Retro

Retro: Werner, Padmore en Minshaw de winnaars in rommelig weekend Algarve Classic Festival

senten-images -74

Van een circuit dat de F1, de ELMS en de MotoGP ontvangt – de laatste twee respectievelijk een week vóór en een week ná het Algarve Classic Festival – zou je denken dat die er een gestroomlijnde organisatie op nahoudt. De merkwaardige gebeurtenissen stapelden zich echter op in een behoorlijk verregend weekend dat de wereld van de internationale historische autosport in verbazing achterliet. Vooral Marco Werner en Nick Padmore bleven daar echter onverstoorbaar onder door de eer voor zich op te eisen in zowel de Masters Historic Formula One als de Masters Endurance Legends. Jon Minshaw was het andere goudhaantje van het weekend: hij won zowel de Masters Gentlemen Drivers als de GT & Sports Car Cup, de laatste samen met Phil Keen.

Tekst: Mattijs Diepraam
Foto's: Carlo Senten

Mogelijk was de druk van de ELMS-nasleep – veel teams bleven na afloop testen – en de komst van het MotoGP-circus te groot voor de Portugezen, wie zal het zeggen? MotoGP legde zelfs fysiek een stempel op het weekend door al op zondagochtend te beginnen met de opbouw, terwijl de huidige bewoners van de paddock nog een hele dag racen voor de boeg hadden. Het was begrijpelijk dat ze zich niet meer echt welkom voelden. De tijdwaarneming liet diverse steken vallen, schermen vielen uit in het mediacentrum, pitmarshals lieten een lokale klasse voor hun beurt de baan op. Als 'hoogtepunt' moest de GT & Sports Car Cup na drie kwartier van de twee uur worden afgebroken omdat het circuit er maar niet in slaagde om twee niet eens zo grote oliesporen onschadelijk te maken. Het kostte uiteindelijk meer dan twee uur voordat er weer kon worden geracet.
  senten-images -65

De meeste races vonden plaats op een natte tot kletsnatte baan. De weergoden hadden na maanden van droogte – de geblakerde heuvels rondom het circuit waren er stille getuigen van – besloten om juist in de drie dagen van het festival alle water te laten vallen dat ze hadden opgespaard. Uiteindelijk viel het nog mee, want de vrijdag bleef grotendeels droog, maar de omstandigheden bleken op zaterdag en zondag uiterst uitdagend.

Marco Werner en Nick Padmore hadden daar het minste last van, zo bleek. De teamgenoten van Britec Motorsport, het Duitse team dat een hele collectie Lotus-auto's in JPS-kleuren op de baan brengt, wonnen samen beide races in de Masters Endurance Legends in hun Lola-Lotus B12/80 LMP2 – en dat ondanks de langere pitstoptijd tijdens de rijderswissel waartoe zij als professionele coureurs gedwongen waren.
  senten-images -67

Hun verrassende concurrent werd Xavier Micheron, die met een Riley & Scott-Oldsmobile MkIIIC voor de dag kwam en zeer goed uit de voeten kwam in de regen. Twee keer spinde de eenhandige Fransman echter zijn kansen weg op het moment dat hij kort op de Lola-Lotus zat. Eén keer wist hij nog wel terug te komen naar een podiumplaats, de andere keer sloeg de Oldsmobile af. In hun kielzog reed Christophe d'Ansembourg naar twee podiums in zijn Lola-Aston Martin DBR1-2, terwijl Keith Frieser op zondag de laatste podiumplaats voor zich opeiste in de Zytek 09S.
  senten-images -73

Padmore en Werner wonnen ook elk een Masters Historic Formula One-race. De Brit zou oorspronkelijk in de Lotus 77 starten waarmee hij op Jérez in de pre-78-klasse had gereden, maar die gaf problemen. Daarom stapte hij over op de Lotus 92 die Britec had meegebracht als reserveauto – en daarmee maakte de voormalige kampioen voor het eerst in twee jaar kans op een algemene overwinning. Daar slaagde hij op zaterdag meteen in. Op zondag moest hij echter Werner voor zich laten, die in zijn Lotus 81 de winst naar zich toetrok.
  senten-images -64

Jamie Constable was op zaterdag in vorm, want met zijn Tyrrell 011 wist hij Werner op het laatst van de tweede plaats te verdringen. Op zondag maakte hij echter een kapitale remfout waarmee hij Steve Brooks in de Lotus 91 uitschakelde. Brooks was net de leiding aan Werner kwijtgeraakt toen hij de Tyrrell naar binnen kreeg. Gelukkig bleven beide coureurs ongedeerd. Christophe d'Ansembourg (Williams FW07C) schitterde op zondag door Padmore te passeren en het Werner aan het slot moeilijk te maken.
  senten-images -75

Max Smith-Hilliard – ook een voormalig kampioen, maar dan in de pre-78-klasse – greep na drie jaar afwezigheid zijn eerste klasseoverwinning sinds zijn terugkeer. In zijn Shadow DN5 reed hij naar een sterke vierde plaats algemeen. Op zondag startte hij niet, wat zuiderbuur Marc Devis de kans gaf om een klassezege te pakken. De Belg wist in zijn Surtees TS16 bovendien beslag te leggen op een zesde plaats algemeen, vóór Niklas Halusa, die voor het eerst de McLaren M23 van zijn broer Lukas had overgenomen.
  senten-images -63

In de HGPCA-races voor GP-auto's tot 1966 ging het op zaterdag volledig om Michael Gans, die meteen de kop pakte van Andrew Beaumont (wiens Lotus 24 er daarna meteen mee ophield) en vervolgens in zijn Cooper T79 de concurrentie op tien seconden reed. Op de natte baan waren dat opmerkelijk genoeg alleen maar oudere auto's met de motor nog voorin. Richard Wilson reed in zijn Ferrari 246 Dino naar een tweede plaats, terwijl Lukas Halusa alom verbaasde door zijn vooroorlogse Bugatti T35B naar een onwaarschijnlijke derde plaats algemeen te rijden, vóór de Maserati 250F's van Guillermo Fierro en John Spiers – ook al met de motor voorin. Daarna volgden pas de Cooper van Rod Jolley en de Lotus van Mark Shaw.
  senten-images -66

Op zondag domineerden de auto's met de motor voorin zelfs compleet het spel, nadat Gans bij de start ver terugviel. Spiers leidde bijna van start tot finish na een schitterend duel met Wilson, die hem in de achtste ronde, maar Spiers pakte daarna gauw het initiatief terug. Sterker nog, op het laatst verloor Wilson zijn tweede plaats aan de wonderbaarlijke Halusa. Fierro werd opnieuw vierde, vóór Jolley, James Willis (ook in een Cooper) en Shaw. Gans vocht zich nog wel terug naar de vijfde plaats, maar gleed er in de laatste ronde af.
  senten-images -70

De Masters Historic Sports Car-wedstrijd leek een Steve Brooks-benefiet te worden, want de Spitfire-piloot leidde de eerste 55 minuten van de race – totdat zijn Lola T70 Mk3B het begaf. Zo draaiden de laatste vijf minuten opeens om de strijd tussen Pedro Macedo Silva in zijn T70 Mk3 (de niet-B-versie) en Andy Willis in een Lola T212. De Portugees lag ruim eerste op de baan, maar moest twee tijdstraffen van in totaal 15 seconden wegwerken. Met twee snelle ronden aan het slot lukte 't hem nét – al viel de tijdwaarneming net op dat moment uit, zodat het heel wat rekenwerk kostte voordat de thuisheld tot winnaar kon worden uitgeroepen.
  senten-images -68

De Masters Gentlemen Drivers konden op zaterdagavond maar 78 van de 90 minuten voltooien omdat het toen te donker werd om de baanposten nog te kunnen zien – hoewel dat op zondag voor de lokale klassen geen probleem bleek te zijn... Ook op zaterdag was het te krappe programma uitgelopen, maar de rode vlag na 78 minuten had gelukkig geen echte invloed op de uitslag. Jon Minshaw domineerde volledig in zijn Jaguar E-type en had nog bijna een minuut in handen op de E-type van Lee Mowle en Phil Keen. Hoewel Keen wederom de fantastische rondentijden neerzette die we van hem gewend waren, had hij Superman moeten zijn om Minshaw nog te kunnen verslaan. Mark Holme en Jeremy Welch reden in hun Austin Healey 3000 intussen naar een verbazingwekkende derde plaats algemeen terwijl Andrew Haddon en Andy Wolfe zich terugvochten naar de vierde plaats. Haddon had tijdens zijn stint zonder licht gereden en Wolfe mocht niet de baan op voordat het team het euvel had hersteld. Het bleek in het donker even zoeken naar de juiste zekering in de Elan...
  senten-images -69

Voor de GT & Sports Car Cup stapte Keen in bij Minshaw, en dat tweetal leidde de wedstrijd toen die na ruim drie kwartier werd stilgelegd. Twee Shelby Mustang GT350's hadden vrijwel tegelijk op verschillende plaatsen een oliespoor gecreëerd, die van Pierre-Alain Thibault doordat een weggevlogen voorruit van een Cobra vol zijn oliekoeler raakte, en die van Jeremy Cooke doordat de motor plofte. Beiden zochten zo snel als ze konden de kant op. Na ongeveer 20 minuten achter de safety car werd besloten om de auto's maar stil te zetten op het rechte stuk.

De coureurs claimden dat de sporen niet op de ideale lijn lagen en dat ze nu wel wisten waar ze lagen. Maar de baan had ze al tot safety issue uitgeroepen, een verklaring die je niet meer kunt intrekken totdat het probleem is opgelost. Het circuit ging niet aan het werk met cement, maar gebruikte een chemicalie waarvan het tevergeefs een hele tankwagen leegde om daarna terug te moeten en de tank nog eens te vullen. Ook die ging geheel leeg en het probleem was nóg niet opgelost. Daarop werd besloten om de race af te breken. De auto's reden in tegengestelde richting door de pitstraat terug naar hun garages. Uiteindelijk kon het programma pas twee uur later worden hervat.
  senten-images -72

Bij de Formule Junior stond er intussen geen maat op Alex Ames, die in zijn Brabham BT6 naar twee overwinningen reed. Lukas Halusa en Clive Richards, beiden in Lotus 22's, streden om de resterende podiumplaatsen, waarbij Richards twee keer aan het langste eind trok. Patrick d'Aubreby werd op zaterdag vierde, maar zijn Lotus 22 kwam op zondag in aanraking met de 20/22 van Lee Mowle. Zo kon Niklas Halusa de vierde plaats naar zich toetrekken.

Het programma werd voltooid door maar liefst vijf lokale klassen, waarvoor de Portugezen de hele middag hadden gereserveerd. Op de Masters Gentlemen Drivers na waren de Britse gasten dus steeds aan het begin van de middag al klaar.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet