Retro

Retro: F1- en sportwagenlegende Tony Brooks overleden op 90-jarige leeftijd

astonmartin-dbr1-goodwood2012

De laatste der Mohikanen is ons ontvallen. Tony Brooks, 'de racende tandarts', was de laatste nog levende Grand Prix-winnaar van de jaren vijftig, maar is vandaag op 90-jarige leeftijd overleden. Net als zijn tijd- en teamgenoot Stirling Moss werd hij nooit wereldkampioen, maar Brooks deelde wel met Moss de Vanwall die als eerste Britse auto een WK-race won. In zijn slechts 38 GP-starts reed hij naar zes overwinningen, niet alleen voor Vanwall, maar ook voor Ferrari. Ook met Moss – die Brooks een van de allerbesten noemde – bezorgde hij Aston Martin eer en glorie in de sportwagens.

Tekst en foto: Mattijs Diepraam

Als zoon van een kaakchirurg was het logisch dat ook Brooks de tandartsopleiding ging volgen. In de tussentijd begon hij op clubniveau te racen met onder meer een Austin Healey en een Frazer Nash, waarna hij zich ook verdienstelijk maakte in de Formule 2. Binnen twee jaar reed hij voor Aston Martin, waarna hij in 1955 zijn F1-debuut maakte in de GP van Syracuse op Sicilië, een race die niet voor het WK meetelde, maar die hij in zijn Connaught meteen wist te winnen – nog steeds terwijl hij zijn opleiding tot tandarts volgde.

Na die eerste GP-overwinning voor een Britse auto sinds de GP van San Sebastian in 1924 en een eerste seizoen in Formule 1 voor BRM zette Brooks twee jaar later nog een primeur op zijn naam. Samen met Stirling Moss, die zijn auto tijdens de race overnam, won hij voor Vanwall de Britse GP van 1957 op Aintree. In het wereldkampioenschap, dat sinds 1950 bestond, was dat de eerste keer dat een Britse auto winnend over de streep kwam.

In 1958 schreef Brooks drie GP's op zijn naam, als tweede man achter Moss – en niet op de minste circuits: Spa, de Nürburgring en Monza. Zijn zege op de Nürburgring, waarbij hij de Ferrari's van Mike Hawthorn en Peter Collins achter zich liet, beschouwde hij later als zijn grootste overwinning. Collins zou dodelijk verongelukken in zijn achtervolging op Brooks. Achter Hawthorn en Moss eindigde Brooks als derde in de eindstand van 1958.

Het volgende seizoen stapte hij over naar Ferrari, waar hij het met de 246 Dino opnam tegen Jack Brabham in diens revolutionaire wendbare Cooper met middenmotor. In de laatste auto met de motor voorin die nog GP's zou winnen, werd Brooks dat jaar tweede achter Brabham. Het jaar erop reed hij zelf in zo'n Cooper, in het privéteam van de vader van Stirling Moss, British Racing Partnership, dat werd gesponsord door Yeoman Credit, maar de auto's met middenmotor zouden de oude stilist minder bevallen. Er volgde nog een seizoen voor BRM, waar hij zijn F1-carrière op het podium eindigde.

In de sportwagens was Brooks minstens zo vaardig, vooral op de echte rijderscircuits. Zeker met de Aston Martin DBR1 reeg hij de successen aaneen, vooral in 1957 toen hij op Spa en de Nürburgring won. In de sportwagens van Ferrari was hij minder succesvol.

Nadat hij een streep achter zijn carrière had gezet, werd hij autodealer in Surrey. In later tijden keerde hij terug op de circuits, vooral op Goodwood, waar hij een graag geziene gast tijdens demonstratieritten was. 'Jim Clark en Tony Brooks', zei Stirling Moss altijd op de vraag wie hij als teamgenoten zou kiezen in zijn droomteam. Dat team bevindt zich nu geheel in de autosporthemel.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet