DTM: Renger van der Zande over Zandvoort
“De passage over de Hunserug richting Scheivlak is eigenlijk volledig vol gas, zesde versnelling. Als je aankomt, kun je de bocht niet zien, je kijkt over de heuvel in de lucht, die hopelijk strak blauw is. Voor de bocht schakel je terug in z’n vijf, we gaan er met zo’n 200 km/u doorheen.

Door het Scheivlak
Dan het Scheivlak uit moet je maximaal gebruik maken van de beschikbare ruimte om een mooi vloeiende lijn mee te nemen naar de Mastersbocht. Bij het uitkomen van de bocht moet je niet over het gras, want dan ben je je auto meestal kwijt. Bij het aanremmen van de volgende bocht verloopt de baan iets naar rechts, zodat je normaal gesproken eigenlijk scheef aanremt. Je kunt je auto het beste positioneren voor de bocht door recht aan te remmen.”
“Dan volgt Bocht 8, ook wel de ‘Bocht zonder naam’ genoemd. Daar denk ik zelf bijna altijd ‘Dat had beter gekund’ als ik eruit kom, maar je kunt hier maar beter wat voorzichtiger zijn, niet te agressief, want dat levert meestal niks op. Een beetje tegen de natuur van een coureur in.

“Lastig goed te krijgen”: de S-bocht
Voor de S-bocht zijn er vele inhaalmogelijkheden, want hier heb je een grote remzone. De combinatie van beide bochten is lastig. Je moet vol over de eerste kerbstone heen, maar bij het uitkomen van de bocht moet je oppassen, want daar is het asfalt heel glad.”

Insturen Arie Luyendijkbocht
“De Kumhobocht levert meestal niet zoveel problemen op, en dan volgt de Arie Luyendijkbocht. De Luyendijkbocht biedt wel enig risico, want als je iets te wijd uitkomt, dan ben je je auto kwijt, en dan kun je behoorlijke schade oplopen. Op nieuwe banden kun je de bocht vol kunt nemen. Met gebruikte banden moet je een beetje liften, maar natuurlijk zo min mogelijk, want je wilt zoveel mogelijk snelheid meenemen voor het lange rechte stuk. En dat was een rondje Zandvoort.”