Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Diversen

Boekbespreking: TWR Porsche WSC95 – The Autobiography of WSC001

230615 Boek cover

Wellicht minder beroemd dan illustere voorgangers als de 917, de 956 of de 962, maar toch neemt de TWR-Porsche WSC95, chassisnummer WSC001, ook een heel belangrijke plaats in als het gaat om de Le Mans-historie van Porsche. Met deze auto won het Joest-team immers twee jaar op rij, in 1996 en 1997. Tot nu toe was er nog geen boek over deze auto, maar die leemte is nu ingevuld met de nieuwe publicatie in de “Great Car”-serie van de Britse uitgever Porter Press, “TWR Porsche WSC95 – The Autobiography of WSC 001”. Auteur is de Belgische kenner Serge Vanbockryck, een garant voor kwaliteit.

Tekst: René de Boer (X: @renedeboer)
Foto’s: Rebocar/R. de Boer, Archief Porsche AG

De 24 Uur van Le Mans winnen is een bijzondere prestatie voor iedere auto en doet de waarde van het betreffende chassis gelijk tot astronomische hoogte stijgen. Twee keer Le Mans winnen, met hetzelfde chassis, is helemaal een uitzonderlijk feit, dat in de honderdjarige geschiedenis van de race slechts vijf keer voorkwam. De Bentley Speed Six, die in 1929 en 1930 won, en nu deel uitmaakt van de collectie van het Musée des 24 Heures. De Ferrari 250P/275P, die in 1963 en 1964 succesvol was, maar waarvan pas in 2018 ontdekt werd, dat het om hetzelfde chassis ging, want na de ombouw tot 275P voor het tweede jaar, met grotere 3,3-litermotor, kreeg de auto een ander chassisnummer. De Gulf-Ford GT40, winnaar in 1968 en 1969. De Joest-Porsche 956B in New Man-kleuren, die in 1984 en 1985 won. En de TWR-Porsche WSC95, ook ingezet door het team van Reinhold Joest, waarmee in 1996 en 1997 Le Mans gewonnen werd.

Met literatuur over Le Mans-winnende Porsches kun je inmiddels een halve boekenkast vullen, maar over de TWR-Porsche WSC95 werd tot dusver nog weinig geschreven. De Belg Serge Vanbockryck, die al sinds de jaren tachtig actief is als verslaggever en PR-functionaris in de wereldwijde autosport, en met name in de lange-afstandsracerij, zorgde er nu voor dat die lacune is ingevuld. Vanbockryck maakte al naam met de absolute standaardwerken over de fabrieks-956’s en 962’s in het Groep C-tijdperk, lijvige standaardwerken op meer dan A4-formaat, in linnen gebonden en in twee, respectievelijk drie delen in cassette. Ongelooflijk gedetailleerd, zorgvuldig vormgegeven en afgewerkt en met een diepgang die we van weinig andere autosportboeken kennen, het resultaat van decennialang onderzoek en zorgvuldig graafwerk in de krochten van archieven.

230915 Boek Bibliotheek
Mooie aanvulling op de eerdere boeken van Vanbockryck over de fabrieks-956's en 962's

We weten dat Vanbockryck inmiddels al druk bezig is aan het derde deel van zijn ‘magnum opus’, maar hij nam ook even tijd voor een intermezzo in de vorm van het nu verschenen boek over de TWR-Porsche WSC95. Nou mag dat “even” ook ruim genomen worden, want ook voor dit werk ging de auteur uiteraard niet over één nacht ijs: hij raadpleegde alle beschikbare documentatie in de archieven van Porsche en Joest Racing, sprak met tal van direct betrokkenen en haalde heel wat interessante foto’s boven water.

230914 Interview Vanbockryck Welti
Auteur Serge Vanbockryck (r.) interviewde onder anderen Max Welti, sportdirecteur bij Porsche ten tijde van het TWR-Porsche-project

Het verhaal van de TWR-Porsche WSC95 begon medio jaren negentig, toen Groep C definitief ten grave gedragen was en de lange-afstandsracerij op mondiaal niveau, niet in de laatste plaats door toedoen van Bernie Ecclestone, die fabrikanten liever in zijn Formule 1-circus zag, volstrekt was gemarginaliseerd. In de VS werd een nieuwe mogelijkheid gecreëerd in de vorm van open sportprototypes onder de aanduiding World Sports Cars in de IMSA-serie. Ferrari zag er wel wat in en liet voor klantenteams de 333SP ontwikkelen. Porsche wilde daarop natuurlijk een antwoord bieden, maar had niets passends in huis, en de 911 GT1 was er nog niet. Totdat een Brit en een Duitse expat in Amerika elkaar troffen in een hotelbar tijdens een raceweekend… De Brit was Tony Dowe, die aan het hoofd stond van de Amerikaanse afdeling van Tom Walkinshaw Racing (TWR), en de Duitse expat was Alwin Springer, gezegend met decennialange ervaring in de Amerikaanse autosport en na de successen met de mede door hem opgerichte onderneming Andial verantwoordelijk voor de sportactiviteiten van Porsche in de VS. TWR had vele successen behaald met Jaguar in de Amerikaanse IMSA-racerij, maar had geen budget voor een programma in 1994. Het team had echter een Jaguar XJR-14-chassis in de werkplaats, de auto die al in 1991 had deelgenomen aan het WK voor Sportwagens en het jaar erna aan IMSA-races, en Tony Dow had het idee dat die relatief eenvoudig kon worden omgebouwd tot World Sports Car. Bleef nog het probleem dat er een motor nodig was, en daar kon Springer dan weer voor zorgen dankzij zijn connectie met Porsche. Medio 1994 kwam er een overeenkomst, die uiteindelijk leidde tot de TWR-Porsche WSC95, met het oog op deelname aan de Amerikaanse lange-afstandsklassiekers in Daytona en Sebring, en natuurlijk de 24 Uur van Le Mans, vanaf 1995, inclusief de optie van verkopen aan klantenteams.

De ombouw van de Jaguar XJR-14 naar WSC-regels was geen kleinigheid, want het was natuurlijk geen kwestie van alleen maar even het dak eraf zagen. Toch verliep het proces behoorlijk voorspoedig en eerste tests op het circuit van Charlotte waren positief, evenals de tests in Daytona, die Mario Andretti voor zijn rekening nam. Naast Andretti waren ook Bob Wollek en Scott Goodyear voorzien als rijders, terwijl Hans-Joachim Stuck, Thierry Boutsen en Geoff Brabham een tweede auto zouden besturen. Tot het geplande racedebuut in Daytona kwam het echter niet, want twee weken voor de race schreef de IMSA-organisatie opeens veel kleinere restrictoren van de luchtinlaat voor WSC-auto’s met turbomotoren voor, in combinatie met een hoger minimumgewicht en minder turbodruk. Porsche was van mening dat het zo niet de strijd met Ferrari kon aangaan en trok de inschrijving terug. Daarmee leek het programma al over voordat het goed en wel begonnen was.

230915 Boek 10 11
Eerste tests met Mario Andretti als rijder

In 1996 kwam er echter een vervolg. Porsche had al de komst van de 911 GT1 aangekondigd. Uit een gesprek tussen teambaas Reinhold Joest en Porsche-bestuurslid Horst Marchart ontstond het idee om naast de GT1’s van de fabriek ook de open sportprototypes, die ergens in een opslag in Stuttgart stonden, in Le Mans te laten rijden. Na een testprogramma startte de auto’s in 1996 inderdaad in Le Mans onder de inschrijving van Joest Racing, met coureurs Manuel Reuter, Davy Jones en Alex Wurz in de nummer 7 en Pierluigi Martini, Michele Alboreto en Didier Theys in de nummer 8.

230914 TWR Le Mans 1996
In 1996 reden Manuel Reuter (in de auto), Davy Jones en Alex Wurz naar de overwinning in Le Mans

En hoe: terwijl de fabrieks-GT1’s van Porsche, Nissan en Chrysler, plus de door BMW ondersteunde McLarens allemaal om uiteenlopende redenen tijd verloren of zelfs de eindstreep helemaal niet haalden, reed de Joest-Porsche nummer 7 probleemloos zijn ronden, wat uiteindelijk resulteerde in de overwinning, destijds de 14e voor Porsche in Le Mans. Alex Wurz werd de jongste Le Mans-winnaar ooit, een record dat nog steeds standhoudt. De beide fabrieks-911 GT1’s eindigden als tweede en derde algemeen, de andere Joest-TWR-Porsche viel uit met een gebroken aandrijfas in het laatste uur, nadat eerder elektrische problemen al voor tijdverlies gezorgd hadden.

230915 Boek 26 27
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet