F3 Masters: Commentaar: Formule 3 voor de fijnproevers
“Dus dit vind jij nou zo leuk”, vroeg een kennis die zondagmiddag naar de uitzending van de BP Ultimate Masters of Formula 3 had gekeken en mij in de auto belde, terwijl ik op weg was naar een frisse salade en een koele rosé, thuis op het terras, na een mooi raceweekend. Voor de meeste mensen is de live-uitzending van de Masters op SBS6 de enige jaarlijkse confrontatie met het fenomeen Formule 3, afgezien van wat bijdragen van de collega’s Dijkman, Winkelman en mijzelf in De Telegraaf. Net zoals de meeste mensen slechts één keer per jaar iets merken van skispringen, en wel op Nieuwjaarsdag.
Tekst: René de Boer
Ja, dit vind ik nou zo leuk. Ik houd van Formule 3. Altijd al gedaan, sinds ik als verslaggever internationaal actief ben, ongeveer de tijd dat Jos Verstappen successen boekte in de Duitse Formule 3, 1993 dus. Waarom? Omdat dit de klasse is waar de definitieve schifting plaatsvindt tussen de toppers en degenen die het niet zullen halen. Omdat in deze klasse, eigenlijk voor het eerst, de toptalenten uit vele landen samenkomen. Onder de Formule 3 heb je vele mogelijkheden: Formule Renault, Formule BMW, Formule Ford, maar in de Formule 3 komt, een enkele uitzondering daargelaten, elke rijder die verder wil wel een keer terecht. En dan is er geen mooier vergelijk dan de Masters, met de toppers uit de diverse internationale series.
“Nou, ik kijk liever naar het WTCC”, zei mijn gesprekspartner. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Het WTCC is voor de gemiddelde toeschouwer, denk ik, een van de spectaculairste klasses om naar te kijken. Deurkrukkenracen, plaatwerkcontact, auto’s die met twee wielen los over de kerbstones rijden. Spektakel, meneer! Dat heb je niet met formulewagens, en zeker niet als die, zoals bij Formule 3-auto’s, zijn voorzien van vleugels en aërodynamische hulpmiddelen. Als je formulewagenraces wilt zien waar de stukken vanaf vliegen (soms zelfs letterlijk), dan moet je naar het Formule Ford Festival op Brands Hatch. Met de Fordjes, zonder vleugels, kun je nog doldrieste acties uithalen. Al moet ik toegeven dat ik ook al jaren niet meer bij het Festival geweest ben en dat, naar ik hoor, ook dat evenement over zijn hoogtijdagen heen is.
Formule 3 is meer voor fijnproevers. Een uitermate competitieve omgeving waarin beslist wordt wie verder komt op weg naar de top van de autosport en wie niet. Een omgeving waar je alles, mentaal en fysiek, technisch en tactisch, 100 procent voor elkaar moet hebben om te slagen. Afstelling, juiste lijnen rijden, constante rondetijden en wat er verder allemaal nog bijhoort. Dat maakt Formule 3 mooi. Hier zien we de jongens aan het werk die we over een paar jaar misschien in de Formule 1 zien. En natuurlijk zijn er wel wat dingen aan te merken. Zo vind ik de dominantie van Mercedes niet goed. Dat een merk domineert was ook in het verleden met Opel het geval, maar de bedragen die Mercedes vraagt voor motor en service maken het voor kleinere teams, bijvoorbeeld uit de Duitse Recaro Cup, vrijwel onmogelijk om over deze krachtbronnen te beschikken, en daarmee hebben ze dan in internationaal verband als tijdens de Masters al bij voorbaat verloren. Dat is jammer, en een bedenkelijke ontwikkeling.
En natuurlijk wordt er op Zandvoort weinig ingehaald. Afgezien van het spannende duel om de leiding was de race, laten we het maar gewoon zeggen, van een slaapverwekkende saaiheid. Maar dat heeft weer te maken met die aërodynamica, waardoor er weinig inhaalacties zijn. Misschien dat hier een langzame chicane ergens achterop het circuit, waar je echt hard voor in de remmen moet en mensen kunt uitremmen, een oplossing zou kunnen bieden. Iemand opperde ook al een evenement met twee races met een “reversed grid”, dus omgekeerde startvolgorde, bij de tweede race, zoals in de Euro Serie. Je zou dan de beide resultaten van die races bij elkaar moeten optellen om tot een algemeen Masters-winnaar te komen. Zorgt vaak wel voor inhaalacties, maar is te onduidelijk. Mensen willen zien wie er als eerste over de streep komt, dat is de winnaar. Geen moeilijke optelsommen waarbij iemand die geen van beide races wint uiteindelijk toch de winnaar kan worden.
Nee, de Masters-race was niet zo spectaculair als een gemiddelde WTCC-wedstrijd. Maar ik heb er toch van genoten. Zoals ik al zei, voor de fijnproevers. Niet iedereen lust immers ook 80% bittere chocola, terwijl vrijwel iedereen normale chocola als Milka of Droste lust. Verschil moet er zijn. Ik verheug me al weer op de Masters van volgend jaar!
Tekst: René de Boer
Ja, dit vind ik nou zo leuk. Ik houd van Formule 3. Altijd al gedaan, sinds ik als verslaggever internationaal actief ben, ongeveer de tijd dat Jos Verstappen successen boekte in de Duitse Formule 3, 1993 dus. Waarom? Omdat dit de klasse is waar de definitieve schifting plaatsvindt tussen de toppers en degenen die het niet zullen halen. Omdat in deze klasse, eigenlijk voor het eerst, de toptalenten uit vele landen samenkomen. Onder de Formule 3 heb je vele mogelijkheden: Formule Renault, Formule BMW, Formule Ford, maar in de Formule 3 komt, een enkele uitzondering daargelaten, elke rijder die verder wil wel een keer terecht. En dan is er geen mooier vergelijk dan de Masters, met de toppers uit de diverse internationale series.
“Nou, ik kijk liever naar het WTCC”, zei mijn gesprekspartner. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Het WTCC is voor de gemiddelde toeschouwer, denk ik, een van de spectaculairste klasses om naar te kijken. Deurkrukkenracen, plaatwerkcontact, auto’s die met twee wielen los over de kerbstones rijden. Spektakel, meneer! Dat heb je niet met formulewagens, en zeker niet als die, zoals bij Formule 3-auto’s, zijn voorzien van vleugels en aërodynamische hulpmiddelen. Als je formulewagenraces wilt zien waar de stukken vanaf vliegen (soms zelfs letterlijk), dan moet je naar het Formule Ford Festival op Brands Hatch. Met de Fordjes, zonder vleugels, kun je nog doldrieste acties uithalen. Al moet ik toegeven dat ik ook al jaren niet meer bij het Festival geweest ben en dat, naar ik hoor, ook dat evenement over zijn hoogtijdagen heen is.
Formule 3 is meer voor fijnproevers. Een uitermate competitieve omgeving waarin beslist wordt wie verder komt op weg naar de top van de autosport en wie niet. Een omgeving waar je alles, mentaal en fysiek, technisch en tactisch, 100 procent voor elkaar moet hebben om te slagen. Afstelling, juiste lijnen rijden, constante rondetijden en wat er verder allemaal nog bijhoort. Dat maakt Formule 3 mooi. Hier zien we de jongens aan het werk die we over een paar jaar misschien in de Formule 1 zien. En natuurlijk zijn er wel wat dingen aan te merken. Zo vind ik de dominantie van Mercedes niet goed. Dat een merk domineert was ook in het verleden met Opel het geval, maar de bedragen die Mercedes vraagt voor motor en service maken het voor kleinere teams, bijvoorbeeld uit de Duitse Recaro Cup, vrijwel onmogelijk om over deze krachtbronnen te beschikken, en daarmee hebben ze dan in internationaal verband als tijdens de Masters al bij voorbaat verloren. Dat is jammer, en een bedenkelijke ontwikkeling.
En natuurlijk wordt er op Zandvoort weinig ingehaald. Afgezien van het spannende duel om de leiding was de race, laten we het maar gewoon zeggen, van een slaapverwekkende saaiheid. Maar dat heeft weer te maken met die aërodynamica, waardoor er weinig inhaalacties zijn. Misschien dat hier een langzame chicane ergens achterop het circuit, waar je echt hard voor in de remmen moet en mensen kunt uitremmen, een oplossing zou kunnen bieden. Iemand opperde ook al een evenement met twee races met een “reversed grid”, dus omgekeerde startvolgorde, bij de tweede race, zoals in de Euro Serie. Je zou dan de beide resultaten van die races bij elkaar moeten optellen om tot een algemeen Masters-winnaar te komen. Zorgt vaak wel voor inhaalacties, maar is te onduidelijk. Mensen willen zien wie er als eerste over de streep komt, dat is de winnaar. Geen moeilijke optelsommen waarbij iemand die geen van beide races wint uiteindelijk toch de winnaar kan worden.
Nee, de Masters-race was niet zo spectaculair als een gemiddelde WTCC-wedstrijd. Maar ik heb er toch van genoten. Zoals ik al zei, voor de fijnproevers. Niet iedereen lust immers ook 80% bittere chocola, terwijl vrijwel iedereen normale chocola als Milka of Droste lust. Verschil moet er zijn. Ik verheug me al weer op de Masters van volgend jaar!