Column: DTM: Mijn 100e DTM-race sinds het jaar 2000
Uw verslaggever beleefde afgelopen zondag op de Norisring zijn honderdste race in de “nieuwe” DTM (hoewel die aanduiding “nieuwe” er in het tiende seizoen eigenlijk ook wel een keer af mag). Inderdaad, de seizoensopening op Hockenheim was eigenlijk al de honderdste, maar ik miste er sinds 2000 twee: Sachsenring 2001 (toen was ik bij de 24 Uur van Le Mans, die samenviel), en Donington 2003 (toen was ik bij de Duitse WK-rally). Voor de rest heb ik ze allemaal meegemaakt, hetzij als verslaggever en lid van het persteam van de DTM-organisatie ITR (van 2000 tot en met 2003 en sinds begin 2006), hetzij als perswoordvoerder bij Opel (2004 en 2005).Tekst: René de Boer
Foto: Willem J. Staat
Jubileum op de Norisring wel passend
Op de één of andere manier was het wel passend dat ik mijn honderdste nieuwe DTM-race op de Norisring had, want daar zag ik op 27 juni 1993 ook mijn eerste twee DTM-races. Met wijlen collega Flor Schilte was ik destijds naar de Norisring afgereisd, waar Jos Verstappen toen in de Formule 3 actief was (en won!) en Marcel van Vliet de Clio Eurocup-race won. De beide DTM-wedstrijden leverden overwinningen op voor Alfa Romeo-coureur Nicola Larini, die dat jaar ook kampioen zou worden. Natuurlijk kende ik de DTM al van televisie, maar live was het spektakel nog mooier. Man, wat een dikke auto’s, en wat ging het hard! Ja, ik weet ook wel dat ze vandaag de dag op de Norisring vijf seconden sneller rijden, maar voor m’n gevoel was het spektakel destijds beter. Bovendien, en dat vind ik nog steeds bij toerwagensport horen, werd het nodige plaatwerkcontact niet geschuwd. De auto’s waren veel minder gevoelig dan nu. En een startveld van 30 auto’s in de eerste race, kom daar nu eens om… Ja, inderdaad, toen waren er ook nog twee races op een dag. En geen kunstmatige onzin als verplichte pitstops. Maar goed, daar hadden we het hier niet over.
Internationaal!
Het jaar erna was ik bij drie evenementen live: de start van het seizoen in Zolder, de Eifelrennen op de Nürburgring (alleen op zondag, want op zaterdag was ik nog bij de rallysprint in Hulst) en de finale op Hockenheim. Dat was mijn eerste DTM-persreis op uitnodiging van Mercedes-Benz Nederland, dat een flinke delegatie journalisten had meegenomen. Op maandag na de race was er een fabrieksbezoek bij AMG, op dinsdag mochten we op Hockenheim meerijden met DTM-auto’s. Mijn eerste ronden met Kurt Thiim in een C-Klasse vergeet ik nooit meer. Definitief verkocht. 1995 kwam ik veel vaker: Hockenheim, Avus, Norisring, Donington, Diepholz, Nürburgring, Singen, Magny-Cours en weer Hockenheim, 18 races in totaal. Had inmiddels enkele vaste afnemers gevonden voor artikelen en foto’s, zowel in Nederland als daarbuiten. In 1996 ging de DTM op in het International Touring car Championship (ITC) en deed ik het hele kampioenschap, afgezien van de twee laatste evenementen in Suzuka en Sao Paulo. Maar wel Helsinki, Estoril, Silverstone, Mugello, Magny-Cours en natuurlijk alle Duitse races. Elf evenementen in getal, 22 races. Als je al die evenementen bij elkaar telt, zit ik dus al op 146 races.
Bijzondere races
Bijzondere races waren er sinds 2000 legio. Bijvoorbeeld Hockenheim, de eerste twee races van de nieuwe DTM, eind mei 2000, één dag voor mijn verjaardag. Zoals Hockenheim 1996 een emotioneel moment was als laatste evenement van de oude DTM/ITC dat ik meemaakte, zo was Hockenheim 2000 net zo emotioneel, omdat mijn favoriete serie er weer was. Hoe leuk de tweeliter Supertoerwagens in de tussentijd ook waren, de DTM was toch speciaal. De verregende première op de Lausitzring (nee, die race telt niet mee bij de 100, want die race vond immers nooit plaats), een dramatische beslissing op de Norisring in 2002 en de A1-Ring in hetzelfde jaar, de successen van landgenoten (podiumplaatsen voor Huisman, overwinningen voor Albers) waren ook bijzonder. En natuurlijk mijn beide jaren met Opel, want je beleeft een raceserie nog veel intensiever wanneer je direct bij een team betrokken bent. Het gastoptreden in Sjanghai, een bijzonder evenement in Istanboel, en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Zandvoort altijd speciaal
Ook Zandvoort was en is altijd speciaal in de DTM. De première in 2001, waarbij alle geplande leuke dingen moesten worden afgeblazen in verband met 11 september. De race in 2003, met de schitterende overwinning van Christijan Albers, nadat Timo Scheider op zo ongelukkige wijze de zege misliep. De race in 2004, met het verschrikkelijke ongeluk van Peter Dumbreck, die in “mijn” Opel-team reed. Het jaar erna, met de fraaie podiumplaats voor Heinz-Harald Frentzen. De zege van Tom Kristensen in 2006, ondanks de tankkan die hij meesleepte tot in de Tarzanbocht. De stalregie van Audi in 2007, toen Tomczyk moest en Prémat niet mocht winnen. Wat dat betreft verheug ik me nu al weer op Zandvoort.
Nog graag (minstens) 100 races!
Was de DTM vroeger leuker? De sfeer was in ieder geval beter. Er kon en mocht meer, er werd ook wel eens gezamenlijk feest gevierd, niet iedereen bleef in z’n eigen hospitality zitten. Grillparty’s in de paddock van Diepholz waren beroemd. In de loop der jaren werd het allemaal wat strenger, wat harder. Professioneel, noemt men dat. Vroeger kon je ook nog wel eens coureurs gewoon zo aanspreken, dat is ook allemaal een stuk minder geworden. Wat dat betreft ben ik blij dat ik ook de “oude” DTM nog zo intensief heb meegemaakt. Had ik voor geen goud willen missen. Maar ook nu nog is de DTM leuk. Zo’n race als afgelopen zondag op de Norisring is puur genieten. Ik teken graag voor (minstens) nog 100 races!