Formule 2

Formule 2: Nyck de Vries: “Ik ga het met ART rustig opbouwen en stap voor stap benaderen”

 L5R1426

Nyck de Vries eindigde het afgelopen seizoen als vierde in de Formule 2 en begint in 2019 aan zijn derde jaar in het kampioenschap, terug op het oude nest bij ART. Intussen zit hij midden in het WEC-superseason met Racing Team Nederland. AUTOSPORT.NL blikt terug en kijkt vooruit met de Snekenaar, die het afgelopen jaar ook nog geregeld bij Audi en McLaren over de vloer kwam.

Tekst: Mattijs Diepraam
Foto's: FIA F2 Championship, FIA WEC

De verwachtingen waren hooggespannen toen Nyck de Vries al aan het begin van de winter bekendmaakte dat hij in het F2-seizoen 2018 zou uitkomen voor Prema. De Italianen hadden met Pierre Gasly en Charles Leclerc de twee voorgaande seizoenen gedomineerd, dus zou De Vries dat trucje kunnen herhalen? Er was echter één groot verschil: Gasly en Leclerc wonnen met de oude Dallara GP2-11, een zeven jaar doorontwikkeld ontwerp waar ex-ART-engineer Guillaume Capietto als geen ander gevoel voor had gekregen.

Capietto's komst naar Prema bleek een gouden greep van teambaas René Rosin, maar voor 2018 kregen alle teams de beschikking over de nieuwe Dallara F2-18. Niet alleen een nieuw chassis, maar ook een nieuwe krachtbron: geen atmosferisch blok meer van Mécachrome, maar een turbomotor. Feitelijk begon iedereen daardoor weer op nul. Hoe hebben De Vries en het team zich aan de nieuwe auto kunnen aanpassen?

 56I4721

"De auto's werden vrij laat aan de teams afgeleverd, dus de voorbereiding liep anders dan anders. Je kunt natuurlijk wel wat werk doen, maar het meeste moesten we in de praktijk ondervinden. Het is terecht als je zegt dat iedereen van nul begon. Je hebt wel een basis aan data, en een team met goede engineers, maar toch was het een seizoen waarin iedereen zoekende is geweest. Daar kwamen technische problemen met de auto bij (De Vries duidt op de koppelingsproblemen waardoor auto's vaak niet van hun plek kwamen, red.), die een factor in het kampioenschap zijn geweest."

"Ik begrijp de eerste reactie in de paddock dat Nyck en Prema het wel even zouden doen. We hebben ook goed meegedaan, persoonlijk vind ik mijn seizoen geslaagd. Maar het is ook waar dat we niet helemaal onze doelen hebben kunnen bereiken. Dat komt doordat we aan het begin van het seizoen te veel punten hebben laten liggen. Deels door te veel fouten van mijn kant, deels doordat het team steekjes liet vallen – wat heel schadelijk is in een heel competitief jaar waarin alles heel dicht bij elkaar zit. Kijk naar George Russell: iedereen vond Charles Leclerc zo dominant, maar George had vóór het laatste weekend al meer punten dan Charles. Daardoor liepen we voortdurend achter de feiten aan. We waren eigenlijk steeds met een inhaalrace bezig in plaats van het kampioenschap te managen."

 L5R7881

De Vries weet ook wat de belangrijkste oorzaak daarvan was. Hij kijkt daarvoor naar Lando Norris en Alex Albon, die respectievelijk 17 en 10 punten vóór hem eindigden. "De insteek van ons team was niet goed. We kwamen uit een winnende situatie en waren dus erg gefixeerd op winnen in plaats van settelen voor punten. En dat is precies wat Norris heeft gedaan: constant punten pakken. Na het eerste weekend dacht iedereen nog: dit wordt de Grote Lando Norris Show, maar eigenlijk heeft hij niet laten zien wat de media van hem verwachtten. Uiteindelijk heeft hij maar twee keer in de top-drie gekwalificeerd en één overwinning behaald. Alex heeft vier wedstrijden gewonnen, ik drie. Dat zijn statistieken die voor zichzelf spreken. Als je het kleine puntenverschil met Lando en Alex ziet... Het had maar één weekend goed moeten vallen en we waren tweede geworden. Achteraf denk ik: shit, het had makkelijk gekund! Zoals op Spa, waar we een heel sterke package hadden en lieten zien dat we dominant kunnen zijn als alles op de juiste plek valt."

Deze winter weet De Vries opnieuw heel vroeg waar hij aan toe is. Dat moet heel prettig voelen. "Ja, ik ben heel dankbaar voor de kans bij ART. Het is fijn dat ik bij een team zit waarmee je voor overwinningen en het kampioenschap kunt strijden. Ik heb een lange relatie met ART, los van mijn GP3-campagne. In de Formule Renault reed ik voor hun satellietteam R-Ace GP. Ik ken ze ook van de Formule E, waar ze via Spark Racing Technology bij betrokken zijn. Het voelde tijdens de eerste test oprecht als thuiskomen. Iedereen keek natuurlijk naar de resultaten, maar daar lig ik geen moment wakker van. We hebben ons gewoon gefocust op ons eigen programma. En het is goed dat ik in Nikita Mazepin een sterke teamgenoot heb. Iedereen onderschat Nikita, maar hij is wel als debutant tweede in het GP3-kampioenschap geworden, met meer overwinningen dan de kampioen. Bovendien is hij sterk in het managen van banden. Dat lijkt simpel – netjes rijden, niet te veel glijden – maar voor sommigen is het iets natuurlijker dan voor anderen. Nikita lijkt in die eerste categorie te vallen."

 56I3365

Met de eerste drie uit het F2-kampioenschap in de Formule 1 en met Nyck de Vries als nummer vier in het kampioensteam zit het er dik in dat de paddock ook deze winter De Vries als torenhoog favoriet noemt. "Zo sta ik er zelf totaal niet in", zegt hij lachend. "Ik kijk er relaxter naar, ook met de ervaring van afgelopen jaren. Daarin heb ik mezelf soms te veel druk opgelegd, was ik te gefixeerd op winnen. Dus we gaan het rustig opbouwen en stap voor stap benaderen."

De Vries nam dit seizoen na Le Mans de plek van Jan Lammers in bij Racing Team Nederland, het team van Frits van Eerd dat in de LMP2-klasse meestrijdt in het WEC-superseason. "Ik heb de eerste twee wedstrijden gemist, maar de WEC-kalender is prima te combineren met Formule 2. Silverstone, Fuji en Shanghai vielen precies in een gat in het F2-seizoen. Ik moet eerlijk zeggen: ik moest wel wennen aan de aanpak in de endurance-wereld. Die is wel wat gemoedelijker dan bij de formuleauto's!"

181117 WEC quali RTN

Wat niet wegneemt dat De Vries natuurlijk is ingehuurd om net als vele andere (ex-)F2-coureurs in het WEC elke ronde op maximaal te rijden. Is de Dallara daarbij nog een handicap ten opzichte van de ORECA? "Ik denk wel dat de ORECA iets sneller is, maar in racepace doen we er niet veel voor onder. In Shanghai waren we in de regen veruit de snelste. Op Silverstone moesten we de race op oudere banden doen omdat we een setje waren verloren in de kwalificatie. En in Fuji was het door de onvoorspelbare weersomstandigheden sowieso een loterij. Dus het is een beetje een vertekend beeld. Bovendien denk ik dat de operatie van het team een groter verschil maakt dan de auto. Vergelijk het met de juniorklassen onder de F1: de auto's zijn vrijwel gelijk, dus ligt het vooral aan wat het team ermee doet. En eigenlijk telt dat in endurance nog zwaarder: zeker over 6 uur zijn de beslissingen van het team heel belangrijk."

Over twee zaken voor het komend seizoen verkeert De Vries nog in het ongewisse. "Le Mans? Ik weet eigenlijk niet goed wat ik me erbij moet voorstellen. Zes uur is natuurlijk heel iets anders dan 24 uur. Ik ben er afgelopen jaar wel geweest. Het is een indrukwekkend evenement, met heel veel commotie. Echt een race die je als coureur gedaan wilt hebben. Maar hoe het is om 24 uur sharp te blijven, ik heb geen idee. Ik ga het vanzelf meemaken... En mijn banden met Audi en McLaren? Die zijn nog altijd goed. Maar ik kan er verder weinig over zeggen, want ik weet nog niet welke invulling we in 2019 gaan geven aan de samenwerking met die twee."
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet