Retro: Vintage Revival benut kansen DTM-weekend volop

Oorspronkelijk was de Vintage Revival komend weekend gepland als onderdeel van het British Race Festival. Een logische combinatie voor de vooroorlogse auto's van de organiserende Dutch Vintage Sports Car Club (DVSCC). DTM was opeens wel héél andere koek. AUTOSPORT.NL sprak met een van de organisatoren van de Vintage Revival, Maurice Dioncre, die zelf ook van start gaat, met startnummer 1.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto's: PR
"Het is wel een heel ander weekend geworden", vertelt Dioncre. "Met de Historic Monoposto's zaten we al in het programma van het British Race Festival. Daar zit nog wel een relatie met ons: oude auto's, het geluid van echte motoren, de geur van echte olie. Maar DTM? Ik moet eerlijk zeggen: ik schrok er wel even van. De DTM komt toch met een heel circus naar Zandvoort, en daar zitten wij dan opeens tussen als vreemde eend in de bijt. Toen het nieuws bekend werd, dachten we: o jee, daar gaan onze inschrijvingen! Maar we kregen maar een paar afzeggingen. Daar stond tegenover dat we nu ook meer aanmeldingen uit het buitenland kregen. Het veld is alleen maar groter geworden."

Helemaal uit Frankrijk: de opmerkelijke GN Martyr Instone Special van Vincent Chamon.
Ook Dioncre en zijn medeorganisatoren bij de DVSCC zagen al gauw de positieve kanten. "Ja, je kunt het ook anders zien. Hoeveel mensen waren er op het British Race Festival afgekomen? 'Eigen' publiek bovendien, terwijl je nu opeens voor 40.000 bezoekers rijdt, die we kunnen laten kennismaken met iets dat ze niet kennen. En ik denk dat wij iets te bieden hebben dat best eens bij een groter publiek in goede aarde kan vallen. Misschien dat ze niet wakker zullen liggen van een MG J2 die 90 km/u op het rechte stuk haalt, maar er komen ook Grand Prix-auto's als een Volpi of een Bugatti voorbijblazen."

De Bugatti T43 van Bart Rosman, ooit eigendom van Guillaume Prick, de 'paus der Bugattisten'.
Daarnaast bood de komst van de DTM kansen die de DVSCC met beide handen aangreep. "Oorspronkelijk zouden we alleen vrij rijden over het circuit, maar nu hebben we een wedstrijdelement toegevoegd. We krijgen transponders van het circuit en mogen meeliften op de tijdregistratie van ITR, de DTM-organisator." Dioncre legt uit hoe het wedstrijdelement in zijn werk gaat. "We gaan een regelmatigheidscompetitie houden, verdeeld over twee groepen. Een snelle groep en een groep die nog sneller is. Bij de uitgang van het Heinekenpaddock rijden we de baan op, vervolgens rijdt iedereen een referentieronde. De drie ronden die de tijd van die ronde het dichtst benaderen, tellen mee voor het klassement. De winnaar is de auto met de minste strafseconden. Zo maakt iedereen kans."

Vooroorlogs kan ook van vóór de Eerste Wereldoorlog zijn: de Knox van Michel Laarman uit 1911.
Over de kwaliteit van het veld is Dioncre stellig. "We hebben 64 inschrijvingen, een enorm aantal, met daarbij de mooiste vooroorlogse auto's van Nederland. Je kunt dus in één keer kennismaken met het beste dat Nederland te bieden heeft aan vintage cars. Over een breed palet uitgesmeerd, want we hebben kleine maar felle auto's als de Austin 7 en de kleine MG's, historisch belangrijke auto's zoals de Bugatti's van Olav Glasius en Bart Rosman of de Alfa 8C van Frans van Haren, elegante auto's zoals de Triumph Gloria, stoere auto's van vóór de Eerste Wereldoorlog zoals de Knox Raceabout, maar ook allerlei specials en zelfbouwauto's. Het is best een bijzonder veld, zo bij elkaar."

Harry Bootsma's vuurspuwende Volpi V16 kan zich qua kabaal met de DTM-auto's meten.
Naar welke auto's kijkt Dioncre zelf het meest uit? "Ik ben heel benieuwd naar de Volpi van Harry Bootsma, een 16-cilinder-formuleracer. Dat zal me een spektakel geven! De MG P-type van Thijs de Groot is ook interessant. Je denkt: een klein MG'tje, maar hij gaat als een tierelier. De vele Bugatti's zijn altijd speciaal. En de Lagonda Rapier van Ab van Egmond, een auto die ik zelf ook nog nooit heb gezien."

De vliegensvlugge MG P-type van Thijs de Groot.
Volgens Dioncre zullen de toeschouwers nog opkijken zodra de pre-wars het asfalt betreden. "Het zijn oude auto's, maar iedereen zal zien dat ze hun mannetje staan. De DTM is natuurlijk een vrij klinische toestand, met coureurs die helemaal ingepakt zitten. In deze auto's zie je de mensen werken aan het stuur, auto's volledig in een drift zetten. Dát is nog eens autorijden. Denk ook niet dat het langzaam gaat. Zo'n Knox van Michel Laarman mag uit 1911 komen, maar die doet rustig 170 op het rechte stuk. Iedere pre-war-rijder wil zijn ervaring bovendien graag delen, dus iedereen is welkom om de auto's van dichtbij te komen bekijken en een praatje te maken."