Formule 1

Formule 1: Oud-teammanager en Spirit-oprichter John Wickham overleden

wickham-johansson-boutsen

John Wickham, die bij de F1-teams van Footwork en Renault de rol van teammanager vervulde en ook zijn eigen team Spirit naar de Formule 1 bracht, is overleden aan de neuromusculaire aandoening waaraan hij al langer leed. Ook buiten de Formule 1 leidde Wickham vele teams, waaronder Bentley op Le Mans en Audi in het BTCC. Daarnaast had hij vijf jaar lang de operationele leiding over het A1GP-circus. Wickham (rechts op de foto boven) is 73 jaar oud geworden.

Tekst: Mattijs Diepraam
Foto's: Willem J. Staat & Mattijs Diepraam

Wickham werd al langere tijd in een Brits verpleeghuis verzorgd, na de rappe progressie van de spierziekte waarmee hij in 2019 werd gediagnosticeerd. In 2020 kon hij nog interviews geven waarin hij terugkeek op zijn rijke en zeer gevarieerde carrière in de autosport, onder meer aan het tijdschrift Motor Sport, daarna verslechterde zijn toestand snel.

De Brit zette zijn eerste schreden in de autosport in 1972. In eerste instantie deed hij als organisator bij de BARC, een van de grote Britse autosportclubs. Al snel vroeg John Surtees of Wickham diens F2-team wilde leiden, met onder meer Mike Hailwood en Jochen Mass in de gelederen, een opdracht die hij volbracht tot het moment dat Surtees later besloot om toch geen fabrieksteam in de Formule 2 te beginnen. Wickham keerde aanvankelijk terug bij de BARC om vervolgens opnieuw door een F2-team te worden weggelokt. Eind 1978 vroeg Robin Herd hem om teammanager te worden bij March. Dat leidde tot vele F2-successen met onder meer Teo Fabi, Thierry Boutsen en Marc Surer.
  boutsen-spirit

Begin jaren tachtig besloot Wickham om samen met oud-McLaren-ontwerper Gordon Coppuck een eigen F2-team te beginnen. Ze gaven het de naam Spirit. Wickham en Coppuck haalden als coureur Boutsen erbij, met de beloftevolle Stefan Johansson als teamgenoot van de Belg. In 1982 won Boutsen drie F2-races en de Belg werd daarmee derde in het kampioenschap.

Intussen vorderde de samenwerking met Honda voor een promotie naar de Formule 1. De zich snel ontwikkelende Johansson kreeg de eer om de Spirit-Honda 201C – een opgewaardeerd F2-ontwerp – in de F1 te debuteren, maar Honda lichtte al snel zijn hielen naar Williams, zodat Spirit zijn eerste echte F1-auto moest uitrusten met Hart-motoren. De financiering voor een deal met Emerson Fittipaldi kwam niet door en ook de gefortuneerde Italiaan Fulvio Ballabio haakte af. Met een schamel budget – voornamelijk van kledingmerk Australian, een kleine bijdrage van Marlboro en wat losse sponsordeals – worstelde Spirit zich door het seizoen 1984, eerst met Mauro Baldi, daarna met onze eigen Huub Rothengatter in een verder maagdelijk witte Spirit-Hart 101 die de Nederlander nog op de zaterdagavond speciaal voor zijn thuiswedstrijd oranje had laten spuiten. Voor 50.000 dollar per race mocht de Nederlander proberen om zijn Italiaanse voorganger te doen vergeten.
  johansson-spirit

Al na drie races in het volgende seizoen – nu opnieuw met Baldi – gooide Wickham de handdoek in de ring: hij verkocht zijn Pirelli-bandencontract door aan Toleman en verliet de Formule 1. Vervolgens ging hij in 1986 aan de slag als teammanager voor RAS Sport, het Zweedse team dat met Volvo's in het ETCC reed. Een jaar later vervulde hij diezelfde rol voor TOM'S GB in Group C en de Formule 3.

Na een mislukte poging om met Spirit terug te keren in de Formule 3000 werd Wickham in 1989 teammanager van het Footwork-team in datzelfde kampioenschap. Toen Footwork het jaar erop Arrows overnam, ging Wickham mee naar de Formule 1: eerst als operationeel directeur, maar na het Porsche-fiasco nam hij het teammanagerschap van Alan Rees over.
  ras-volvo

Wickham bleef tot 1995 bij Footwork/Arrows, maar koos toen voor een nieuw avontuur: het BTCC met Audi UK. De Britse Audi-importeur had daarvoor Apex ingeschakeld, het nieuwe team van voormalig Group C-teambaas Richard Lloyd. Het werd een groot succes: Frank Biela werd in 1996 meteen al kampioen. Toen Audi vervolgens Le Mans in het vizier kreeg en ook een Brits team wilde inschrijven, schoof Wickham door met het Apex-team van Lloyd. Toen de Audi UK-bijdrage werd omgedoopt in Bentley, leidde Wickham in 2003 het Bentley-team naar een glorieuze overwinning. In de tussentijd had hij ook nog het team van Stefan Johansson geholpen in de ALMS.

Een jaar later trok de A1GP-organisatie aan de bel. Dat kon doordat Wickham na Bentley kortstondig bij Zytek aan de slag was gegaan – en Zytek leverde ook de motoren voor de eerste generatie A1GP-auto's. Wickham was vervolgens vijf jaar lang operationeel directeur van de klasse, totdat die ten onder ging.
  sc19-fri-27

Ook al naderde hij rap de pensioenleeftijd, Wickham wist niet van ophouden en raakte zelfs weer betrokken bij de Formule 1. Eerst was hij consultant voor HRT, maar snel daarna nam Lotus Renault GP hem in dienst. Daar werkte hij in 2011 als teammanager. Een jaar later maakte hij echter alweer een switch, nu door in zee te gaan met Nigerian Racing Eagle, het Afrikaanse autosportinitiatief dat nooit van de grond kwam.

Voor zijn laatste kunstje maakte hij een verstandiger beslissing: hij koos voor het management van de GT3-activiteiten van oude liefde Bentley. In 2014 en '15 was hij teammanager bij M-Sport, het fabrieksteam dat de Continental GT3 op de baan bracht in de toenmalige Blancpain GT Series. Daarna deed hij hetzelfde bij het Bentley-team Parker in British GT, totdat in 2018 de eerste verschijnselen van zijn ziekte zich openbaarden.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet