Retro

Retro: Werner wint niet alles op Oldtimer Grand Prix

ogp2022-fri-19

Half Duitsland leek te zijn uitgelopen voor thuisheld Marco Werner, want de nieuw leven ingeblazen Oldtimer Grand Prix op de Nürburgring puilde uit van het publiek. Al won Werner steeds een van beide races in de Masters Racing Legends en Masters Endurance Legends, hij kreeg niet altijd zijn zin. Op zaterdag werd hij in de F1-race geklopt door Steve Hartley, op zondag kreeg hij straf waardoor de MEL-zege verrassend naar zijn debuterende landgenoot Yannik Trautwein ging. Intussen gaven Nederlandse coureurs als Michel Kuiper, Fred Krab, Leonard Batenburg en Bart Uiterwaal hun visitekaartje af.

Tekst en foto's: Mattijs Diepraam

Aan sfeer ontbrak het zeker niet op een zonovergoten Nürburgring, waar het zelden zo warm is geweest – al zorgde het verkoelende bergbriesje ervoor dat het in de Eifel een stuk aangenamer toeven was dan in het kokende Nederland. De nieuwe organisator liet in het echte werk echter nogal wat steken vallen, terwijl die in andere gevallen juist overdreven sterk op zijn strepen stond, uit angst voor boetes van de lokale autoriteiten. Laten we hopen dat zij lering trekken uit hun fouten, om zo de editie van 2023 tot zowel een sportief als organisatorisch succes te maken.

ogp2022-thur-5

15 F1-auto's gaven acte de présence op de 'Ring, wat dit jaar zo ongeveer gemiddeld is – in deze tijden van Brexit, oorlog en superinflatie kijken we er al van op als het er meer zijn. Vooral de breedte van het veld was mager, want toen op de testdag van donderdag de motor van de populaire Tyrrell P34 van Jonathan Holtzman het begaf, bleef de oude De Tomaso 505/38 van zuiderbuur Paul Grant als enige pre-78-auto over in het veld. Aan diepte ontbrak het echter niet, want klassementsleider Steve Hartley moest het weer opnemen tegen de drie Lotus-auto's van zwaargewichten Marco Werner, Nick Padmore en Michael Lyons. Hartley schoot op zaterdag uit zijn slof door de drie Lotussen allemaal te verslaan, maar op zondag was zijn McLaren MP4/1 juist de auto die pech kreeg. Zo kon Werner op de tweede dag de zege pakken. Hartley sleepte zonder tweede en derde versnelling nog wel de tweede plaats uit het vuur. Padmore werd op zaterdag tweede, Lyons werd twee maal derde.

Ook in de Masters Endurance Legends won Werner slechts eenmaal. Bij afwezigheid van LMP1-auto's vochten de LMP2-auto's om de algemene zege – en binnen die klasse was de Lola B12/80 met een drievoudig Le Mans-winnaar ongetwijfeld de sterkste troef. Op zaterdag zette Werner die vol in, door twee keer zijn tegenstander Stuart Wiltshire en zijn Ligier JSP2 bij te halen en te passeren. De eerste keer gebeurde na een remfoutje van Wiltshire, de tweede keer moest komen na de langere pitstoptijd die professionals als Werner om de oren kregen. Het lukte de Duitser uiteindelijk in de voorlaatste ronde. De volgende dag werd hij echter als schuldige bevonden in een aanrijding met een achterblijver. Door zijn drivethrough kon een andere Duitser winnen: de debuterende Yannik Trautwein, ook in een B12/80, maar dan ex-Dempsey Racing. Trautwein had tijdens de kwalificatie en de eerste race veel pech gehad, maar vocht zich op zondag terug, ook aan Wiltshire voorbij. In zijn veel oudere MG-Lola EX257 wist Mike Newton verdienstelijk op twee derde plaats beslag te leggen.

ogp2022-fri-28

De 'moderne historische autosport' was ook vertegenwoordigd door de Ferrari Club Deutschland, die net als in 2018 en 2019 zijn recente en zéér recente GT's meenam. Toen nog domineerde de hierboven genoemde Trautwein, nu was het de eerste race de beurt aan Björn Grossmann en zijn 458 GT3. In zijn kielzog streden de 488 GT3 Evo's (GT3's van de allerjongste generatie, voor zover wij weten) van Oliver Plassmann and Axel Sartingen om het zilver. Plassmann won ternauwernood, maar de volgende dag waren de rollen omgedraaid: Sartingen en Plassmann voerden een kolonne van vijf 488 GT3 Evo's aan op de eerste vijf plekken.

