Formule 1

Formule 1: De 70e verjaardag van ‘de Formule 1’ is vooral een jubileum voor statistici en marketeers

gb1950

Vandaag is het 70 jaar geleden dat de GP van Europa plaatsvond op het circuit van Silverstone. De eerste F1-race? Nee, absoluut niet. De eerste Grand Prix die meetelde voor een wereldkampioenschap dan? Ook die mededeling is niet helemaal correct. Zoals deze mijlpaal eigenlijk in geen enkel opzicht correct is: de Formule 1 is dik 73 jaar oud, het WK F1 bestaat pas sinds 1981 en dat WK werd tot die tijd niet exclusief voor F1-auto's gehouden. Het jubileum dat de sport dit jaar viert, is er vooral een van de statistici en de reclamejongens.

Tekst: Mattijs Diepraam

In weinig sporten is een historisch feit als 'de wedstrijd waarmee het allemaal begon' zó algemeen geaccepteerd en tegelijk zó onjuist. Want vraag aan duizend F1-fans wat 'de eerste F1-race' was. Het gros dat daarop überhaupt het antwoord weet, zal zeggen: de Grote Prijs van Engeland op 13 mei 1950. Precies om die reden pakt de F1-wereld vandaag groots uit met zijn viering van 70 jaar Formule 1.

Helaas is het antwoord op die vraag fout, al is de fout wel begrijpelijk. In vrijwel alle boeken en op vrijwel alle websites die de geschiedenis van de Formule 1 in feiten en cijfers belichten, staat het wereldkampioenschap Formule 1 centraal. Lekker prettig, want dat geeft één doorgaande lijn van wereldkampioenen van 1950 tot nu. Weliswaar met aantallen GP's per WK die stegen van 7 in 1950 tot 21 in 2019, en puntentellingen die door de jaren heen veranderen, zodat statistische vergelijkingen aanzienlijk worden bemoeilijkt, maar toch smullen de fans ervan: de lijstjes waarop Michael Schumacher de meeste overwinningen boekte, Juan Manuel Fangio 24 van zijn 51 races won en Lewis Hamilton het puntenrecord aller tijden in handen heeft. Bovendien is het prettig en overzichtelijk voor marketeers: we hebben een WK, in 1950 begon dat WK, dus laten we fijn terugblikken op de 70 seizoenen daartussen!

Die focus op 'het WK' veronachtzaamt niet alleen de vele GP's voor F1-auto's die niet voor het WK meetelden (in 1983 werd de laatste van die soort verreden), hij verblindt de fans ook voor de werkelijkheid, die een stuk grilliger is. Maar daardoor ook een stuk interessanter. Daarom zetten we op deze jubileumdag de feiten nog eens op een rij. Want als er een dag is om als F1-liefhebber even lekker pedant te zijn, dan is het wel 70 jaar na 13 mei 1950.

1. De eerste race die meetelde voor een wereldkampioenschap, was de 500 mijl van Indianapolis van 1925
Ja, je leest het goed, een Indycar-race was de eerste WK-race aller tijden! Van 1925 tot 1927 organiseerde de AIACR – de voorloper van de FIA – namelijk al een wereldkampioenschap. Alleen voor merken, niet voor coureurs, maar desondanks: een officieel erkend wereldkampioenschap. In 1925 bestond dat kampioenschap uit de Indy 500, de GP van België op Spa (dat jaar ook de GP van Europa), de GP van Frankrijk op Montlhéry en de GP van Italië op Monza. Alfa Romeo werd de eerste wereldkampioen.

2. De eerste Formule 1-race werd in 1947 verreden
Het nieuwe naoorlogse reglement voor Formule 1 en Formule 2 (of Formule A en Formule B, zoals ze aanvankelijk werden genoemd) werd goedgekeurd in de herfst van 1946 en zou gelden vanaf 1947. De eerste race waarin auto's deelnamen die voldeden aan dat reglement, was de openingsrace van de Temporada, het Argentijnse winterkampioenschap. Op 9 februari won Luigi Villoresi met een Maserati 4CL de Grande Premio Juan Péron op het circuit van Retiro. Op dezelfde dag, maar aan deze kant van de wereld, won Reg Parnell met een ERA A-type de Zweedse winter-GP op Rommehed. En Chico Landi dan, die op 5 januari al de GP van São Paulo won? Ja, maar die reed een Alfa Romeo 308 en dat was een vooroorlogse GP-auto – en geen 'voiturette' uit de tweede divisie, die de basis vormde voor de naoorlogse F1.

De eerste echt serieuze F1-race in Europa schreef vervolgens Jean-Pierre Wimille op zijn naam. Met zijn Alfa Romeo 158 (ook zo'n vooroorlogse voiturette) won hij op 8 juni de GP van Zwitserland op Bremgarten, die meteen ook de eerste Grande Épreuve van het seizoen 1947 was. 'Grande Épreuve' is de benaming voor de Grands Prix met het hoogste aanzien, een term die al van vóór de Eerste Wereldoorlog stamt. Tegenwoordig valt die status simpelweg samen met elke race uit het wereldkampioenschap, maar in pre-WK-jaren was die alleen weggelegd voor de grootste races met de meest prestigieuze startvelden: doorgaans die van Monaco, Frankrijk, Engeland, Zwitserland, Duitsland en België, met daarnaast de Indy 500.

3. Het WK dat in 1950 begon, was géén wereldkampioenschap Formule 1
Na de oorlog werd de AIACR omgedoopt in de FIA. Vanaf 1950, het jaar dat nu wordt gevierd, organiseerde de FIA weer een WK. Maar dat was geen wereldkampioenschap Formule 1. Het kampioenschap stond bekend als het 'Championnat des Conducteurs' of 'World Drivers Championship', ofwel een wereldkampioenschap voor de beste coureurs. De meeste races die werden aangewezen als deel van dat kampioenschap waren Formule 1-races, maar dat was een bijkomstigheid. De Indy 500 telde ook mee, en dat was géén F1-race. Vaak worden de Indy-coureurs uit die jaren dan ook uit de F1-statistieken geweerd, maar in feite is dat onterecht. In 1952 en 1953 werden de races die meetelden voor het WK immers met F2-auto's gereden. Die races zouden dan ook niet mogen meetellen voor de F1-statistieken, maar dat gebeurt toch – en terecht. Hetzelfde geldt voor de F2-auto's die eind jaren zestig de F1-velden tijdens de GP van Duitsland aanvulden – in dezelfde race!

Hoe kon dit allemaal? Destijds deed de FIA niets anders dan aan het begin van het seizoen de races aanwijzen die als Grande Épreuve zouden meetellen voor het WK. De organisatoren van die races bepaalden helemaal zelf voor welke formule zij hun race uitschreven. De FIA had daar niets over te zeggen, vandaar dat de organisatoren in 1952 en '53 ervoor kozen om hun races uit te schrijven voor F2-auto's, waar er veel meer van waren. En waarom trouwens zoiets geks als een 'WK voor coureurs', zou je zeggen? Omdat er ook een 'WK voor merken' was. Dat waren niet de F1-constructeurs, maar de merken die deelnamen aan wat we nu kennen als het WK voor sportwagens dan wel het WK voor uithoudingsritten, waarin de 24 Uur van Le Mans het jaarlijkse hoogtepunt is – een heel ander WK dus, met andere wedstrijden. Net als in 1925-'27 konden coureurs daarin geen kampioen worden, alleen de merken waarvoor zij uitkwamen. De coureurstitel wordt in het WEC pas vanaf 1981 uitgereikt. En dat is niet voor niets, zo leren we in het vierde en laatste punt.

4. Het WK dat we nu kennen, is pas in 1981 begonnen
Het huidige wereldkampioenschap Formule 1 is pas tot stand gekomen tijdens de fameuze FISA/FOCA-oorlog van begin jaren tachtig. Toen de crisis zijn hoogtepunt naderde en Bernie Ecclestone dreigde met een eigen WK, kwamen de partijen in januari 1981 tot een overeenkomst – de Maranello-overeenkomst, waaruit even later de Concorde-overeenkomst voortkwam, die nog altijd de rolverdeling (en buitverdeling) van de Formule 1 bepaalt. In die overeenkomst stond dat de FIA het alleenrecht kreeg op het organiseren van F1-races, terwijl de FOCA – waaruit later FOM en de huidige Formula 1 Ltd. voortvloeiden – de exclusieve uitbating van de commerciële rechten toebedeeld kreeg. Met deze deal werden de ooit zo machtige raceorganisatoren buitenspel gezet: zij mochten in de jaren erna steeds meer ophoesten om überhaupt een GP te organiseren. Ook vielen het WK en de Formule 1 pas toen voor het eerst echt samen. En wie dat niet gelooft: in de FIA-annalen van 1981 staat vermeld dat het oude World Drivers Championship wordt opgeheven, om te worden opgevolgd door het FIA Formula 1 World Championship. Ja, echt waar! Met andere woorden, 1981 is het eerste jaar van een officieel wereldkampioenschap F1.

Kortom, wat willen we vandaag eigenlijk vieren? Het WK-jubileum beslaat inmiddels 95 jaar en mag pas op 31 mei worden gevierd. De F1 bestaat dit jaar 73 jaar en het WK F1 is in 2020 39 jaar oud – beide niet bepaald kroonjaren. Het WK dat in 1950 begon, hield na 1980 op. Misschien is dat dan een beter jubileum: de 40e sterfdag van het wereldkampioenschap oude stijl, toen mannen nog de dood in de ogen zagen, de sport nog maar net op televisie te zien was en de commerciële belangen nog lang niet zo torenhoog als nu. Ofwel: toen de Formule 1 nog een marginale en daardoor toegankelijke sport was. Rust in vrede.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet