DTM: Jamie Green pakt derde pole van het seizoen
In een spannende kwalificatiesessie, waarbij de donkere wolken zich steeds dreigender samenpakten boven de Norisring, maar de regen uiteindelijk toch uitbleef, behaalde de Britse Mercedes-Benz-coureur Jamie Green voor de derde keer dit seizoen de pole-position voor een DTM-race. Daarmee start hij voor de zesde achtereenvolgende maal vanaf de eerste startrij, een succesreeks die al aanhoudt sinds de seizoensfinale van vorig jaar op Hockenheim. Routinier Bernd Schneider reed de tweede tijd in de afsluitende sessie van de shoot-out-kwalificatie, gevolgd door zijn drie merkgenoten Bruno Spengler, Jean Alesi en Mika Häkkinen. Mattias Ekström op de zesde plaats was de best geklasseerde Audi-rijder in de kwalificatie, waarbij Tom Kristensen en Timo Scheider de top acht voor het merk uit Ingolstadt completeerden.
Tekst: René de Boer
Met zijn snelste rondetijd van 48,489 seconden had Green een voorsprong van slechts twee honderdsten op Schneider. Achter het duo lagen de tijden van Spengler, Alesi, Häkkinen en Ekström ook nog geen vier honderdsten van een seconde uit elkaar. Dat geeft aan hoe dicht de strijd is in het DTM-veld, zeker op het 2,3 kilometer korte circuitje op het voormalige "Reichsparteitagsgelände" in de Beierse stad.
Meest prominente “slachtoffer” van de tweede heat was Heinz-Harald Frentzen, die evenals zijn andere Audi-collega’s te maken had met wegliggingsproblemen. “Het was een rare mengeling van onder- en overstuur die ze ervan weerhield een snelle rondetijd neer te zetten”, verklaarde sportchef Dr. Wolfgang Ullrich. Martin Tomczyk was er zelfs na de eerste manche al uit, een feit dat met een 2006-auto dit seizoen nog weinig voorkwam. Ook Jeroen Bleekemolen strandde in de eerste manche. Hij reed uiteindelijk de achttiende tijd en liet daarmee Stefan Mücke en Vanina Ickx achter zich, maar had mede op grond van de resultaten van de testsessies gisteren duidelijk iets meer verwacht. Problemen met de veren en schokdempers speelden Bleekemolen al een tijdlang parten.
Tekst: René de Boer
Met zijn snelste rondetijd van 48,489 seconden had Green een voorsprong van slechts twee honderdsten op Schneider. Achter het duo lagen de tijden van Spengler, Alesi, Häkkinen en Ekström ook nog geen vier honderdsten van een seconde uit elkaar. Dat geeft aan hoe dicht de strijd is in het DTM-veld, zeker op het 2,3 kilometer korte circuitje op het voormalige "Reichsparteitagsgelände" in de Beierse stad.
Meest prominente “slachtoffer” van de tweede heat was Heinz-Harald Frentzen, die evenals zijn andere Audi-collega’s te maken had met wegliggingsproblemen. “Het was een rare mengeling van onder- en overstuur die ze ervan weerhield een snelle rondetijd neer te zetten”, verklaarde sportchef Dr. Wolfgang Ullrich. Martin Tomczyk was er zelfs na de eerste manche al uit, een feit dat met een 2006-auto dit seizoen nog weinig voorkwam. Ook Jeroen Bleekemolen strandde in de eerste manche. Hij reed uiteindelijk de achttiende tijd en liet daarmee Stefan Mücke en Vanina Ickx achter zich, maar had mede op grond van de resultaten van de testsessies gisteren duidelijk iets meer verwacht. Problemen met de veren en schokdempers speelden Bleekemolen al een tijdlang parten.