Columns

DNRT: Column: De minuut van Huub: Autosport en competitie

We weten allemaal hoe het is; je hebt Formule 1 en de rest is eigenlijk allemaal tobben. Er is maar een doel en dat is proberen in de F1 te komen. Haal je dat niet dan heb je gefaald. Als racer ben je dan een loser.

huub_simca_racing_team

Ik weet dat want heel stiekem, zonder dat tegen anderen te zeggen heb ik ook ooit gehoopt dat ik in de F1 terecht zou komen. En ik was een van de vele miljoenen. Die het hebben geprobeerd en niet gehaald. Allemaal losers? Ik weet het niet. We hebben het tenminste geprobeerd. De mensen die zo veel kritiek op anderen hebben zijn meestal de mensen die nooit iets doen, dus ook nooit falen. Die mensen weten alles beter. En dan vooral nog achteraf. De vraag komt dan op of autosport wel leuk is om te doen zonder kans op F1. Laten we duidelijk zijn. Niemand komt in de F1. Jan Lammers was er, Jos Verstappen, Christijan Albers, allemaal rijders die er toch zijn gekomen. Rijders van grote klasse, maar niet bij de topteams. Maar het is prachtig om te zien hoe die mensen strijden om er te komen. Zijn ze dan minder dan de andere rijders in F1? Daar gaat het niet alleen om in de F1. Wordt de beste man minister-president? Het is ook politiek. Dat leggen we nog wel een keer uit.

Terug naar het plezier in de sport. Mijn tijd begon 40 jaar geleden met het volgen van de Wintercursus bij de Rensportschool van Rob Slotemaker. Op mijn 22e. Achteraf bleek dat al veel te laat te zijn, maar toen vonden we dat heel vroeg. Ik had daarvoor al behoorlijk gesport op straat met een Fiat 500 bestel (Giardiniera ofwel tuinmansauto) en een Renault R4. Beide machtige auto’s voor de duidelijkheid. En veel beter dan de fiets en de brommer. Sneller en waterdicht. Maar de cursus deed ik in mijn Simca 900 (Is Simca 1000 in eenvoudigste uitvoering). Na de Fiat en R4 was dat een scheurijzer van grote klasse. Als die auto’s nog beschikbaar zouden zijn zouden wij geen moment aarzelen er een klasse voor te maken. Motor achterin (net als bij Porsche) en aandrijving op de achterwielen. Driften konden die Simca’s, machtig. De achterveren werden met een winding ingekort en dat was het. Rijden maar en het werkte. Mijn eerste race reed ik in de toerwagenklasse tot 1000 cc. Ik werd 23e van een veld van ca 35 wagens. Het is altijd mijn mooiste race gebleven. Wat een spanning, wat machtig om te doen. Wel werd ik 2 X gelapt door Ed Swart en Appie Goedemans. Logisch want die reden met Fiat Abarth fabriekswagens. Het maakte allemaal niet uit, rijden in de Simca was fantastisch. Vraag het ook Jan Lammers, Hans Deen, mijn broers Jim en Loek en vele anderen.

Maar nu komt het. Die Simca had 50 pk. Een Suzuki Alto heeft op dit moment al 63 pk, maar daar zien ze je al mee aankomen op het circuit. Vroeger ging ik met mijn ouders bij gelegenheden wel eens eten bij Sauer in Den Haag (ik ben Hagenees, dus). Fantastisch restaurant, maar aan mij niet besteed. Ik vond patat ook heel erg lekker, vooral als ik erg veel honger had. Dus wachten tot je veel honger hebt en dat bespaart enorm veel kosten. Wat ik wil zeggen is dat we ons laten verwennen met fantastische auto’s en dan de rest minderwaardig vinden. Maar die fantastische auto’s kunnen we niet betalen en daarom rijden we maar beter helemaal niet. Kijk, daar doe je jezelf vreselijk mee tekort. Er was niets mis met die Simca 1000 en dat zou het nu nog niet zijn. Er is ook niets mis met een Volvo 360 Geen Modena (125 pk), een BMW E30 (170 pk), een Unipart Seat Ibiza TDI (145 pk). Het gaat niet alleen om het vermogen. Het gaat ook om de moeilijkheidsgraad. Dat Simcaatje reed op straatbanden. Clebert Colombe V10, de beste straatband voordat er Toyo’s waren. Maar op snelheid had je je handen vol. Een snelle ronde zonder fouten was altijd schaars. Hoe beter de banden hoe minder de lol.

En dan is er natuurlijk de competitie. Ik was altijd een wedstrijdbeest. Maakte niet uit waarin of waarmee. “wedstrijdje?” en dan ging je weer. Ook wedstrijdjes die je eigenlijk niet kon winnen. Toch doen, want het gaat niet om het winnen maar om de competitie. Waarom denken we anders dat er in de Volvo klasse meer dan 80 auto’s staan? De competitie is machtig en de kosten zijn laag. Dat geldt ook voor de E30 met bijna 100 auto’s. Is het te min voor je? Ga dan lekker kritiek leveren op anderen. Jan Lammers en Cor Euser reden een gastenwedstrijd in de Volvo’s. Beiden hadden een machtige race en konden slechts nipt winnen van de specialisten in de klasse. Als het voor hun niet te min is, voor wie dan wel?

Een ander voorbeeld. Ik heb een aantal vrienden die hebben verstand van wijn. Cursus gevolgd en zo, slokje nemen, moeilijk kijken en er mankeert altijd wat aan. Ik vind wijn ook lekker, maar voor mij is het al gouw goed. Mijn favoriet is Cotes de Ventoux van ca € 3.00, altijd goed. Willen ze mij uitleggen hoe dat werkt met die wijn en waar het bijzondere in zit. Maar ik wil dat niet weten. Hun wijn kost ten minste het 10-voudige en er mankeert altijd wat aan. Die van mij kost weinig en is altijd goed. Laten we het zo houden svp. Ja, ik wil het nog wel eens uitleggen. Maar de “kenners” stellen daar geen prijs op. Blijf ik liever barbaar. Vergelijk het met auto’s en er zijn mensen die alles onder een Porsche GT3 te min vinden. Natuurlijk is dat een fantastische auto. Maar het plezier is niet 50 X zo groot. Misschien nog niet eens 2 X. Maar de kosten zijn wel 50 tot 100 X zo hoog. Blijf je gewoon dan vind je Patat, Cotes de Ventoux en Volvo’s heel erg lekker.

huub_albers_f1

Heb je wel eens in een F1 gereden wordt wel eens gevraagd op een verjaardag. Nee, dat niet. Oh dus dan ben je eigenlijk niet heel goed. Nee, dat ben ik niet, maar ik kan daar toch goed mee leven. Ik zeg er niet bij dat ik vreselijk hard op mijn bek ben gegaan op mijn weg naar de top. Dat wordt dan weer uitgelegd als loser. Je hebt dus gefaald. Okay, maar ik heb het wel geprobeerd. Ik heb machtig veel respect voor Tom Coronel. Op zijn top was hij beter dan Ralf Schumacher, maar hij is geen Duitser, dus einde verhaal. Hij was op zeker een Senna geworden in de F1, omdat niemand zo snel dingen kan aanleren en zich aanpassen als Tom. Ik heb aan zijn ontwikkeling mijn (beperkte) bijdrage geleverd, zoals ik dat nu weer zou doen. Geen moment had Tom of ik het gevoel gefaald te hebben. Let wel het was een strijd zonder middelen. Zijn basis kwaliteit kwam voort uit het keihard trainen met oude Opel Kadetjes en Asconatjes. Wij zijn wel heel ver gekomen en we beginnen gewoon weer opnieuw. Tommy rijdt ook regelmatig mee in de Seat’s en BMW Compacts en gaat daar vol voor. Niet om te winnen maar voor de competitie. Het is een groot sportman, daarom. Genieten doe ik nu al weer van Junior Strous. Op zijn 17de, toen Tom net begon en ikzelf pas 5 jaar later, op z’n 17e dus, had Junior al bijna 50 wedstrijden gewonnen! Nu doet hij internationaal Formule renault en hoort bij de besten. Soms maakt hij ook nog fouten. Dat is helemaal perfect want dan kan hij zich nog verder verbeteren. Of hij ooit in de F1 komt.... Je weet het nooit, maar hij heeft wel veel kans. Althans zo schat ik dat in. En dit zijn dingen die kan je niet uitrekenen. Die moet je inschatten. In rekenen blonk ik nooit uit maar in inschatten wel. En als we het niet halen.... DAN HEBBEN WE HET WEL GEPROBEERD!

Mijn eigen racetijd is nog niet helemaal om. Regelmatig doe ik nog een partijtjes mee. Als je weer rijdt is het nog steeds machtig om te doen. Dat gaat ook nog wel even blijven. Meer tijd gaat er zitten in het ontwikkelen van nog meer autosport. In de komende 5 jaar moet de stichting DNRT nog 9 nieuwe klassen van de grond brengen. Met weinig overlap, ofwel van alles wat. Alle klassen met relatief lage kosten. Want er moeten veel mensen in iedere klasse gaan rijden. Dan hebben we ook veel competitie. Of we dat gaan redden is de vraag. Maar in ieder geval gaan we er voor. We denken dat het kan. Lukt het niet dan hebben we het in ieder geval geprobeerd. Wie daar hetzelfde over denkt en een bijdrage aan wil leveren is welkom. huub.vermeulen@rsz.nl of mailto:ria.waterreus @12move.nl .

Koop voor je reageert eerst een flesje Cotes de Ventoux en laat me weten of je die lekker vind. Dan weet ik al weer heel veel over je.

Huub Vermeulen
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet