GP2: Alexander Rossi: “Ik hoop dat ik als Amerikaan net dat verschil maak”

Dit seizoen blijkt Alexander Rossi in de GP2 een van de belangrijkste rivalen van de onstuitbare Stoffel Vandoorne. Dat legt de 'Europese' Amerikaan ongetwijfeld geen windeieren in zijn streven om in 2016 als F1-coureur door het leven te gaan. AUTOSPORT.NL sprak met hem in de GP2-paddock op Spa.
Tekst en foto's: Mattijs Diepraam
Er was een tijd waarin Amerikanen de gewoonste zaak van de wereld waren in de Formule 1. Dan Gurney was wellicht het beste bewijs van de afwezigheid van een kloof tussen Europa en de Verenigde Staten, een kloof die sindsdien alleen maar groter is geworden. Amerikanen die daarna nog succesvol waren in de Formule 1, waren Amerikanen met een Europese achtergrond, zoals de 'Italiaan' Mario Andretti en de 'Romein' Eddie Cheever.
Alexander Rossi zat er als testcoureur van Caterham en Marussia al een paar keer dicht in de buurt. Dit jaar doet hij GP2 bij Racing Engineering. Meteen vanaf het begin ontpopte Rossi zich samen met de nog veel verrassender Rio Haryanto als de belangrijkste tegenstander van Stoffel Vandoorne. Had hij dat verwacht?
"Ik had er wel op gerekend, want bij Racing Engineering wist ik dat ik een goede kans op het kampioenschap zou maken. Het is een groot voordeel om bij een team als Racing Engineering te zitten. Het geeft veel meer vertrouwen als je aan het weekend begint. Met dit team weet je gewoon dat je er elke keer bij zit. Vervolgens is het zaak om dat potentieel te maximaliseren."
"Maar het is zeker een verrassing om sommigen aan de top te zien staan en anderen weer niet. Ik had bijvoorbeeld Evans en Pic hoger verwacht. Sergey Sirotkin en Rio Haryanto hebben me daarentegen enorm verrast. Al heb ik vorig jaar als teamgenoot van Rio wel in de gaten gekregen hoe snel hij eigenlijk is. Natuurlijk heeft hij dit jaar een zeker talent om achtste te worden in de hoofdrace en daarna de sprintrace te winnen, maar hij doet 't maar wel!"

Rossi is het ermee eens dat Vandoorne dit seizoen zo ver vooruit is op de rest omdat hij overal scoort, terwijl de anderen veel meer een wisselende vorm laten zien. "Hongarije was wat dat betreft ons dieptepunt, en hopelijk het laatste dat we dit seizoen zullen meemaken. We hebben 't probleem tijdens de zomerstop gevonden. In GP2 heb je zo'n klein venster waarin je het goed kunt doen. Je hoeft er maar even naast te zitten en je bent nergens meer. Dat overkwam ons in Budapest."
Wat vindt hij ervan dat je in de GP2 zo weinig voorbereidingstijd hebt, met maar één vrije training van 45 minuten? "Die 45 minuten is genoeg, dat is eigenlijk niet het lastigste, ook niet voor rookies. Die kunnen dan genoeg kilometers maken. Wat verreweg het moeilijkste is in GP2, is de kwalificatie. Daarin moet je opeens op de options rijden, zonder dat je er eerder mee hebt gereden. Vooral hier op zo'n lang circuit als Spa is dat spannend, omdat je maar een paar kansen hebt op die perfecte ronde. Dan is zo'n halfuur kwalificatie zo om. Het gevoel voor de options komt trouwens wel vrij snel, van belang is vooral dat het team een goede basisafstelling heeft. En daar komen we dit seizoen steeds net iets tekort."
En als je maar zo weinig kansen hebt, wat is dan het geheim van een poleronde? "Ik wou dat ik het dit seizoen wist! Je moet je in ieder geval heel gemakkelijk in de auto voelen. De toptien in de GP2 ligt zo dicht op elkaar: alles moet echt goed gaan voor pole, het zit echt in de kleinste dingetjes."

Rossi staat bekend als een van de spectaculaire coureurs in het GP2-veld. Zijn drifts op Monaco waren legendarisch. Maar is die rijstijl te rijmen met een belangrijk doel in de GP2, namelijk banden sparen? "We hebben dit jaar inderdaad veel kritiek gehad op ons bandenmanagement, maar dat is niet helemaal terecht. In de meeste races hebben we niet te maken gehad met bandenslijtage: waar we punten hebben verloren, waren er steeds andere oorzaken aan te wijzen. Natuurlijk hebben we wel met tyre deg te maken gehad, maar lang niet zoveel als sommigen willen doen geloven."
"Dus ja, je kunt spectaculair rijden zonder de banden kapot te maken. Veel hangt van de afstelling af, maar er zijn ook bepaalde trucs die je als coureur kunt toepassen. Vergeet niet: kwalificatie en de race zijn in GP2 echt totaal anders. Er is géén overlap. Je rijstijl, je lijnen, ze zijn totaal onvergelijkbaar in de kwalificatie en de race. Het moeilijkste is het wisselen tussen die twee. Rookies hebben het daar moeilijk mee, ja. Daarom is er in het Pirelli-tijdperk nog nooit een coureur in zijn debuutjaar kampioen geworden. Zelfs niet in zijn tweede jaar, al lijkt Stoffel daar nu de uitzondering op te worden."
Op de drempel van de Formule 1 ging voor Rossi een paar keer op het laatst mis. Bij zowel Caterham als Marussia had hij als reserve opgeroepen kunnen worden om een racestoeltje te vullen, de laatste keer na de crash van Jules Bianchi, maar steeds waren de omstandigheden er net niet naar. "Tja, dat ging zoals het ging. Natuurlijk was ik teleurgesteld, want ik was er bijna. Maar dat hoort bij de sport. Ik had getekend als reservecoureur en die rol heb ik naar mijn beste kunnen vervuld."
Intussen heeft Rossi zoals veel van zijn GP2-collega's kennisgemaakt met Le Mans. Ziet hij daar een toekomst in als het in de Formule 1 niet lukt? "Vooraf had ik geen verwachtingen van Le Mans, maar toen ik het eenmaal had gedaan, heb ik erg veel waardering voor gekregen. Ik snap wel dat veel GP2-jongens daar hun toekomst zoeken. In de Formule 1 komen is zo goed als onmogelijk geworden. Maar ik hoop nou net dat ik als Amerikaan nog wel dat verschil maak."
Rossi is bovendien geen gewone Amerikaan: zijn hele carrière racet hij al in Europa. Tegelijk blijft Amerika een grote onveroverde markt voor de Formule 1, een markt die Bernie Ecclestone al decennia probeert te veroveren. Het marketingpotentieel van een Amerikaans gezicht – en niet alleen een Amerikaanse race en een Amerikaanse auto – moet toch gigantisch zijn? "Haha, dat zou je wel denken, hè? Weet je, ik heb al op mijn 17e bewust de keuze voor Europa gemaakt. Maar dat was eigenlijk in de karts al duidelijk: ook toen was mijn doel Formule 1. Ik heb geen moment aan NASCAR gedacht. Daarin ben ik anders dan veel andere Amerikaanse jongens, dat klopt. Het probleem is dat er nog steeds geen F1-bewustzijn in Amerika is. Natuurlijk is Austin een groot succes en Bernie Ecclestone heeft geholpen met de komst van Team Haas. Zij kijken naar diverse coureurs en daar ben ik er één van, dat is logisch. Hopelijk gaat het in 2016 lukken."