Diversen

Div: Recensie 'Zandvoort - Een kleine geschiedenis van de Grote Prijs van Nederland 1948-2020'

200416 Recensie Zandvoort

Boeken rondom Circuit Zandvoort en de Nederlandse Grand Prix vieren de laatste maanden hoogtij, wat met de geplande terugkeer van het WK Formule 1 naar de Noordzeekust natuurlijk geen wonder is. De jongste aanwinst is een boek, uitgegeven door Atlas Contact, dat simpelweg de titel 'Zandvoort' draagt. De auteur is Koen Vergeer.

Tekst: René de Boer (Twitter: @renedeboer)
Foto: Rebocar/R. de Boer

Koen Vergeer: Zandvoort *****

Als er een nieuw boek van Koen Vergeer wordt aangekondigd, weten liefhebbers al dat ze kunnen uitkijken naar een interessant en lezenswaardig werk. Vergeer verraste na twee literaire romans in 1999 met 'De Formule 1-fanaat', waarin hij – nogal ongebruikelijk voor een neerlandicus uit een intellectueel milieu die normaliter vooral over poëzie schrijft – zijn ongebreidelde liefde voor de autosport uit de doeken deed en op pakkende en voor velen herkenbare wijze beschreef. Het boek werd in meerdere talen vertaald en in het Nederlands meermaals herdrukt. Naast de Formule 1 is Vergeer ook een groot liefhebber van de 24 Uur van Le Mans, wat het onderwerp werd voor zijn volgende boek. Van 'Le Mans' verschenen in de loop der jaren maar liefst drie versies, de laatste zelfs als hardcover. Andere autosportboeken van zijn hand zijn 'Mijn Formule 1', 'Faust Racer', 'Pole Position' en het uit 2018 daterende 'Max Mania'.

Vergeer, die ondermeer regelmatig bijdragen levert aan het tijdschrift 'Formule 1' en de bijbehorende website, beschikt over een gedegen kennis als het gaat om de historie van de sport. Dat het ook bij zijn jongste boek 'Zandvoort' in belangrijke mate om het historische aspect draait, blijkt wel uit het feit dat er voor de omslag niet gekozen is voor een actiefoto van Max Verstappen, maar voor een zwart-witfoto uit heel laag perspectief, waarop de Formule 1-auto's (je hoort Philip Bloemendal met zijn Polygoon-stem bijna het woord 'bolides' uitspreken) voor de Zandvoortse hoofdtribune vertrekken voor de Grand Prix van 1962. De tribune en de naastgelegen taluds zijn zeer goed gevuld. Op de voorgrond, het dichtst bij de camera, gestart als voorlaatste op de grid, de Brit Jackie Lewis met de Cooper T53-Climax van de Ecurie Galloise, uitkomend onder het startnummer 21. Dat hij 58 jaar na dato nog eens een boekomslag zou sieren, had Lewis, die aan negen WK-Grands Prix deelnam met de vierde plaats op Monza in 1961 als beste resultaat, waarschijnlijk ook niet kunnen denken...

'Een kleine geschiedenis van de Grote Prijs van Nederland 1948-2020', luidt de ondertitel van het boek. 'Klein' lijkt in ieder geval te kloppen als je het boekje van 158 pagina's vasthoudt, want de pocket is, zeker in vergelijking met de kloeke eerdere boeken van Vergeer, vrij dun. Inhoudelijk echter wordt de lezer bepaald niet teleurgesteld, want ook dit boek is zeer lezenswaardig en biedt vele interessante achtergronden. Vergeer begint met een zeer persoonlijk verslag van zijn eerste Grand Prix-bezoek in 1973. 'Je vergeet het nooit meer' luidt de titel, ongetwijfeld herkenbaar voor vrijwel iedereen die ooit, wanneer dan ook, voor het eerst het circuit bezocht. Vergeer somt op wie en wat hij in de loop der jaren allemaal heeft gezien, van Stewart en Ickx tot de zeswielers en de Renault-turbo's. 'Dingen waar ik, ja laat ik het maar eens opschrijven: dankbaar voor ben, en waar ik nooit over uitgeschreven raak', zo besluit hij.

Voor ons als lezers is dat een voordeel. En zo volgt er een weliswaar noodgedwongen wat beknopt, maar niet minder interessant overzicht van de historie van de Grote Prijs van Nederland. Allereerst wordt het ontstaan van het circuit beschreven, inclusief het eerste evenement op het stratencircuit in Zandvoort-Noord in 1939, dat als opmaat voor de autosport in de kustplaats mag worden beschouwd. Vervolgens zijn er hoofdstukken met titels als 'De Grote Prijs van Nederland' over de races voordat Zandvoort op de WK-kalender verscheen, 'Ferrari tegen de rest', 'De garagisten', 'Lotus', 'Cosworth', 'Regen', 'Drama', 'Televisie', 'Turbocowboys' en 'De laatste Grand Prix'. Per hoofdstuk, doorgaans tussen de zes en de acht pagina's, behandelt de auteur een of meerdere Grand-Prix-jaren, al naar gelang er sprake is van een op zichzelf staande gebeurtenis of een gegeven dat meerdere Grands Prix met elkaar verbindt.

Wie meer van een foto- dan van een leesboek houdt, kan beter voor een andere publicatie kiezen, al zijn de gekozen foto's in het boek van Koen Vergeer wel interessant, omdat er diverse opnames bij zitten die we nog niet eerder zagen, zoals bijvoorbeeld foto's van crashes van Gilles Villeneuve (1981) en René Arnoux (1982), beide in de Tarzanbocht, maar gemaakt vanaf de buitenkant van de baan achter de vangrail, dus heel dichtbij de auto's, in plaats van vanaf het binnenterrein, zoals we die al vaak tegenkwamen. Een paar foto's zijn over vrijwel een gehele pagina afgedrukt, maar de meeste afbeeldingen zijn vrij klein, wat op zich jammer is, maar natuurlijk ook een kwestie van beperkte ruimte.

Na het hoofdstuk over de laatste Grand Prix volgt een tekst over de periode daarna, waarin met de Masters en demonstraties werd gepoogd om het circuit internationaal in ieder geval onder de aandacht te houden. A1GP, DTM en geluidsperikelen komen allemaal aan de orde, zij het beknopt. Het op twee na laatste hoofdstuk draagt de titel 'Max', nadere uitleg overbodig. Afgesloten wordt er met een hoofdstuk onder de titel 'Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix', over de terugkeer van het Wereldkampioenschap Formule 1 naar Zandvoort, en 'Formule 1 anno 2020' met een bestandsopname van het komende seizoen. Een kaart met de diverse baanconfiguraties door de jaren heen, een overzicht van de racewinnaars (inclusief de winnaars van de 'Prijs van Zandvoort' in 1948 en 1949 en de twee 'non-championship races' in 1950 en 1951) en de pole-postions rondt het geheel af.

Qua uitvoering en eindredactie hebben we niets aan te merken, inhoudelijk vonden we slechts één detail: in het voorprogramma van de DTM reed niet de Porsche Supercup (die rijdt bij de Formule 1), maar de Duitse Porsche Carrera Cup. Maar goed, daar valt overheen te komen, en voor de rest is dit boek gewoon een uitstekende aanwinst in de collectie dat de verwachtingen zeker waarmaakt.

Koen Vergeer: Zandvoort – Een kleine geschiedenis van de Grote Prijs van Nederland 1948-2020. Uitgave: Atlas Contact. 160 pagina's, paperback. ISBN: 9-7890-4504-11-00.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet