Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Columns

Column: Rob Kamphues leert racen vanuit zijn ooghoeken

superstars-zolder-16

Kamphues die overstapt naar een nieuwe klasse en meteen zijn eerste race wint? Dat kan niet waar zijn. Waren er maar twee deelnemers? Vloog de rest in bocht 1 op een plasje olie de baan af? Nee? Wat is dan het geheim? Ok, ik zal het voor één keer verklappen: het geheim ligt op het circuit van Silverstone en heet I-zone. En het leverde me een volle seconde per ronde op.

Ik grijns van tevredenheid als ik met mijn Hyundaaitje door de Engelse heuvels cross. Een laag zonnetje beschijnt de velden en zet de Victoriaanse gebouwen van een of andere paardenrenbaan in een gouden gloed. Wat is Engeland toch mooi, bedenk ik, die ene dag dat het er niet regent.
Ik heb een hotelletje geboekt in Milton Keynes, daar waar ook de Red Bull-fabriek is gevestigd die de formule-1-wagens maakt. Nee ik verwacht niet dat 'Super Seb' op het terras van de Braziliaanse cocktailbar tegenover de Ramada Inn zit, maar stiekem hoop ik het toch en anders is Adrian Newey natuurlijk ook goed. Prompt loop ik twee engineers tegen het lijf van het Lamborghini Supertrofeo team waar ik ooit nog eens een gastrace voor mocht rijden en verdomd, wordt het toch nog gezellig.
Niet te gezellig, want ik moet me de volgende ochtend om klokslag 9.00 op Silverstone melden op het kantoor van I-zone, het trainingscentrum van DTM-coureur Andy Priaulx en oud-formule-1-teammanager Andy Hawkridge.

IMG 0241

Aan de muur hangen teksten van de kampioenen uit de sport. Senna natuurlijk, maar ook Prost en Fittipaldi. Op een tv-scherm speelt Nico Rosberg memory met zijn fitness-trainer. Inderdaad: het kinderspelletje. Maar met één handicap: Rosberg en zijn trainer steunen op hun armen, de rug recht als een plank. Dus: tijdens het omdraaien van een kaartje steunen ze op één arm en dat toch een kwartiertje lang. "Dit soort dingen leren we de coureurs hier ook," legt Rik Kasius, de Nederlandse engineer aan wie ik ben toegewezen, uit. "De truc ervan is dat je leert je te concentreren en blijft nadenken terwijl de fysieke uitdaging steeds groter wordt."
Hmmm, dat moet ik thuis maar eens met mijn kinderen gaan oefenen. Begin ik met vier kaartjes en bouw ik het langzaam op.

Rik neemt me vervolgens mee naar de sportzaal. Een beetje trots toont hij een apparaat dat zich nog het best laat omschrijven als een boordcomputer uit Startrek. Het is een geraamte met stoplichten die oplichten in allerlei kleuren. Ik krijg een paar skippyballetjes ter grootte van een voetbal in mijn handen gedrukt, elk toch gauw twee kilo zwaar.

IMG 0243

De bedoeling is dat ik de lampjes uitsla zodra ze oplichten en dat zo vaak mogelijk binnen de afgesproken anderhalve minuut. De grap is natuurlijk dat het geraamte zo breed is dat je nooit alle lampen tegelijk kunt zien, tenzij je recht voor je uitkijkt en alleen vanuit je ooghoeken de lampen op de hoeken bekijkt. Ik zal niet al teveel pochen over hoe goed ik het deed, laat ik volstaan met de mededeling dat GP2-coureurs James Calado en Sam Bird net boven me staan.

Dat vanuit je ooghoeken kijken blijkt een beetje de topic van de dag te worden. Rik legt uit dat alle goede autocoureurs, dat wil zeggen degenen die zij trainen, niet meer volledig naar de apex of het rempunt kijken maar alleen vanuit hun ooghoeken. Het lijkt me volstrekt onmogelijk. Hoe kun je nu rakelings langs een kerbstone sturen als dat enkel vanuit je ooghoeken doet? Rik toont een filmpje van een niet nader te noemen topcoureur die bij I-Zone traint. Met behulp van een cameraatje is gevolgd waar hij zijn blik op richt. De niet nader te noemen topcoureur kijkt naar zijn rempunt zodra hij het recht stuk op dendert, verlegt zijn focus vervolgens op een bomenrij waar ergens de apex in de verte moet zijn en zodra hij die heeft gezien richt hij zijn blik op dat punt van de baan waar de auto bij het uitkomen de kerbstones weer raakt. Nou ja, zo lijkt het althans. Het is even fascinerend als ongelofelijk. "Het is als rijden met groot licht. Je ziet meer, dus het is minder eng en je kunt harder," legt Rik uit. "Wij noemen dat peripheral vision."

IMG 0234

Als ik na een kwartiertje die Engelse term kan uitspreken mag ik in de simulator gaan zitten en krijg ik de bril met camera op. Ik heb speciaal voor de gelegenheid lenzen laten aanmeten bij Jeroen de Graaf van Zien&Zijn in Hedel , want anders werkt het cameraatje niet. Op advies van Rik heb ik 's ochtends een wagenziektepilletje genomen, want een dagje in de simulator schijnt voor sommigen gelijk te staan als een nacht op volle zee bij windkracht tien.
Ik probeer te doen wat er van me verwacht wordt, maar bij elke bocht schiet mijn blik toch nog even naar het wegdek voor mijn neus. Als ik dat niet doe mis ik de apex regelmatig met een halve meter. "Dat geeft niet," roept Rik terwijl hij met een laserpen aanwijst waar ik moet kijken. Hij krijgt gelijk want de rondetijd wijst uit dat ik seconden sneller ben met zijn techniek dan met die van mij.
Ik krijg zelfs bij het vertrek een compliment van baas Hawkridge: "Were you a professional driver when you were younger?" Maar ik neem aan dat dat ook bij de coachingstechniek hoort om coureurs meer zelfvertrouwen te geven.
Het compliment werkt wel, want Hawkridge heeft nog met Senna gewerkt en als ik langs het bord met de tekst van Senna loop heb ik voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik de 'meester' een beetje begrijp: "I am able to get to a level where I am ahead of myself; maybe a fifth of a second, who knows?"
Daarna trekt de tekst van Fangio me weer terug op aarde: "Always believe that you will become the best, but never believe you have done so."

En zo is het. Want de hamvraag is natuurlijk: werkt het ook in het echt. Als ik in Zolder voor het eerst echt in de Radical SR3 stap weet ik precies wat er van me verwacht wordt, zelfs in rondetijd. Maar de eerste ronden moet ik enorm wennen. De simulator geeft bij lange na niet de g-krachten door die er in werkelijkheid op een lichaam worden uitgeoefend. Vooral in de snelle bochten is de kracht op het stuur (zonder stuurbekrachtiging) zo groot dat ik bijna niet scherp durf in te sturen. Na een kwartiertje wennen en prutsen besluit ik de I-zone techniek toe te passen. In de chicanes niet naar het rempunt kijken , maar naar de apex. Ik mis de kerbstones met handenvol centimeters, maar de rondetijd gaat direct naar beneden. Het lukt me niet om de techniek voortdurend toe te passen, vooral niet in verkeer of als ik in mijn spiegels kijk.


superstars-zolder-17

Maar steeds als het wel lukt ben ik een volle seconde sneller. Als ik die conclusie op mijn dashboard zie glunder ik in mijn helm. Ik ben daadwerkelijk een betere autocoureur geworden. Win ik daardoor mijn eerste race? Ja en nee. In de race is het nog moeilijker om de I-zone-manier-van rijden toe te passen. Mijn rondetijden schommelen enorm, waardoor ik de kop van het veld toch uit het oog verlies.

superstars-zolder-19

De race win ik uiteindelijk omdat de nummer 1 en 2 een drive-through-penalty krijgen, maar op de uitslagenlijst zie ik wel dat ik van het veld van pakweg tien auto's de snelste rondetijd op mijn naam heb gezet. Met een halve seconde voorsprong op de rest van het veld. Ik had de race dus gewoon moeten winnen op eigen kracht. Dat betekent dat ik dus weer terug moet naar Silverstone. Al was het maar omdat baas Alex Hawkridge heeft beloofd te vertellen over zijn tijd als teammanager van Toleman toen Senna daar reed.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet