Retro diversen

Retro: Groeten uit Dearborn en Maranello

lm15-ford-vs-ferrari-10

De vete tussen Henry Ford II en Enzo Ferrari blijft tot de verbeelding spreken, ook vijftig jaar na dato. Waarschijnlijk komt dat doordat ze hun ruzie niet via accountants en juristen uitvochten, maar met raceauto's. Het strijdperk was Le Mans, de wapens het beste op prototypegebied dat Dearborn en Maranello konden produceren. Deze editie van de 24 Uur van Le Mans brengt de sportieve strijd tussen de twee grootmachten nog eens in herinnering met een speciale tentoonstelling over de hoogtijdagen 1964-1967. AUTOSPORT.NL ging kijken.

Tekst en foto's: Mattijs Diepraam

Er zijn inmiddels hele boeken over geschreven. Een film in de beste Hollywood-traditie zou ook niet misstaan – al zal het fameuze hoofdstuk uit het leven van Enzo Ferrari vast een grote rol spelen in de biopic van de Commendatore waarin Robert De Niro de hoofdrol gaat spelen. We zijn heel benieuwd wie dan de rol van Henry Ford II gaat vervullen, want dat kan vuurwerk worden. Net zoals het in het midden van de jaren zestig vuurwerk op de baan was. Want toen Ford uiteindelijk Ferrari toch niet kon overnemen, zinde Henry junior op wraak. Die moest in zijn zoetste vorm komen: Ferrari verslaan in de belangrijkste race ter wereld.

Wat was er gebeurd? In 1963 dacht Ford een klinkende naam aan zijn merkenportfolio toe te voegen. Niet zonder reden, want Henry had te horen gekregen dat Ferrari zijn bedrijf wilde verkopen. Was het een van Enzo's operette-acts? De keren dat de Italiaan rondbazuinde dat hij zich uit de autosport ging terugtrekken, zijn immers bijna niet te tellen. Even vaak kwam hij op zijn beslissing terug, meestal als hij zijn zin had gekregen.

Nee, schijnbaar niet, want Ford deed uitgebreid boekenonderzoek en stond op het punt om de deal af te ronden toen Ferrari eenzijdig de onderhandelingen afkapte. Het ging de Italiaan om één ding: hij wilde absolute zeggenschap houden over de renstal. Het was bijvoorbeeld ontoelaatbaar dat hij niet op Indianapolis zou mogen racen omdat Ford daar al reed. Ferrari zei nee, en het was menens.

lm15-ford-vs-ferrari-9

Twee eigengereide koppen stonden aan de basis van een legendarische titanenstrijd.

Het spreekt voor Henry Ford II dat hij ervoor koos om stijlvol zijn gram te halen: op het circuit. En zo werd de wereld getrakteerd op een duel tussen twee heel verschillende bedrijven. In de rode hoek: een specialistische sportauto- en raceautobouwer, de grootste naam in de autosportwereld. In de blauwe hoek: een massaproducent van auto's op de openbare weg, zo je wilt de grootste naam in de autowereld.

Om te slagen in zijn missie, kon Ford niet zelf aan het werk, zoals Ferrari zelf zijn raceauto's bouwde. Daar was het Amerikaanse bedrijf totaal niet op ingericht. Dus deed Ford wat vele grote fabrikanten sindsdien hebben gedaan: hij kocht een ontwerp (van Lola) en riep na de eerste aanloopproblemen de hulp in van een specialist (Carroll Shelby). Shelby had al wonderen verricht met de Cobra, de Cobra Daytona Coupé en de Mustang GT350, nu moest hij dat opnieuw doen met Lola's GT40.

lm15-ford-vs-ferrari-17

De rivaliteit inspireerde vele kunstenaars en kunstvormen...

De wraakactie kwam moeizaam op gang. In eerste instantie bleef Ferrari winnen, terwijl Ford worstelde met de kinderziektes van de eerste GT40, toen nog voorzien van de 4.2 V8 uit de Ford Fairlane. Ferrari was al sinds 1960 onverslaanbaar op Le Mans en in 1964 en '65 voegde het daar nog eens twee zeges aan toe: Nino Vaccarella en Jean Guichet wonnen in '64 met de 275P, Jochen Rindt en Masten Gregory maakten er in '65 zes op rij van met een 250 LM die was ingeschreven door de Noord-Amerikaanse Ferrari-importeur Luigi Chinetti.

De Ford Motor Company beet daarentegen in het stof. In 1964 kwamen Hill/McLaren, Ginther/Gregory en Attwood/Schlesser niet aan de finish, waarbij de auto van Attwood zelfs vlam vatte. Carroll Shelby verdedigde de eer van de Blue Oval doordat Dan Gurney en Bob Bondurant toch nog de vierde plaats en de GT-klassezege behaalden in Shelby's Cobra Daytona Coupé, aangedreven door de 4.7 V8 van Ford.

lm15-ford-vs-ferrari-5

lm15-ford-vs-ferrari-1

De Cobra Daytona Coupé waarmee Gurney en Bondurant voor Shelby én Ford vierde werden in 1964.

lm15-ford-vs-ferrari-2

lm15-ford-vs-ferrari-6

lm15-ford-vs-ferrari-4

Gurney en Bondurant bleven net de eerste privé-Ferrari voor: Lucien Bianchi en Jean Blaton werden in 1964 vijfde voor Ecurie Francorchamps, het team van de Belgische Ferrari-importeur Jacques Swaters. Deze 250 GTO is overigens een replica.

lm15-ford-vs-ferrari-7

lm15-ford-vs-ferrari-8

In 1965 won uiteindelijk een 275P voor Ferrari, maar Maranello vulde het podium met twee 330P's. Dit exemplaar werd ingeschreven door de Britse Ferrari-importeur Maranello Concessionaires, geleid door Ronnie Hoare, die alom bekendstond als 'The Coronel'. Graham Hill en Jo Bonnier finishten er tweede in.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet