Retro

Retro: Gordon Spice na langdurig ziekbed overleden

spice6

Toerwagenlegende en sportwagenconstructeur Gordon Spice is gisteren op 81-jarige leeftijd overleden. Spice leed al langere tijd aan kanker. De Brit maakte als actief coureur naam in de toerwagens en werd daarna een toonaangevend constructeur in het WEC en IMSA van de jaren tachtig en negentig. Tot 1989 racete Spice nog in zijn eigen creaties: samen met Ray Bellm en Fermin Vélez werd hij midden jaren tachtig keer op keer wereldkampioen C2.

Tekst: Mattijs Diepraam
Foto's: Willem J. Staat

Spice begon begin jaren zestig te racen in MG's en Morgan voordat hij de Mini ontdekte en daarmee furore maakte in het British Saloon Car Championship, de voorloper van het huidige BTCC. Hij begon voor Downton Engineering en stapte in 1968 over naar Equipe Arden, het team dat het jaar erop BSCC-kampioen werd met Alec Poole. Toen reed Spice al voor het fabrieksteam van Cooper, maar de Mini's werden in hun klasse steeds vaker om de horen gereden door de nieuwe 1300cc Escorts van Broadspeed.
  spice-capri

If you can't beat them, join them – dus Spice maakte de overstap naar Ford, waar hij in de jaren zeventig vooral met de Capri's schitterde. In de tweede helft van het decennium won Spice zes keer op rij zijn klasse, met 28 overwinningen in totaal, maar het algemene kampioenschap wist hij met de Capri 3.0S nooit te veroveren. Wel haalde Spice samen met Teddy Pilette de buit binnen in de 24 Uur van Spa van 1978.
  spice-f5000-kitchener

Begin jaren zeventig legde Spice zich ook toe op de eenzitters, met name F5000, waarin hij uitkwam met onder meer de unieke Kitchener K3A en een McLaren M10B. Echt succes had hij echter nooit in die klasse, op één overwinning in 1975 na, in een Lola T332 op Oulton Park.

Waar hij zich wel steeds meer in thuisvoelde, waren de sportscars. Na een lange tijd eenmalig Le Mans-optreden in 1964, in een Deep Sanderson, keerde hij in de jaren zeventig terug voor nog eens twee losstaande verschijningen, in 1970 in een Ferrari 512S en in 1977 in een De Cadenet. In beide gevallen verscheen hij overigens alleen in de trainingen. Daarna vroeg Jean Rondeau hem voor diens team. Bij Rondeau deelde hij tot 1982 auto's met onder meer François Migault en Jean-Michel Martin.
  spice

Die laatste Le Mans-optredens smaakten naar meer, zeker toen Ford hem in 1983 royaal compenseerde voor een Groep C-contract met de Ford C100 dat nooit werd vervuld. Dat leidde tot de oprichting van Spice Engineering, dat zich meteen begon te richten op de nieuwe C2-klasse voor kleinere sportscars. In de auto's met zijn eigen naam domineerde hij lange tijd de categorie. Drie keer won hij op Le Mans de C2-klasse, terwijl vanaf 1986 de Spice-auto's ongenaakbaar waren in hun kampioenschap.

In 1984 won Spice samen met teamgenoten Ray Bellm en Neil Crang al vijf C2-races in een Tiga, maar toen was er nog geen rijderstitel. Wel in 1985, toen Spice dat trucje met Bellm herhaalde, ook toen in een Tiga. In 1986 creëerde de FIA een eigen FIA Cup voor C2-coureurs en C2-teams, het jaar waarin Spice ook als constructeur debuteerde. Spice en Bellm prolongeerden in de Spice SE86C hun titel, al hadden ze opnieuw veel tegenstand van Ray Mallock en zijn Ecurie Ecosse, dat de teamstitel in de wacht sleepte. In 1987 deed Spice het nog eens over met Fermin Vélez, een jaar later wederom met Bellm. Nu waren de teamkampioenschappen wél voor Spice. De constructeur verkocht bovendien volop chassis aan privéteams, waarvan Chamberlain Engineering de bekendste en succesvolste zou worden.
  spice3

De 24 Uur van Le Mans van 1989 was de laatste race van Gordon Spice voordat hij zich volledig op zijn bedrijf zou richten. Het merk maakte de opstap naar de C1-klasse en begon in de VS intussen aan een onafgebroken zegereeks in IMSA Camel Lights. Dat gebeurde overigens pas toen het bedrijf formeel in handen was gekomen van Jean-Louis Ricci, die in 1990 de aandelen van Spice en Bellm overnam.

In Europa kreeg Spice begin jaren negentig kansen toen diverse grote fabrikanten zich terugtrokken uit de Groep C. In de nadagen van het toenmalige World Sportscar Championship verleenden Cor Euser en Charles Zwolsman Sr een Nederlands tintje aan Spice. Het team van Euro Racing werd in 1991 vierde in het kampioenschap, Euser en Zwolsman finishten als vijfde en zesde bij de rijders.
  spice5

De grote successen kwamen echter in de Verenigde Staten. Spice had in de jaren tachtig al technische ondersteuning geboden aan de Camel Lights-auto's van Pontiac – wat verkapte Spice-auto's waren – maar ging in het volgende decennium pas echt de klasse domineren. Spice werd het fabrieksteam van Honda, waarna de Spice-Acura met Parker Johnstone de Camel Lights-titels van 1991, '92 en '93 aaneenreeg.

In de loop van de jaren negentig raakten de sportwagenkampioenschappen in zowel Europa als Amerika buiten adem en dat had zijn weerslag op de financiële gezondheid van Spice Engineering. In samenwerking met Oldsmobile won Spice nog wel het IMSA-kampioenschap van 1994 in de nieuwe World Sports Car-categorie. Daarna kondigde Spice plannen aan voor GT-auto's en zelfs Formule 1 (vanuit een nieuw hoofdkwartier in Australië!), maar die ideeën kwamen nooit van de grond.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet