IndyCar

Indycar: Analyse Indy 500. Montoya waardeert Indy 500 zege meer dan in 2000

In 2000 won Juan Pablo Montoya zijn allereerste Indy 500 voor het team van Chip Ganassi. Pas 15 jaar later behaalde de Colombiaan zijn tweede en verbrak daarmee het record van A.J. Foyt. Die wist in 1977 de Indy 500 na een afwezigheid van tien jaar in Winner's Circle de race voor de laatste maal op zijn naam te schrijven. De 99e editie van de Indy 500 had werkelijk alles in zich en hier een kleine analyse.

Tekst Willem J. Staat
Foto's Indycar

2015 Finish
"The winner is coming home" Montoya ontvangt felicitaties van de Penske-crew.

Analyse Indy 500. Montoya waardeert 2015 Indy-zege meer dan in 2000
Juan Pablo Montoya won in 2000 de Indy voor de eerste maal maar liep met zijn gedachten al in de Formule 1. Van de 200 ronden tellende wedstrijd lag hij er 167 aan de leiding en pakte op vrij gemakkelijke wijze de zege. Voor Montoya was dit slechts een tussenstop waaraan hij weinig betekenis hechtte. Met zijn hoofd was hij al in de Formule 1. Dit jaar moest Montoya tot de laatste seconde om de eindzege vechten. Team Penske President Tim Cindric: "Ik weet zeker dat hij in zijn binnenste meer lachte dan in 2000" Sommige autosport.nl lezers zullen het niet geheel met deze stelling eens zijn. Maar Montoya besefte ook dat het ééndagsevenement Indy 500 een groter instituut is dan de Formule 1. Team Penske behaalde op de Speedway maar liefst 16 overwinningen en Montoya is de elfde coureur die voor "The Captain" wint. Zijn eerste Indy 500 overwinning behaalde hij voor het team van Chip Ganassi met een G-Force chassis. Voor Montoya is de Brickyard duidelijk zijn favoriete baan. In de NASCAR Brickyard 400 reed de Colombiaan vele malen aan de leiding en dit is nog steeds "unfinished business" voor hem. Wij achten het niet uitgesloten dat Montoya later dit seizoen probeert om ook deze wedstrijd nog een keer op zijn naam te schrijven. "Spannend als je hart voor een overwinning moet werken" Deze tweede Indy 500 zege gaf duidelijk meer voldoening.

28MR9826
Het Ganassi/Penske Powerhouse beheerste de kwalificaties en wedstrijd.

Powerhouse
De Amerikanen spreken graag van de Penske en Ganassi Powerhouses. Er is duidelijk een parallel met de Formule 1. Penske en Ganassi maken in Indycar met hun Chevrolet-aangedreven bolides de dienst uit terwijl Andretti Autosport met de Honda-motoren een beetje de aansluiting verloren heeft. Je zou bijna een vergelijking kunnen maken met Mercedes, Ferrari en Red Bull in de Formule 1. Het zijn bijna dezelfde ingrediënten op het huidige motorenfront. Maar ook mindere teams kunnen in Indycar nog voor de hoofdprijs gaan zoals Josef Newgarden op Nolan Motorsports Park met het team van Ed Carpenter en Sarah Fisher(CFH Racing) bewees. Onder druk van Honda werd Chevrolet enkele jaren geleden als tweede motorenfabrikant binnengehaald. De reden is eigenlijk geheel simpel. Bij HPD beschikte men over onvoldoende capaciteit om alle teams van gelijkwaardige motoren te kunnen voorzien. Carlos Munoz verwoordde gisteren aardig zijn frustraties over de Honda-motoren. "Het leek wel alsof ik in met een Indy Lights auto reed." Op de ovals komen de Honda-motoren gewoon vermogen te kort. Op de stratencircuits en roadcourses bedraagt dit verschil minder en maken zij nog steeds kans op de zege zoals James Hinchcliffe op Nolan Motorsports Park bewees.

2015 Carpenter crash
Ed Carpenter ging voor de tweede maal binnen een week de muur in.

Airborne aerokits
De vrije trainingen en kwalificaties voorafgaande aan de Indy 500 werden meermaals opgeschrikt door auto's die hoog de lucht ingingen. Helio Castroneves, Ed Carpenter en Josef Newgarden konden ervan meespreken. Zij maakten alle drie een onvrijwillige luchtreis waarbij betrokkenen gelukkig ongedeerd bleven. Vooral de Chevrolet aerokits bleken hiervan nogal last te hebben. Om meer spektakel op de Speedway te creëren wilden de organisatoren dit jaar per sé hogere snelheden. Maar je kunt je afvragen of daar met de huidige snelheden werkelijk behoefte aan is. Met die aerokits kun je als team een beetje rommelen door delen aan te brengen of te verwijderen waardoor je wat 'fine-tuning" uitvoert. Maar nadat er drie Chevrolet-aangedreven bolides de lucht ingingen nam men bij Indycar snel doeltreffende maatregelen. De turbocharger boost voor de kwalificaties werd naar beneden geschroefd en men ondernam stappen om de lage neerwaartse druk aerodynamische set-ups te ontmoedigen. Het werkte doeltreffend. Zowel Juan Pablo Montoya als Will Power zijn ervan overtuigd dat de snelheden beneden de 230 mph ofwel 368 km/u moet blijven. Will Power: "De meeste mensen gingen in kwalificatie trim de lucht in, misschien is het een goede les voor ons om altijd beneden de 230 mph. te blijven."

2015 Kanaan
Tony Kanaan verslikte zich in de afstelling en verspeelde zijn kansen. Was achteraf niet zo'n goed idee om een andere voorvleugel aan te brengen.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet