Supercar Challenge: Ontknoping in stijl op nat TT Circuit van Assen

Slechts één kampioen was er bekend in de vier klassen van de Dutch Supercar Challenge voor de Dutch Finals in Assen. Pieter van Soelen en Cor Euser stelden het kampioenschap in de GT I klasse veilig door als derde te eindigen race op zaterdag. Peter van der Kolk won zijn klasse en daarmee het kampioenschap in de GT II-klasse. Bij de Supersport-deelnemers was de ontknoping het spannendst, maar ging de titel overtuigend naar Rudolf van Soelen. De race op zaterdag werd gewonnen door Herman Buurman in de Marcos Mantis voor teamgenoten Toon van de Haterd/Danny van Dongen die de race van zondag in hun voordeel beslisten.
Tekst: PR
Foto's: Eurofoto
Herman Buurman wist dit seizoen in de klasse GT-I bijna alle races waar hij aan de start kwam in een overwinning om te zetten. Helaas moest hij een aantal races verstek laten gaan. Toon van de Haterd en Danny van Dongen bewezen steeds het snelste koppel te zijn maar ook zij kwamen te weinig aan de finish. Zo kon Pieter van Soelen met Cor Euser als teamgenoot een mooie voorsprong opbouwen in het klassement. Een voorsprong die zo groot was dat zij op Assen alleen maar hoefden te finishen om het kampioenschap veilig te stellen. Zij deden echter meer dan dat. Op zaterdag werd een behouden koers gevaren, altijd nog goed voor een derde plaats.
Herman Buurman was al in de kwalificatie de snelste van de drie Marcossen al ontliepen de tijden elkaar weinig. Ook Pieter van Soelen/Cor Euser en Toon van de Haterd/Danny van Dongen kwalificeerden zich nog binnen zeven tienden van een seconde. 
Bij de start kon Buurman zijn poleposition niet uit buiten. Op een opdrogende baan moest hij als tijdsnelste juist aan de kant starten waar normaliter niet gereden wordt en dus nog geen droge lijn was ontstaan. Veel wielspin was het resultaat. Toon van de Haterd zette de Dunlop-Marcos direct voorbij Buurman. Er ontspon zich een mooi gevecht tussen de drie Marcossen, waarbij v.d. Haterd aan Buurman voorrang verleende omdat zijn teamgenoot nog kans maakte op het kampioenschap. Zelf passeerde v.d. Haterd nog wel Euser om zo de tweede plek voor zich op te eisen. René Snel, die als vierde had getraind moest na 8 ronden de strijd staken, na een aanvaring in de eerste ronde. 
Frans en Danny van Os die de eerste wedstrijd op Assen hadden gewonnen, gilden met hun BMW over het circuit. Dat bleek de aankondiging van erger want de motor van de witte STW-bolide gaf in de laatste ronde met een forse plof de geest. De vierde plek was dan ook een schrale troost voor vader en zoon uit het Brabantse Liempde. Opvallende verschijning was de Audi die Hirst en Padworth vanaf de andere kant van de Noordzee naar Assen hadden gebracht.
In de GT-II klasse had Hans de Groot nog kans op het kampioenschap. Hij deed in de training wat hij moest doen. Voor de snelste tijd incasseerde hij immers een bonuspunt. Zijn aspiraties vielen in de eerste ronde echter al aan duigen toen De Groot alle zeilen moest bijzetten om niet vol in de zijkant van Rene Snels Porsche te knallen die dwars op de baan was komen te staan na een duwtje van de Marcos van Mathew van Diessen. Als toegift reed Arjen Vels daarop vol op de achterkant van de Marcos. Peter van der Kolk reed zodoende onbedreigd naar de overwinning en de titel. Arthur Janssen heeft de BMW verruild voor een Marcos en zette een puike prestatie neer door achter Van der Kolk als tweede te finishen. Ondanks pitsbezoek om de schade te herstellen reed Hans de Groot alsnog naar de resterende podiumplek. 
In de klasse Supersport werd de eerste race een prooi voor Ruud Olij. De rozenkweker uit de Kwakel reed in zijn BMW M3 de Porsche van de familie Backelandt op een halve minuut. Robbie Brooimans, die als snelste had getraind, zag de finish niet, net als Nol Kohler waardoor het kampioenschap automatisch bij Rudolf van Soelen terecht kwam. De nieuwe kampioen haalde het podium nog net maar had daarvoor stevige concurrentie te duchten van Jan Storm die een uitstekend debuut beleefde met de BMW 328. Het uitvallen van Arjen Vels opende perspectieven voor de andere deelnemers in de sport-klasse. Vels was dit seizoen immers vaak oppermachtig. Iemand die echter aan de deur staat te rammelen is Rutger de Boer. Door in de Corus BMW E46 M3 naar de winst te rijden zette hij zijn ambities nog eens kracht bij. Op het podium werd hij geflankeerd door Ron Braspenning die vorige keer eigenlijk al had horen te winnen. Het derde treedje was voor Nico Been en Jeanette Strating die in hun kleine Clio vele grote Duitse broeders achter zich lieten.

Op zondag ontving Assen deelnemers en publiek met een vrolijk herfstzonnetje. Dat bleef gedurende de dag schijnen maar moest bij tijd en wijle zijn meerdere erkennen in een aantal ferme regenbuien. De meest hevige daarvan koos zijn moment juist aan de start van de Dutch Supercar Challenge. Bij bakken viel het al uit de hemel toen het licht op groen ging. Problemen voor hen die wel van een gokje houden en gekozen hadden voor slicks. Zeker toen de regen overging in een heftige hagelbui. Zij met het meeste geluk haalden het tot de pits. De beelden van de moddergevechten van deelnemers die her en der van de baan raakten riepen herinneringen op aan het natte eerste bezoek van het jaar. Waar de vele Marcossen met de wel erg brede banden vochten om het juiste spoor te houden gaf Toon van de Haterd de sportwagen van Nederlandse makelij juist extra de sporen. 
Zijn voorsprong werd echter te niet gedaan doordat de safetycar in de baan kwam. Het duurde echter erg lang voor die de leider wist op te pakken waardoor het veld behoorlijk door elkaar gehusseld was toen de safetycar na 15 minuten wedstrijd weer vertrok. Van de Haterd pakte op waar hij gebleven was met rondjes die seconden sneller waren dan de gezamenlijke concurrentie. Zelfs de gele Porsche van Backelandt, die nog het langst in het spoor van de Geffense transportondernemer was gebleven, was spoedig uit de spiegels van Van de Haterd verdwenen. Halfweg was het verschil opgelopen tot een halve minuut. Toen de Dunlop-bolide binnenkwam voor de pitstop besloot men naast rijder ook banden te wisselen. De lange pitstop stelde Euser, die inmiddels naar de tweede plek was opgeschoven, in staat de eerste plaats over te nemen. De voorsprong op Danny van Dongen slonk echter zienderogen. Met nog 7 minuten op de klok nam Van Dongen de leiding weer in handen. Rene Snel reed naar de derde plek voor Dick van Elk.

In de GT-II klasse spitste het gevecht zich toe op Hans de Groot en Peter van der Kolk. De Groot reed lange tijd in de top 3 en moest pas na de pitstop Van der Kolk even voor laten gaan. De Groot bleef geduldig, voerde de druk op en dwong Van der Kolk in een fout. De Groot won, Matthew van Diessen werd op respectabele afstand tweede voor Eurotech-voorman Wim Noorman. In de supersportklasse was het gevecht bijzonder spannend. Lange tijd had de gele Porsche van de familie Backelandt het heft in handen. Zij reden zelfs op de tweede plek overall. Toch zagen zij het zwartwitgeblokt niet. Hun Porsche ging er met de finish in zicht hard af na een uitstapje in de Ramshoek. Daarmee verloren zij hun podiumplaats. 
De overwinning ging net als op zaterdag naar Ruud Olij. Met nog een half uur op de klok reed Rudolf van Soelen nog vlak voor hem. In een fraai gevecht pakte Ruud Olij toch de overwinning. Van Soelen werd tweede voor Esto van de Steeg en Hank Albronda/Berry van Elk. In de sportklasse werd de pikorde weer hersteld met een overwinning voor Arjen Vels die Rutger de Boer voor bleef. Opnieuw werd een Clio als derde in de klasse afgevlagd. DirkJan Hofmans kreeg loon naar werken en mocht het seizoen afsluiten met een podiumplek. Door deze laatste overwinning van Arjen Vels pakte hij ook de totaaloverwinning in het Dutch Supercarchallege klassement met het hoogste puntentotaal van 223, Peter van der Kolk werd uiteindelijk tweede met 210 punten en Rodolf van Soelen derde met 199 punten.