F3 Euroseries: Van der Garde houdt schade beperkt na kapitale fout
Paul di Resta behaalde op de Norisring zijn derde overwinning in de Formule 3 Euroserie en vergrootte daarmee zijn voorsprong in de tussenstand van het kampioenschap. De Duitser Sebastian Vettel werd tweede na een spannend duel in de slotfase, waarbij hij uiteindelijk de Amerikaanse rookie Jonathan Summerton versloeg.
Tekst: René de Boer
Giedo van der Garde kon in de 48 ronden lange race niet profiteren van zijn pole-position, want bij het uitdoven van het startlicht liet hij de Mercdes-tweelitermotor achterin zijn bolide afslaan en moest daarna alle 25 overige coureurs voor zich dulden, alvorens zijn inhaaljacht te kunnen beginnen. Meteen weerklonk in de perstent weer de nodige kritiek op de Nederlander. "Opnieuw heeft hij zijn zenuwen niet onder controle", was de teneur van de meeste commentaren. Met het mes tussen de tanden liet Van der Garde daarna wel zien, over de nodige racekwaliteiten te beschikken: na 22 ronden op het 2,3 kilometer lange circuit had hij zich alweer opgewerkt tot de zevende plaats, na een aantal bloedstollende duels met onder andere Tim Sandtler en Romain Grosjean.
Onderweg had Van der Garde ook last van de nodige achterblijvers die op een of meerdere ronden gereden werden, iets wat op de korte Norisring een gebruikelijk fenomeen is. In de 29e ronde won hij nog een positie, maar op de zesde plaats was zijn inhaaljacht ten einde: Kohei Hirate bleek te ver weg om nog te kunnen inhalen. Zo bleef de schade voor de Veenendaler uiteindelijk nog beperkt en mag hij morgen vanaf de tweede startrij laten zien wat hij kan.
Zijn commentaar na afloop van de race was duidelijk: "Weer die ***start. Daar heb ik het hele jaar al problemen mee. Ik had teveel preload, zeg maar dat de handrem te zwaar werkte. Daarna ging het wel goed, ik had het idee dat ik vloog. Man, wat was ik boos. Later raakte ik eenmaal de muur met mijn rechter achterwiel bij het uitkomen van de S-bocht. Toen was de wegligging verpest, waardoor ik langzamer werd, maar gelukkig kon ik nog verder rijden."
Tekst: René de Boer
Giedo van der Garde kon in de 48 ronden lange race niet profiteren van zijn pole-position, want bij het uitdoven van het startlicht liet hij de Mercdes-tweelitermotor achterin zijn bolide afslaan en moest daarna alle 25 overige coureurs voor zich dulden, alvorens zijn inhaaljacht te kunnen beginnen. Meteen weerklonk in de perstent weer de nodige kritiek op de Nederlander. "Opnieuw heeft hij zijn zenuwen niet onder controle", was de teneur van de meeste commentaren. Met het mes tussen de tanden liet Van der Garde daarna wel zien, over de nodige racekwaliteiten te beschikken: na 22 ronden op het 2,3 kilometer lange circuit had hij zich alweer opgewerkt tot de zevende plaats, na een aantal bloedstollende duels met onder andere Tim Sandtler en Romain Grosjean.
Onderweg had Van der Garde ook last van de nodige achterblijvers die op een of meerdere ronden gereden werden, iets wat op de korte Norisring een gebruikelijk fenomeen is. In de 29e ronde won hij nog een positie, maar op de zesde plaats was zijn inhaaljacht ten einde: Kohei Hirate bleek te ver weg om nog te kunnen inhalen. Zo bleef de schade voor de Veenendaler uiteindelijk nog beperkt en mag hij morgen vanaf de tweede startrij laten zien wat hij kan.
Zijn commentaar na afloop van de race was duidelijk: "Weer die ***start. Daar heb ik het hele jaar al problemen mee. Ik had teveel preload, zeg maar dat de handrem te zwaar werkte. Daarna ging het wel goed, ik had het idee dat ik vloog. Man, wat was ik boos. Later raakte ik eenmaal de muur met mijn rechter achterwiel bij het uitkomen van de S-bocht. Toen was de wegligging verpest, waardoor ik langzamer werd, maar gelukkig kon ik nog verder rijden."