Div: Het debuut van de Renault Sport Trophy op Spa

Wie bij de profs de titel pakt, krijgt een kans in de DTM of het Japanse Super GT. Een prijs die voor veel jonge honden uit de eenzitters te aanlokkelijk was om te laten liggen. Velen – zoals Steijn Schothorst, Andréa Pizzitola, Roy Geerts en Indy Dontje – hebben er hun monoposto-dromen voor opgegeven. Voor de winnende amateur ligt er een LMP2-zitje in het verschiet.
"Ja, het is voor mij een definitieve keuze", zegt Geerts. "In de toerwagens en GT's zijn veel meer doorgroeimogelijkheden. Al probeer ik me niet blind te staren op de prijs aan het eind van het seizoen. Ik sta er heel open in."

Indy Dontje rijdt voor ART en doet dit jaar een dubbelprogramma. "Ook voor mij is het een definitieve overstap", zegt hij op zaterdag tijdens de handtekeningensessie in de pitstraat, voordat de eerste race nog moet beginnen. "Ik doe dit jaar vijf BES-races in de Mercedes SLS AMG GT3 van ROWE Racing en was op zoek naar een aanvullend programma."
"Dit is de perfecte aanvulling: bijna een formuleauto, dus dichter bij mijn roots. Natuurlijk is de auto zwaarder, maar toch lijkt het erg op Formule 3. Maar het is eigenlijk meer een LMP2-auto, ook vanwege de carbonremmen. Het inhalen heb ik nog niet ervaren, in de GT's was dat redelijk wennen voor me. En omgaan met downforce? Ja, ik snap dat de GT-jongens daar moeite mee hebben. Je moet 't wel even dóén."

Max Braams is zo'n coureur zonder monoposto-ervaring. "Het is echt totaal anders dan een GT3", zegt hij op vrijdag na de eerste vrije trainingen. "Echt veel meer downforce. Dat blijkt wel als je ziet dat Roy 241 km/u loopt in het midden van Eau Rouge. Met de Clio is het al helemaal geen vergelijk. Door Blanchimont schijt je in drie kleuren omdat je de auto daar heel precies moet sturen om erdoor te komen. In de RS01 ging ik in de tweede ronde al plankgas, zonder na te denken."
"Deze auto ligt zo dicht tegen een formuleauto aan, daar moet ik echt mee leren omgaan. Jongens als Steijn en Roy hebben 't gevoel al. Maar als je vanuit de toerwagens komt, is het zo anders als je ineens met vleugels rijdt. Dit ding heeft in kilo's meer downforce dan een Formule Renault 3.5! Dus wat is de reactie van die single-seater-gasten als ik klaag over onderstuur? 'Gewoon harder gaan!' In het begin voelt dat zó onnatuurlijk..."

Diederik Sijthoff is het daarmee eens. "Het is heel anders dan een GT3 of GT1. Ik moet echt een knop in mijn hoofd omzetten. Blanchimont had ik snel in de vingers, maar Eau Rouge is moeilijker. In de simulator lijkt het makkelijk, maar in het echt trekt alles aan je. De formulejongens zijn wat dat betreft enorm in het voordeel. Die jonge gasten durven ook meer, denk ik. Ik ben geen 18 meer, heb al het nodige meegemaakt in de autosport. Al denk ik dat zij vanzelf ook wat rustiger worden zodra ze een paar klappers hebben gemaakt..."
De derde Schothorst in het kampioenschap, Bas, rijdt voor het Oostenrijkse Zele Racing en is samen met Miguel Ramos (de oud-teamgenoot van Nicky Pastorelli bij V8 Racing, nu bij Verschuur) en Nissan-fabrieksrijder Wolfgang Reip (gastrijder bij Monlau Racing) een van de weinige profs in het veld zonder formule-ervaring. "Ja, het is echt niet te vergelijken met de Mégane, ook niet met een Porsche Cup-auto. Tijdens de test op Valencia ging het heel goed, maar ja, dat is een Mickey Mouse-baantje, waar je de downforce niet echt aanspreekt. Hier op Spa zal het echt moeten blijken!"

Maar ook voor de ex-monoposto-coureurs is het wennen. "De auto is een stuk zwaarder", zegt Geerts, "maar heeft ook veel meer pk's. Het is echt een uitdagende auto. Zo veel downforce, redelijk vergelijkbaar met een DTM-auto, maar net iets langzamer, en dat is supervet! Ik denk dat je het snelst in deze auto bent als je zowel single-seater- als GT-ervaring hebt."
Ervaring of niet, de races begonnen stuk voor stuk met spektakel in de eerste bocht. In de endurance-race visten de Nederlanders achter het net: Oregon maakte er met Fumanelli/Capitano en Bacheta/Nalio een één-twee van – en dat terwijl het Italiaanse team er volgens Verschuur "er nog net niet aankomt". De volgende dag maakten de Nederlanders het ruimschoots goed: Sijthoff won de Prestige-race, Steijn Schothorst de Elite-race.

"Ik had natuurlijk voordeel van de crash bij de start", zei Sijthoff na afloop. "Ik zag het al aankomen, daarom bleef ik aan de buitenkant. Ik ben zelfs nog aangetikt, maar kwam er heelhuids door. Daarna ben ik nog even ingehaald door Toni Forné, maar ik kon hem al snel terugpakken. Vervolgens heb ik als het ware op mijn spiegels gereden om mijn voorsprong te controleren. Ik ben er erg blij mee. Het maakt veel goed van gisteren, toen we problemen met de banden hadden."
Steijn Schothorst kreeg met zijn Elite-rivalen een regenrace voor zijn kiezen. "Het was even wennen, in de regen rijden met een niet-formuleauto. Maar ik vond 't erg leuk! Ik heb weinig gemerkt van de crash bij de start, ik zag alleen Andréa met een noodgang achter me langs vliegen en dacht alleen maar: oef, blij dat-ie me niet heeft geraakt. Ik heb snel een gaatje geslagen en vervolgens niet meer omgekeken."

"Tegen het einde van de race moest ik wel de banden in de gaten houden, want die werden op de opdrogende baan wel erg warm. Een mooi resultaat na gisteren, toen mijn vader niet verder kwam dan de eerste bocht en ik dus geen kilometers kon maken. En vanochtend had hij ook al pech: schroef in de radiator. Maar dit is een mooie opsteker, ik wil het team dit jaar graag het kampioenschap bezorgen."
Morgen meer beelden van achter de schermen van de Renault Sport Trophy in onze 'Groeten uit Spa'.