Masters Historic Racing

Retro: Hall en Hadfield veelvoudig in de prijzen op Silverstone Classic

Senten-Images-5018

Groot, groter, grootst: dat is het motto van de Silverstone Classic, het jaarlijkse historische evenement met de meeste races en de meeste auto's van allemaal. Ook dit jaar kwamen alle grote Britse organisaties bij elkaar voor dit reusachtige zomerfeest: Masters Historic Racing, Motor Racing Legends, de Historic Grand Prix Association, de HSCC, noem maar op, met zelfs Group C erbij, ook al is dat nu in handen van Peter Auto. Rob Hall en Simon Hadfield waren de sterren die zich in de 20 races meermaals lieten bekronen. De Nederlandse inbreng was minimaal: alleen Karsten Le Blanc en Harm Lagaaij waren van de partij. Maar Lagaaij kreeg wel een mooie prijs uitgereikt.

Tekst: Mattijs Diepraam
Foto's: Carlo Senten (Retro Racing Magazine)

Na een dag lang kwalificeren op vrijdag was het op zaterdag tijd voor de eerste 11 races. Intussen bruiste het middenterrein van de autoclubs. Diverse jubilea waren daar te vieren: Lamborghini vierde 50 jaar Miura én 100 jaar sinds de geboortedag van Ferruccio Lamborghini, de Viper Club had een feestje rond het 20-jarig bestaan van de Amerikaanse sportwagen, terwijl Porsche het 40-jarig jubileum van zijn eerste transaxle-auto vierde. De Porsche Club werd voor dat laatste bekroond met de prijs voor mooiste attractie naast de baan.

Senten-Images-4453

Zo'n 100.000 bezoekers kwamen op het evenement af.

De Formule Juniors beten (zoals wel vaker) de spits af. Sam Wilson (Lotus 20/22) versloeg Andrew Hibberd (Lotus 22) en deed dat op zondagochtend nog eens in de tweede race – met de kleinst mogelijke marge.

Senten-Images-5723

De Juniors kwamen twee keer in actie in de vroege ochtend.

Daarna was de eerste race met pitstop aan de beurt: de Stirling Moss Trophy van Motor Racing Legends, voor sportauto's van vóór 1961. Drie Lister Knobbly's vertrokken vooraan, maar Sam Hancock vocht zich naar voren in zijn Ferrari 246S Dino om Richard Kent in een Lister Costin te verslaan. Karsten Le Blanc wist in zijn Cooper Monaco slechts 15 ronden te voltooien.

Senten-Images-3085

Chris Ward heeft weer een hoofdprijs te pakken. Achter hem Fred Wakeman en Patrick Blakeney-Edwards (in het hoekje), vooraan Tony Wood.

De RAC TT voor pre-63 sportscars werd een prooi voor de Aston Martin DB4 GT van Wolfgang Friedrichs, zoals altijd vaardig ge-co-piloteerd door Simon Hadfield. Vanzelf ging 't niet: de openingsfase was voor de Ferrari Breadvan van Lukas en Martin Halusa, maar een safety car keerde de wedstrijd. Precies op het juiste moment gaf Friedrichs het stuur over aan Hadfield, die met ruime voorsprong op de baan terugkeerde. Lukas Halusa ging juist de mist in doordat hij te vroeg naar binnen kwam – net toen het pitvenster nog niet was geopend. Met zijn Britse co-equipier Nigel Greensall finishte Karsten Le Blanc op een mooie achtste plaats, als snelste van de Big Healeys en tussen vier E-types in.

Senten-Images-2920

Karsten Le Blanc in zijn Healey 100.

De Woodcote Trophy voor sportauto's van vóór 1956 (ook van Motor Racing Legends) leek een eenvoudige prooi voor Chris Ward, die in zijn Cooper-Jaguar T33 ook al oppermachtig was op Goodwood. In realiteit moest hij de hele race de T38 van Fred Wakeman en Patrick Blakeney-Edwards van zich afhouden. Sterker nog, met vijf minuten te gaan had de strijdbare Blakeney-Edwards nog de leiding in handen, voordat hij zich definitief gewonnen moest geven. Le Blanc werd 15e in zijn Healey 100S.

Senten-Images-3744

Tweevoudig F1-winnaar Nick Padmore in zijn Williams FW07.

Daarna was de eerste Masters-wedstrijd aan de beurt. En wat voor een: een veld met 29 F1-auto's kwam naar buiten voor de eerste van twee races voor het FIA Masters Historic Formula One Championship. Nick Padmore won in zijn Williams FW07 beide wedstrijden, maar niet nadat hij had afgerekend met WDK-teamgenoot Ollie Hancock, die in zijn Fittipaldi F5A buitenom de leiding pakte in de eerste race – en de volgende dag óók in de tweede race! Hancock viel op zaterdag terug achter onder meer Loïc Deman (Tyrrell 010) en Greg Thornton (Lotus 91), maar bleef wel de snelste pre-78-auto. Op zondag moest hij in de tweede ronde zijn meerdere erkennen in Padmore, maar daarna hield hij het aanzienlijk langer vol in een groep met Deman, Thornton, Martin Stretton (Tyrrell 012), Christophe d'Ansembourg (Williams FW07) en daarna ook nog Rob Hall (Ligier-Matra JS11/17). Pas aan het slot was Deman de enige die de Fittipaldi wist te passeren. De tweede tot en met de zevende plaats werden slechts door één seconde gescheiden!

Senten-Images-6850

Het treintje van Ollie Hancock.

Een publieksfavoriet was de Super Touring-race. Colin Noble Jr won in zijn Vauxhall Vectra, al wist hij de snel naderende Honda Accord (ex-Peter Kox!) van Graeme Dodd op het laatst met slechts twee tienden achter zich te houden. Noble Jr leek het spelletje te herhalen op zondag, maar een foutje met vier minuten te gaan leek hij de overwinning cadeau te geven aan Dodd. Noble gaf zich echter niet zomaar gewonnen: in typische BTCC-stijl ging het laatste ronde deurklink tegen deurklink, totdat Noble de Honda in de laatste bocht de baan af ramde. Dat was iets te veel van het goede, vonden de wedstrijdcommissarissen: Noble werd uit de uitslag genomen, waardoor Dodd tot winnaar werd verklaard.

Senten-Images-4018

De Super Touring-helden in één shot, toen het nog niet deurklink tegen deurklink ging.

Meteen daarna was het tijd voor de wedstrijd met de meeste decibellen: de CanAm-Interserie Challenge. Andy Newall's brute McLaren-Chevrolet M8F leek de favoriet, mar de CanAm-auto legde het af tegen de glorieuze Matra MS670B/C van Rob Hall, een zeer welkome nieuwkomer in het historische circus. De volgende dag herhaalde Hall het trucje. Harm Lagaaij was present met zijn unieke Shadow Mk1 en finishte als 17e en 15e. Toch won de fameuze Porsche-ontwerper een mooie prijs: de Stuart Graham 'Scarf and Goggles' Award voor meest bewonderenswaardige auto van het evenement.

Senten-Images-4388

Harm Lagaaij in zijn 'winnende' Shadow Mk1.

De Historic Grand Prix Car Association, die het F1-erfgoed tussen 1948 en 1966 bewaakt, verscheen met maar liefst 48 auto's ten tonele. Will Nuthall (Cooper T53) versloeg Jon Fairley (Brabham BT11/19) op zaterdag, maar Peter Horsman bleek op zondag de snelste in zijn Lotus 18/21. De zege van Nuthall kwam niet zonder slag of stoot tot stand: hij en Fairley wisselen diverse malen van plaats, totdat Fairley met nog een halve ronde te gaan een fout maakte en Nuthall de overwinning cadeau gaf. Op zondag was Fairley de katalysator tot de eerste rode vlag van het weekend: hij kwam niet weg bij de start en veroorzaakte daarmee een kolossaal startongeluk. De race werd ingekort tot 15 minuten, die Horsman eenvoudig won toen Will Nuthall moest afhaken met een gebroken aandrijfas.

Senten-Images-4418

Cooper-detail uit het HGPCA-veld.

Ook de tweede 'nieuwe' Matra van Hall & Hall werd na afloop met een lauwerkrans getooid. De MS650 van Andy Willis en Rob Hall reed – vooral dankzij Hall – de vloot aan Lola T70 MK3B's aan gort in de race voor het FIA Masters Historic Sportscar Championship. De T70 van Chris Ward en Nick Padmore in de Chevron B19 reden aan het begin de Matra nog vooruit, maar met Hall achter het stuur (en Gibson en Smith-Hilliard in plaats van Ward en Padmore) was het pleit gauw in het voordeel van de prachtige Franse auto beslecht. Rob Hall werd er de Motor Sport Magazine Driver of the Weekend mee.

Senten-Images-5324

De Cobra van de Bryants met daarachter de Daytona Coupé van Voyazides/Hadfield. Aan de finish zou de volgorde omgekeerd zijn.

Ook de International Trophy voor GT-auto's van vóór 1966 ging met een verplichte pitstop gepaard. De TVR van Mike Whitaker had aanvankelijk de leiding, maar na de pitstops reed na Rob Hall ook Simon Hadfield naar zijn tweede overwinning van de dag, in de Shelby Cobra Daytona Coupé die hij zoals gewoonlijk deelde met Leo Voyazides.

Senten-Images-5470

De Porsche 962 van Mark Sumpter in het avondrood.

In de schemering kreeg de zaterdag een spectaculair sluitstuk met een Group C-race over 30 minuten. Nathan Kinch schoot er meteen vandoor in zijn Lola T92/10, maar daarachter streden Katsu Kobuta (Nissan R90CK) en Bob Berridge (Nissan R93CK) met Christophe d'Ansembourg (Jaguar XJR14) en Mark Sumpter (Porsche 962) om de tweede plaats. De Belg leek die strijd te winnen, maar kreeg pech in de laatste ronde. Daardoor completeerden Kubota en Sumpter het eerste podium. Poleman Kinch moest op zondag al in de eerste ronde afhaken, waardoor Berridge de leiding en uiteindelijk de zege in handen kreeg. Kubota leek beslag te gaan leggen op de tweede plaats, maar een spin schonk die aan Sumpter.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet