Retro diversen

Retro: In memoriam Brian Hart 1936-2014

paddock zandvoort 1984

Afgelopen weekend overleed oud-coureur en motorenbouwer Brian Hart die vooral in de Formule 2 en toerwagens zijn sporen verdiende. Als motorenbouwer heeft Hart in de Formule 1 nooit echt kunnen doorbreken.

Tekst: Willem J. Staat
Foto's: Gerrie Hoekstra, Willem J. Staat

In memoriam Brian Hart 1936-2014
Afgelopen weekend overleed de fameuze Brian Hart die vooral bekend kreeg door zijn 2L Hart BDA motoren. Als motorenbouwer heeft Hart in de Formule 1 nooit echt kunnen doorbreken. Daarvoor was de concurrentie van BMW, Ferrari en later Mercedes gewoon te zwaar. De bij Havilland Aircraft opgeleide ingenieur kwam in 1958 al snel bij Cosworth terecht waar hij het vak leerde. In de zestiger jaren maakte Brian deel uit van het fabrieks Lotus F2 Team dat door Ron Harris gerund werd. En als coureur verdiende Hart in deze klasse zijn sporen. Hij reed met de unieke houten Protos F2 zelfs tijdens een F1 wedstrijd op de Nürburgring en behaalde met een F2 Brabham in 1969 zijn allerlaatste successen. Daarna concentreerde hij zich op de befaamde Cosworth FVA/BDA motoren. Ronnie Peterson en Mike Hailwood wonnen met deze motoren in 1971 en 1972 het FIA F2 kampioenschap. Toen de steun van Cosworth wegviel besloot Hart zijn eigen motoren te ontwikkelen.

De Hart F2 motoren beleefden eind zeventiger jaren zware concurrentie van de 2L Renault en BMW motoren. Hoe gek het ook klinkt maar Hart's grootste motorenrivaal op Paul Rosche (BMW) was tevens één van zijn beste vrienden. In die tijd zag je beide mannen tijdens een wedstrijdweekend gezellig bij elkaar staan kletsen of gezellig samen aan de wijn. Heden ten dage ondenkbaar.

1978 Boy Haye Chevron Hart B42 BDA
Boy Hayje in de Chevron-Hart F2

De komst van de Toleman Group naar de F2 betekende ook een doorbraak voor Brian Hart als motorenbouwer. In 1980 domineerden de Toleman Harts volledig het Europese F2 kampioenschap volledig.

1980 Rothengatter Zolder Toleman BDA
Huub Rothengatter in de paddock van Zolder 1980

Het betekende ook de doorbraak van Huub Rothengatter want die behaalde destijds op Zolder zijn eerste en enige F2 overwinning met een Toleman Hart. Brian Henton werd dat jaar met een Toleman Hart Europees F2 kampioen.

Toleman bezorgde Hart tevens de entree in de Formule door hem de opdracht te geven om een 1,5L Turbo F1 motor te bouwen. 1981 werd voor het Toleman team een jaar vol drama's van niet kwalificaties. Teo Fabi bezorgde Hart als motorenleverancier ooit nog eens pole op de Nürburgring, maar sponsor Benetton had het contract met BMW al getekend. Toen de FIA het motorenreglement terugschroefde naar 3,5L keerde Hart naar zijn oude werkgever Cosworth terug.


senna toleman

Een tweede plek van Ayrton Senna was het beste resultaat voor een Hart Turbo motor in het FIA F1 kampioenschap van 1984.

Begin negentiger jaren besloot Hart wederom zijn eigen motoren te gaan bouwen en een deal met het team van Eddie Jordan leek aan de horizon. Maar zoals zo vaak in de F1, werd Hart gepiepeld, want Jordan had al een contract met Peugeot als motorenleverancier getekend. Later maakte men bij Arrows gebruik van de Hart V8 motoren. Toen Tom Walkinshaw in 1999 Brian Hart Ltd overnam werd Hart voor de tweede maal gepiepeld en vertrekt voor goed naar Frankrijk. De racerij was definitief een gepasseerd station geworden.
De legendarische 2L Hart BDA en FVA motoren zijn de enorme erfenis die Hart voor altijd heeft achtergelaten. De F1 slangenkuil deed zijn goede reputatie jammer genoeg geen eer aan.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet