de Procar-race in 1980 op de Norisring een bijzondere betekenis. "Dat was mijn eerste race nadat ik vier maanden uitgeschakeld was, omdat ik bij een crash in de Formule 1 op Kyalami mijn voeten gebroken had", zegt Surer. "Ik kwam net uit het ziekenhuis en was er natuurlijk op gebrand om te laten zien dat ik weer helemaal de oude was. Peter Sauber had de auto geprepareerd, als altijd tip-top, en ik behaalde inderdaad de pole-position! In de race deden mijn voeten echter zoveel pijn, dat ik Stuck en Lammers voor moest laten. Ik ben nog als derde geëindigd, dus daarmee stond ik in ieder geval nog op het podium, dat was tenminste iets."
Surer heeft een bijzondere band met de Procars: "Ik heb destijds heel veel van het testwerk met de auto voor BMW gedaan. Ik geloof dat ik wel een goede afstelling heb gevonden, want de auto is relatief gemakkelijk te rijden, ook voor amateurs. Je kunt er snel hard mee gaan, maar als je de vleugel laag zet, dan is hij zelfs voor professionals best listig. Het is natuurlijk vanwege zijn middenmotor geen karakteristieke toerwagen, die toch altijd wat meer onderstuurd zijn." Tot vorig jaar bezat Surer zelf een M1 in straatuitvoering, zo vertelt hij. "Die heb ik toen al gekocht, een van de laatste geproduceerde M1's, en die heb ik al die jaren in bezit gehad, maar ik ben vorig jaar verhuisd en de parkeergarage in de kelder heeft zo'n steile afrit, dat de M1 daar niet in kon. Dat was voor mij het teken dat ik de auto maar moest verkopen. Ik geloof ook dat ik hem nog net op het goede moment verkocht heb, want de prijzen dalen weer een beetje, althans voor straatauto's. Auto's met racehistorie zijn nog steeds erg gezocht."
Zo reed Marc Surer in de Procar-serie