De hoofdrolspelers in de HGPCA-races voor F1-auto's tot 1966 waren opnieuw Michael Gans en Will Nuthall. In zijn veel recentere Cooper T79 nam Gans beide keren al gauw de leiding over van de jonge Nuthall in de T53 van Giorgio Marchi, maar de uitkomst was verschillend. Op zaterdag hield de Amerikaan een voorsprong van drie seconden in stand tot aan de streep, maar op zondag hield de T79 er na acht ronden mee op. Dat schonk de zege aan Nuthall. Achter hen streden de Brabhams van Barry Cannell, Tim Child en Michel Kuiper om het overige eremetaal. De Nederlander leek op zaterdag de laatste podiumplaats te pakken, maar Cannell verschalkte hem in de laatste ronde. Op zondag werden de rollen omgedraaid: nu wist Kuiper luttele meters voor Child te blijven, om zo de tweede plaats achter Nuthall in de wacht te slepen. Eddie McGuire eiste in zijn Scarab beide klasseoverwinningen voor zich op voor auto's met de motor voorin.

ogp2022-thur-36

Bij de Formule Juniors was er geen houden aan Manfredo Rossi, wiens Lotus 22 twee keer rij uitliep naar zo'n vijf à zes seconden voorsprong op de Brabham BT6 van Roberto Tonelli. In een Lola Mk2 met de motor voorin verrichte Peter de la Roche wonderen door een vijfde en zesde plaats algemeen voor zich op te eisen. In diezelfde categorie finishte Floris-Jan Hekker twee keer als vierde in de klasse, in een Rayberg FJ die inmiddels de oudste auto van het veld is.

De wedstrijd van de Masters Sports Car Legends werd een eenvoudige prooi voor Steve Brooks en Martin O'Connell. In hun Lola T70 Mk3B stond Brooks aanvankelijk nog onder druk van Rossi in zijn Abarth Osella PA1, maar hij kreeg lucht toen de Italiaan naar binnen moest voor een drivethrough penalty – hij had zich tijdens de rollende start niet keurig aan de rangorde gehouden. Voor O'Connell was het vervolgens een kwestie van inkoppen. Rossi vocht zich wel terug naar een tweede plaats, ten koste van de Lola T210 van Frank Jacob en oud-IndyCar-coureur Arnd Meier.

ogp2022-fri-13

Net als de Masters Sports Car Legends leunde ook de Masters Gentlemen Drivers zwaar op de bijdrage van Duitse bodem: diverse deelnemers reden met dezelfde auto's bij zowel Masters als in de corresponderende FHR-serie. De Cobra van Leon Ebeling en Andy Newall trokken de zege naar zich toe, na praktisch de hele wedstrijd aan de leiding te hebben gelegen. Newall droeg daaraan bij met een been dat buiten de auto nog steeds door een brace wordt omzwachteld: de Brit maakte in zijn eigen achtertuin een ongelukkige buiteling met zijn motorfiets – waarmee nog maar eens bewezen is dat de thuisomgeving de gevaarlijkste omgeving voor de mens is. Bijna waren het twee Cobra's van Gotcha geworden, maar Frank Stippler had deze race voortdurend te veel haast. De Duitser reed ook de openingsstint in de E-type van Lucas Bscher, maar maakte een royale pikstart. Door de straf die daarvoor werd uitgedeeld, kwam de Jaguar niet meer in het spel voor. Daarna was Stippler vijf seconden te vroeg weg toen hij de Cobra van Vincent Kolb overnam. Ook dat kwam hem op een straf te staan. Even daarvoor vocht hij nog om de tweede plaats met de Cobra van Sam Hancock en Niko Ditting. Intussen reden John Spiers en Nigel Greensall hun TVR Griffith naar de derde plaats. Spiers moest al voortdurend naar de temperatuurmeter kijken, zodat het een wonder was dat Greensall ondanks de bijna oververhitte motor toch nog van P7 naar P3 wist te sturen.

Net als Masters leverde ook FHR vier grids aan het programma, al oogden die bij tijd en wijle wat bij elkaar geraapt. In de gecombineerde Can-Am & Sportscars en Group C Classic reden maar een handvol echte Can-Ams en Group C's mee, waarvan Marc Devis in zijn Spice SE90 twee keer de Lola T310 van Georg Hallau versloeg. De rest van het veld bestond uit breed assortiment van GT's en toerwagens uit vele decennia, op een manier die de YTCC van Randall Lawson nog een oase van overzichtelijkheid doet lijken!

ogp2022-sat-23

In de Dunlop Gentle Drivers kwamen de pre-66-auto's aan de start, ook hier weer in een grotere variatie dan in andere nationale kampioenschappen – maar zeker niet onaardig om te zien. Felix Haas versloeg twee keer Georg Hallau, beiden in een Lotus 23B. Mathias en Regis Devis reden in de door het Nederlandse Milestone Motorsport geprepareerde Shelby Mustang GT350 naar respectievelijk een achtste en zesde plaats, waarbij met name Regis zich onderscheidde door een Cobra en de andere Shelby Mustang van Manfredo Rossi voor te blijven.

Die auto's waren samen met GT en toerwagens uit het tijdperk '66-'81 ook welkom in de uursrace van de HTGT um die Dunlop Trophy. In het reusachtige veld, reed behalve de broers Devis, die daarin 22e werden, ook Bart Uiterwaal mee met zijn Mustang. Hij werd 40e, maar legde wel beslag op de klassewinst. De algemene overwinning ging naar Nick Salewsky, die in zijn Porsche 911 Carrera RS na 24 ronden de Ford GT40 van Michael Funke wist te passeren.

ogp2022-sat-44

Ook de uitnodigingsraces voor tweezitters tot 1961 stonden opnieuw op het programma, en de eerste daarvan sloot traditioneel de lange zaterdag af. De zon was al onder toen de race van start ging. Michael Gans nam aanvankelijk de leiding, maar toen zijn Lotus 15 het begaf, ging de zege naar vader en zoon Dirk en Leon Ebeling met hun Bizzarrini 5300 GT. Ook deze auto was geprepareerd door het Gotcha-team van Rhea Sautter. Wolfgang Friedrichs en zijn Britse preparateur Simon Hadfield werden op zaterdag nog derde, maar trokken op zondag de volle winst naar zich toe in hun Aston Martin DP214.

Uiteraard biedt de Oldtimer Grand Prix altijd royaal tijd aan de gouden tijden van het DRM en DTM, maar programmatechnisch kwamen beide klassen er deze keer bekaaid vanaf, met sessies aan het begin en einde van de dag. De Zakspeed Capri Turbo van Peter Mücke leek op zaterdag weg te lopen met de eerste DRM-race, maar de Groep 5-machine haalde het einde niet. Zo kregen de achtervolgende BMW M1 Procars van Michael Kammermann en Achim Heinrich de eerste twee plaatsen in handen. Later op de dag joeg Stefan Mücke de Capri met grote passen naar voren om nu wel dezelfde twee M1's te verslaan.

ogp2022-sun-5

In de DTM Classic Cup was dankzij Vink Motorsport een ruime Nederlandse delegatie vertegenwoordigd. De Nederlandse preparateur had drie Groep A E30 M3's meegenomen voor Leonard Batenburg, Fred Krab en Mark Verhaegh. Zij reden in race 1 naar de plaatsen 5, 12 en 14, waarna Krab zich de volgende ochtend verbeterde naar een zevende plaats. De zeges gingen naar de Ford Sierra RS500 van Stefan Mücke en de BMW M3 van Steffen Lykke Gregersen. Er deden dit jaar minder oude DTM-sterren mee, maar Roland Asch reed wel naar de snelste ronde in de Mercedes 190 Evo 2 van Markus Wüstefeld.

Het programma kende verder nog een regelmatigheidsrit voor vooroorlogse auto's, een parade van Skoda-auto's en de Graf Wolfgang Berghe von Trips Memorial, met daarin hoofdrollen voor de 'Sharknose'-herschepping van Jason Wright en de Lotus 21 van Jim Clark die destijds bij Von Trips' dodelijke ongeluk betrokken was. Een bijzonder programmaonderdeel was 35 minuten baantijd voor 300 gelukkige lezers van Motor Klassik. Meer hierover en andere gebeurtenissen achter de schermen in onze 'Groeten vanaf de Nürburgring' die later deze week verschijnt.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet