Retro

Retro: Cantillon, O’Brien, Nuthall, Mitchell en Thomas/Lockie schitteren op Silverstone Classic

Senten-Images SC22-3759

Mike Cantillon, Michael O'Brien, Will Nuthall, Ben Mitchell en het duo Julian Thomas/Calum Lockie waren de hoofdrolspelers op de Silverstone Classic – of kortweg The Classic, zoals de Britten het grootste historische festival van het jaar noemen. Op de nieuwe datum in het laatste weekend van augustus – gekozen om het los te koppelen van de Britse GP – scheen de zon drie dagen lang, terwijl de toeschouwers de ene na de andere spannende race kregen voorgeschoteld.

Tekst: Mattijs Diepraam
Foto's: Carlo Senten

Het evenement onder auspiciën van de Britse Historic Sports Car Club nodigt zoals gebruikelijk alle andere grote Britse organisatoren in de historische autosport uit voor het mega-evenement waaraan vele honderden auto's elk jaar deelnemen. Masters Historic Racing leverde maar liefst negen races aan het programma, maar ook Motor Racing Legends, de Historic Grand Prix Car Association, de Formula Junior Historic Racing Association en uiteraard de HSCC zelf lieten zich niet onbetuigd.
  Senten-Images SC22-1922

In de twee F1-races voor 3-liter-auto's maakte Mike Cantillon de dienst uit. De Ier pakte de pole en voltooide het grand slam met twee overwinningen en twee snelste ronden van de wedstrijd. De races waren speciaal voor de Classic omgedoopt in de Frank Williams Memorial Trophy en het was dus passend dat Cantillon met een Williams FW07C naar de zeges reed. Hij kreeg de trofee bovendien uitgereikt van Jonathan en Jamie Williams, de zonen van Sir Frank. Met zijn dubbeloverwinning doorbrak Cantillon ook de serie van Steve Hartley, die dit jaar elk weekend minstens één race had gewonnen. Hartley werd op zaterdag wel tweede, maar kwam op zondag niet in het spel voor. Toen was Jamie Constable de grootste rivaal van Cantillon. Ken Tyrrell maakte er op de derde plaats twee Tyrrell 011's op het podium van. Tyrrell was de vorige dag ook al als derde geëindigd.

Ook Michael O'Brien triomfeerde twee maal. Dat deed hij beide keren 's ochtends vroeg, in de Formule Junior-races die beide wedstrijddagen openden. In de eerste race vocht hij een geweldig duel uit met Horatio Fitz-Simon (Lotus 22) en Tim De Silva (Brabham BT2), maar op zondag reed zijn Brabham BT6 onbedreigd naar de overwinning. Maar misschien wel de grootste helden van het evenement waren Julian Thomas en Calum Lockie. Zij wonnen elke Masters-race waarvoor ze zich hadden ingeschreven. In de Masters Gentlemen Drivers-race had Thomas hun Shelby Cobra Daytona Coupé weliswaar naar een degelijke voorsprong gereden, maar voor Lockie gold als professional een langere wachttijd tijdens de verplichte pitstop. De Schot maakte dat echter ruimschoots goed door vier auto's in de slotfase te passeren. De race moest trouwens zonder Nederlandse bijdrage van start gaan, want Sander van Gils en vader Niek moesten onverrichter zake naar Nederland terugkeren, nadat hun Lotus Elan tijdens de testdag op donderdag al motorproblemen had ontwikkeld.
  Senten-Images SC22-4698

Intussen deden Thomas en Lockie hetzelfde het tweetal in de Masters Pre-66 Touring Cars: hun Falcon kwam vanaf de zesde startplaats door tegen alle Ford Mustangs tegen wie ze het moesten opnemen, ook die met Steve Soper en Andy Priaulx achter het stuur. In de Masters Sports Car Legends schreven Thomas en Lockie bovendien met hun Chevron B8 de Bonnier-klasse op hun naam.

Die laatste race was sowieso gedenkwaardig, want aan de kop was een zinderend duel te zien tussen Tom Bradshaw en Alex Brundle. Bradshaw had zijn Chevron B19 op pole gezet en hield de jonge Brundle ondanks een olielekkage op afstand. Toen ook de Lola T70 Mk3B van Brundle begon te roken, leek het er even op dat beiden het einde niet zouden halen. Uiteindelijk viel alleen Brundle uit, wat Bradshaw de lucht gaf om nóg meer tegenslag te overwinnen: in de laatste ronde begaf zijn ophanging linksvoor het, waarna ook zijn band werd lekgeslagen. Op drie wielen reed hij de race uit, zonder de overwinning uit handen te geven.
  Senten-Images SC22-2681

Will Nuthall wist beide races van de Historic Grand Prix Car Association te winnen. Zijn Cooper T53 versloeg twee maal de jongere Cooper T79 van Michael Gans. Rüdi Friedrichs zorgde er met zijn T53 voor dat beide races hetzelfde podium kregen. Ook Ben Mitchell schreef twee monoposto-races op zijn naam: in de HSCC F2 reed hij met zijn Martini MK19/22 beide keren naar de winst.

De Thundersports-klasse was een andere bijdrage van de HSCC. Nadat de McLaren M8F van Dean Forward was uitgevallen, ging de overwinning naar een tachtiger: John Burton kan nog sturen als de beste en bleef met zijn Chevron B26 tegenstanders voor wiens vader (of zelfs grootvader) hij had kunnen zijn. De enige andere Nederlander die in actie kwam in het weekend, reed in deze wedstrijd mee, maar de Lola T88/90 van Peter Brouwer haalde het einde niet.

De grootste sportwagenbijdrage kwam van Motor Racing Legends, dat zoals gebruikelijk zijn Woodcote Trophy en Stirling Moss Trophy (gecombineerd) afvaardigde, met daarnaast de Pre-War Sportscars en de Pre-63-race die het van Historic Motor Racing News heeft overgenomen. Roger Wills kwam met zijn Lotus 15 als winnaar uit de strijd in de Stirling Moss Trophy, terwijl Gregor Fisken en Martin Stretton met hun HWM glorieerden in de Woodcote Trophy. Handelaar Fisken won opnieuw in het vooroorlogse geweld, nu met hulp van een andere snelle preparateur, Patrick Blakeney-Edwards, die zoals altijd onnavolgbaar was in zijn Frazer Nash TT Replica. En waar James Cottingham en diens DK Engineering-medewerker Harvey Stanley in de Woodcote Trophy nog naast de hoofdprijs grepen, trokken ze in de Pre-63 GT in hun E-type de winst naar zich toe.
  Senten-Images SC22-5977

Het laatste MRL-trucje was de grote verzamelde toerwagenrace, met Groep A-auto's, Super Tourers en het oudere U2TC-contingent. Niemand kon vooraan echter tippen aan de Nissan Skylines, waarvan het exemplaar van Nissan-dealer Andy Middlehurst de snelste bleek. Alex Brundle schitterde door samen met Gary Pearson in hun Capri RS3100 alle veel jongere Sierra Cosworth RS500's voor te blijven. De broertjes Banks wonnen in hun GTA met overmacht het UT2C-segment.

Meer sportwagens, maar dan van een veel nieuwere soort, verschenen aan de start van de Masters Endurance Legends. Het opmerkelijke was dat daar twee keer op rij de winnaar een straf kreeg uitgedeeld, zodat de bekers uiteindelijk naar de coureurs gingen die als tweede over de streep waren gekomen. In de eerste race werd Steve Tandy (Peugeot 90X) teruggezet nadat hij eerder had ingehaald onder een gele vlag. Zo ging de overwinning naar de Pescarolo 01 van Jamie Constable. Een andere Pesca had in handen van Tim De Silva de race aangevoerd, maar viel al gauw uit nadat diens vader Harindra het stuur had overgenomen. Dat betekende een 26e startplek in de race op zondag. De Silva (deze keer solo) vloog door het veld en lag al tweede toen een safety car hem een handje hielp. Zo zat hij op de staart van de Lola-Mazda B12/80 van Michael Lyons toen het veld nog één racerondje kreeg toebedeeld. In de allerlaatste bocht ging De Silva aan de Lola voorbij, maar de Amerikaan deed dat door met vier wielen naast de baan te gaan. Die actie werd niet goedgekeurd door de stewards, zodat Lyons alsnog met de zege aan de haal ging.
  Senten-Images SC22-4252

Een probeersel – maar weinig geslaagd – was de eenmalige Masters GT4 Challenge, waarin auto's uit de hele 15-jarige geschiedenis van de klasse zouden worden samengevoegd. Uiteindelijk kwamen er ondanks de steun van SRO maar 15 auto's opdagen (niet gelijkelijk gespreid over de jaren), omdat de Classic agendatechnisch niet goed uitkwam voor het merendeel van de hedendaagse teams die ook de oudste GT4's nog op de baan moeten brengen. Of dit idee voor herhaling vatbaar is, valt nog maar te bezien. Beide races waren nog wel spannend dankzij de strijd tussen jongelingen Seb Hopkins (Porsche 718 Cayman) en Freddie Tomlinson (Ginetta G56), die elk een race op hun naam schreven.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet