Columns

De minuut van Huub: Autoracen, dat kan je leren

Ik vertel het verhaal van de cursist waar ik met afstand het meest trots op ben. Hij is groot en rozenkweker. Eigenlijk zo groot dat hij niet normaal in een BMW 325 (E30) past. En met van die grote handen waardoor het stuur ineens zo klein lijkt. Achteraf bleek hij gespecialiseerd te zijn in de ontwikkeling van nieuwe soorten rozen en dat vraagt een groot inzicht in minuscuul kleine dingen en veel gevoel voor nuance.

Na een aantal cursusmiddagen overwoog ik om naar hem toe te gaan en te vragen of hij het naar zijn zin had. Als het antwoord zou zijn: “Nou, ik weet niet of dit iets voor mij is”, dan had ik geantwoord: “Maakt niet uit. Loop even bij Dick langs voor wat geld terug en ga andere dingen doen.” Ik ging naar hem toe en stelde de vraag. Het antwoord was onverwacht: “Huub, ik vind dit zo machtig.” Sta ik daar met m’n bek vol tanden. Oké, doorgaan dan maar.
Tegen het eind van de cursus kwamen instructeurs naar mij toe. “Huub, die grote (of zeiden ze die ouwe?), die gaat ineens goed rijden.” Dat had ik ook al gezien. Komt hij naar me toe en vraagt: “Huub, als ik nou op ga voor het licentieexamen, denk je dan dat ik slaag?” Mijn antwoord: “Als je zo rijdt als nu, dan is het een formaliteit.” Examen gedaan en makkelijk geslaagd.

Een half jaar later kom ik hem tegen, big smile, het teken van een nieuw plan. “Huub, als ik nou eens zo’n wedstrijdje mee zou doen, denk je dat ik dan helemaal achteraan rijd?”
“Nee, dat niet. Ergens in het midden van de tweede helft of zo.” Dat was goed genoeg, vond hij.

Zo gedaan en Huib Olij reed zijn races. Hij kocht een grotere wagen, ging naar een hogere klasse en genoot. Nog een stapje hoger, tot hij bij de grote jongens in de grote toerwagens
terechtkwam. En ook daar, stapje voor stapje, ging hij van het achterveld naar het middenveld.

Bij de start van een van de races op Zandvoort was er tumult aan de kop. Auto’s raakten elkaar, anderen moesten inhouden. Huib hield gas, want bang zijn is hem onbekend. Hij reed door naar de kop van het veld en reed zo rechtdoor de grindbak in. Komt hij kort daarna naar me toe. Of ik het heb gezien? “Ja, je reed zo de grindbak in”, zei ik. “Ik reed aan kop Huub!!!”, reageerde hij. “Toen was ik zo vol met emotie dat ik niets meer kon en ben ik maar de grindbak in gereden. Maar daar gaat het niet om, ik reed aan kop!!!”
Huib was extra gemotiveerd en ging door. Hij zat vaak vlak achter de kop, en de kop was sterk in die tijd. Wel een stuk of acht internationals. En toen kwam het: een race in Zolder voor het NK. Huib had zijn dag en de auto was top. Huib won na een harde strijd zijn eerste race. De foto van het podium gebruik ik nog steeds: in het midden Huib Olij, rechts van hem Cor Euser, links van hem Peter Kox. Ik gebruik hem op de cursus als er mensen zijn die denken dat ze het misschien niet kunnen leren. Dan zeg ik: “Deze man wilde ik eigenlijk naar huis sturen, blijkt hij een supertalent te zijn van in de vijftig.”

De wijze les is dat je het van buiten niet kan zien, dat je geen vijftien hoeft te zijn of kartkampioen om heel goed te worden (al helpt dat vaak wel). Huib was ons ook steeds een voorbeeld van raceplezier - “Machtig Huub, dat rijden op het circuit”, hoor ik hem nog zeggen. In die tijd was er de concurrentie van DNRT met de NAV. Rijders mochten bij de DNRT beginnen, maar als ze dan een keer bij de NAV hadden gereden mochten zij niet meer terug. Ook niet een keertje. Althans, dat was het voorstel. Wij verdedigden ons bij de KNAF, die de structuur moest regelen: als iemand als Huib Olij weer naar de ZomerAvondCompetitie zou komen met de vraag: “Huub, mag ik weer een keertje meedoen?”, dan zouden wij hem nooit weigeren. En dat was begrijpelijke taal en ook voor iedereen acceptabel. Huib is een norm geworden voor genieten van autoracen.

Huib Olij, bij deze nogmaals: je bent een kanjer. Natuurlijk zijn wij trots op Tim en Tom Coronel, Junior Strous, Jan Joris Verheul, Stefan de Groot en de vele anderen. Maar de
relatieve kampioen, dat ben jij.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet