Champcars: Canadezen worden wakker na tweede plaats Carpentier
Wie ooit het spektakel van een Amerikaanse race zoals de Indy 500 heeft gezien, verwacht diezelfde show misschien ook bij andere Amerikaanse raceklassen te zien. Niets is echter minder waar. Zo was de Champcar race op het circuit Gilles Villeneuve in Montreal qua sfeer niet echt uitbundig, maar gezellig, best te vergelijken met een gemiddeld raceweekeinde in Nederland.
Van onze reporter ter plaatse: Laura Postma
En dat terwijl deze Amerikaans/Canadese raceklasse zeker niet de minste is. De auto's hebben allemaal 750pk aan boord en het geluid doet ook niet onder voor de Formule 1. Een aantal coureurs heeft het FIA Formule 3000 kampioenschap op zijn cv staan (Sebastien Bourdais, Bruno Junqueira bijvoorbeeld) en/of wat ervaring in de Formule 1 (zoals Justin Wilson en Gaston Mazzacane). Maar het aantal toeschouwers is onvoorspelbaar. De Champcars rijden op verschillende plaatsen in de Verenigde Staten, en komen daarnaast ook in actie in Canada en bijvoorbeeld Mexico, Australië en Zuid-Korea. Soms zitten de tribunes bomvol, een andere keer moet je zoeken naar een fan op de tribunes. De sfeer op het circuit Gilles Villeneuve is bescheiden. Aangezien de zon het hele weekeinde zijn best heeft gedaan en regen op zondag pas aan het einde van de middag wordt verwacht, is het aantal toeschouwers bevredigend te noemen: rond de 50.000. Maar daar waar je bij de Formule 1 fanatieke supporters met Williams en Renault petjes ziet en Ferrari voor sommigen een heilig woord is, zou je tribune in Montrëal kleurloos kunnen noemen. Maar wat wil je ook: hier rijdt iedereen met een Ford Cosworth motor, bijna iedereen met een Lola chassis en Bridgestone is de enige bandenleverancier. Mensen komen hier naar het circuit om een spectaculaire race te zien. Uiteraard zijn dit weekeinde de Canadese coureurs favoriet, zoals titelverdediger Paul Tracy, Patrick Carpentier en Alex Tagliani, maar het publiek wil eerst zien en dan geloven. Patrick Carpentier voldoet aan de verwachtingen en eindigt op een mooie tweede plaats. Dan lijken de Canadezen ineens wakker te worden. Met groot enthousiasme bejuichen zij hun plaatselijke held (die ook nog eens Franssprekend is, niet geheel onbelangrijk in Quebec). Mensen staan te dringen voor het hek bij het podium, bij de Champcars kunnen ze behoorlijk dichtbij komen. "Yeah Pat, you're great, you're number one", roept een fan. De coureur laat het lachend over zich heen komen en als hij zijn drinkfles de menigte ingooit, zijn de mensen niet meer te houden. De toeschouwers kunnen met een lach op hun gezicht naar huis. Het gaat niet denderend met de Champcars. Het bestaan was tot vlak voor het begin van dit seizoen onzeker. De grote sponsors geven hun voorkeur aan de Indy Racing League (IRL) en de toeschouwers blijven soms achterwege. Maar de klasse is erg toegangkelijk, vriendelijk en zeker net zo leuk om naar te kijken als de Formule 1. En ook niet onbelangrijk: een toegangskaartje heb je hier al voor vijftig dollar.
Van onze reporter ter plaatse: Laura Postma
En dat terwijl deze Amerikaans/Canadese raceklasse zeker niet de minste is. De auto's hebben allemaal 750pk aan boord en het geluid doet ook niet onder voor de Formule 1. Een aantal coureurs heeft het FIA Formule 3000 kampioenschap op zijn cv staan (Sebastien Bourdais, Bruno Junqueira bijvoorbeeld) en/of wat ervaring in de Formule 1 (zoals Justin Wilson en Gaston Mazzacane). Maar het aantal toeschouwers is onvoorspelbaar. De Champcars rijden op verschillende plaatsen in de Verenigde Staten, en komen daarnaast ook in actie in Canada en bijvoorbeeld Mexico, Australië en Zuid-Korea. Soms zitten de tribunes bomvol, een andere keer moet je zoeken naar een fan op de tribunes. De sfeer op het circuit Gilles Villeneuve is bescheiden. Aangezien de zon het hele weekeinde zijn best heeft gedaan en regen op zondag pas aan het einde van de middag wordt verwacht, is het aantal toeschouwers bevredigend te noemen: rond de 50.000. Maar daar waar je bij de Formule 1 fanatieke supporters met Williams en Renault petjes ziet en Ferrari voor sommigen een heilig woord is, zou je tribune in Montrëal kleurloos kunnen noemen. Maar wat wil je ook: hier rijdt iedereen met een Ford Cosworth motor, bijna iedereen met een Lola chassis en Bridgestone is de enige bandenleverancier. Mensen komen hier naar het circuit om een spectaculaire race te zien. Uiteraard zijn dit weekeinde de Canadese coureurs favoriet, zoals titelverdediger Paul Tracy, Patrick Carpentier en Alex Tagliani, maar het publiek wil eerst zien en dan geloven. Patrick Carpentier voldoet aan de verwachtingen en eindigt op een mooie tweede plaats. Dan lijken de Canadezen ineens wakker te worden. Met groot enthousiasme bejuichen zij hun plaatselijke held (die ook nog eens Franssprekend is, niet geheel onbelangrijk in Quebec). Mensen staan te dringen voor het hek bij het podium, bij de Champcars kunnen ze behoorlijk dichtbij komen. "Yeah Pat, you're great, you're number one", roept een fan. De coureur laat het lachend over zich heen komen en als hij zijn drinkfles de menigte ingooit, zijn de mensen niet meer te houden. De toeschouwers kunnen met een lach op hun gezicht naar huis. Het gaat niet denderend met de Champcars. Het bestaan was tot vlak voor het begin van dit seizoen onzeker. De grote sponsors geven hun voorkeur aan de Indy Racing League (IRL) en de toeschouwers blijven soms achterwege. Maar de klasse is erg toegangkelijk, vriendelijk en zeker net zo leuk om naar te kijken als de Formule 1. En ook niet onbelangrijk: een toegangskaartje heb je hier al voor vijftig dollar.