Retro

Retro: Nat maar succesvol 30-jarig jubileum van de Silverstone Classic

Senten-Images210730 26R3506

Het weer zat flink tegen, maar dat heeft Britten nooit tegengehouden om er een feestje van te maken. De 30e editie van de Silverstone Classic – tegenwoordig liefkozend kortweg The Classic genoemd – was na de Britse GP het tweede grote autosportevenement zonder enige coronarestricties en dat plezier lieten de deelnemers, teams en bezoekers zich niet ontzeggen. Het was op het circuit dus echt als vanouds, al ontbrak grotendeels de buitenlandse bijdrage – want de grenzen met het Verenigd Koninkrijk zitten juist nog behoorlijk dichtgetimmerd. Karsten Le Blanc en Christiaen van Lanschot waren de enige Nederlandse deelnemers.

Tekst: Mattijs Diepraam
Foto's: Carlo Senten

In deze 'splendid isolation' (waar hebben we dat eerder gehoord?) van de Britse eilanden konden de Britten desondanks genoeg eigen materiaal laten aanrollen, want 90% van de historische autosport komt immers van Britse bodem. Op The Classic kwam van dat aandeel weer 90% bij elkaar, want het grote zomerevenement is de enige afspraak op de kalender waarin alle grote Britse organisaties bij elkaar komen voor één gezamenlijk raceweekend: de HSCC als organisator, maar ook Masters Historic Racing, Motor Racing Legends, de Historic Grand Prix Car Association en de Formula Junior Association. Bij elkaar verzorgden ze ruim 25 races in een uitpuilend programma waarin ook nog tijd was voor demo's – bijvoorbeeld van Damon Hill in zijn WK-auto, de Williams FW18 – en rondjes voor de vele aanwezige autoclubs.
  Senten-Images210801 26R7058

Zoals altijd was de hoofdrol in het middagprogramma weggelegd voor Masters Historic Formula One, waarvan beide races nu de Murray Walker Memorial Trophy waren gedoopt. Michael Lyons, die op het laatst als vervanger van Johnny Herbert werd ingeroepen, won in de stromende regen beide races in de Ensign N180B die – uniek! – op de baan werd gebracht door docenten en studenten van de University of Bolton. Twee keer reed Lyons beheerst weg van zijn naaste belager Mike Cantillon (Williams FW07C), die op zondag tot de voorlaatste ronde moest wachten om zijn titelrivaal Steve Hartley (McLaren MP4/1) te passeren.

Meer Grand Prix-auto's verschenen aan de start in beide races van de Historic Grand Prix Car Association. De race van zaterdag werd een duel tussen Sam Wilson (Lotus 18) en Will Nuthall (Cooper T53), waarbij Wilson net de sterkste bleek. Ze werden daarbij geholpen door Andrew Haddon, die met zijn Scarab uit de pits moest starten nadat de Offenhauser op de dummy grid opeens iets te veel hitte begon te verzamelen. Ondanks een fenomenale opmars door het veld reikte Haddon niet verder dan de vierde plaats. Een dag later corrigeerde Haddon dat door te triomferen, vóór de Cooper T53's van Rüdi Friedrichs en Justin Maeers.
  Senten-Images210731 JBS9170

Vooral de eerste HSCC Historic Formula 2-race was het aankijken meer dan waard, want Matt Wrigley (March 782), Andy Smith (March 742), Miles Griffiths (Ralt RT1) en Matthew Watts (March 782) vochten om elke millimeter. De eerstgenoemde won nipt, maar moest de volgende dag Smith vijf seconden laten voorgaan.

Twee Brabham BT2's streden in de Historic Formula Junior-races om de eer, waarbij eentje met Nederlandse wortels: Cameron Jackson bestuurde immers de auto van Klaas Twisk (in Engeland beter bekend als 'Jimmy' Twisk) en diens Tulip Stable. In de openingsrace van het weekend moest Jackson nog Richard Bradley voorlaten in die andere BT2, maar op zondagochtend was de 'Nederlandse' Brabham de sterkste.
  Senten-Images210731 26R5722

De Masters Endurance Legends produceerden twee fraaie races voor de Le Mans-prototypes en GT's van 1995 tot 2016. In de Lola-Mazda B12/60 van Steve Tandy verrichtte Rob Wheldon op zaterdag wonderen door niet alleen de machtige Peugeot 908'en voor te blijven, maar met 1.45.227 ook nog eens de snelste ronde in de geschiedenis van de hele Classic te noteren. Tandy startte op zondag zelf in zijn Lola, maar viel al gauw uit. Vooraan vochten Shaun Lynn en François Perrodo het uit in hun Peugeots, waarbij de Franse WEC-amateur aan het langste eind trok. In diens Porsche RS Spyder – het paars-witte exemplaar waarmee Jos Verstappen, Jeroen Bleekemolen en Peter van Merksteijn in 2008 de LMP2-klasse op Le Mans wonnen – reed Emmanuel Collard naar een dubbele zege in de LMP2.

Motor Racing Legends sloot de zaterdagavond af met de gecombineerde Stirling Moss Trophy en RAC Woodcote Trophy, en daarin was geen kruid gewassen tegen Martin O'Connell in zijn Lotus 11. Roger Wills leidde aanvankelijk in de Lotus 15, maar O'Connell kon het beste overweg met het glibberige wegdek. Op de derde plaats wonnen Chris Ward en Andrew Smith het onderlinge Lister-duel met Alex Brundle en Gary Pearson, terwijl Gregor Fisken en Martin Stretton (HWM-Jaguar) een net zo spannende strijd met Fred Wakeman en Patrick Blakeney-Edwards (Frazer Nash TT Replica) om de Stirling Moss Trophy ternauwernood winnend afsloten.
  Senten-Images210731 26R6423

Het hardst regende het tijdens de Yokohama Trophy voor Masters Historic Sports Cars – zozeer zelfs dat er vanwege de rivieren over het circuit 20 minuten moest worden gepauzeerd. WEC- en ELMS-coureur Alex Brundle reed in de Lola T70 Mk3B van Pearsons Engineering naar de overwinning in de ingekorte wedstrijd. Twee T70's volgden: die van Olly Bryant en van Chris Beighton/Simon Hadfield.

Het zwaarste sportwagengeschut kwam aan de start in de HSCC Thundersports-race. Voor Dean Forward (McLaren M8F) en Calum Lockie (March 717) was het extra hard werken om hun CanAm-monsters op de natte baan in het gareel te houden – wat Forward uiteindelijk ook niet meer lukte – waarna Tony Sinclair in de veel wendbaardere Lola T292 bij de pitstops het initiatief nam, intussen strijdend met Kevin Cooke in diens March 75S. Lockie kwam aan het slot sterk terug, maar wist alleen nog Cooke te verschalken. Sinclair bleef de dikke March met drie tienden voor...
  Senten-Images210730 26R3400

De International Trophy voor GT's tot 1966 (in andere weekenden bekend als de Masters Gentlemen Drivers) werd een boeiend gevecht tussen de Shelby Cobra Daytona Coupé van Julian Thomas en Calum Lockie en de reguliere AC Cobra van Olly Bryant. De laatste deed wat hij kon, maar had in de slotfase geen antwoord op Lockie.

Het was een prettige beloning voor Thomas en Lockie, want eerder in de Transatlantic Trophy voor toerwagens tot 1966 (ofwel de Masters Pre-66 Touring Cars) werd hun Ford Falcon van de baan gekegeld door Steve Soper. Die carambolage gaf Craig Davies in zijn Ford Mustang nét het gaatje dat genoeg was voor de overwinning. Die eer kwam hem toe, want in de vorige Classic van 2019 was Davies sportief tot op het bot door Jake Hill de zege te gunnen nadat hij zijn rivaal door een remfout van de baan had getikt en schade had berokkend. Davies liet de gehavende Mustang van Hill daarna voor en verdedigde zelfs diens positie tegen Andy Wolfe, die op de derde plaats steeds dichterbij kwam.
  Senten-Images210731 26R5650

Ook in het MRL-pakket: de Adrian Flux Trophy voor de Historic Touring Car Challenge. Daarin ging de overwinning naar de Ford Sierra Cosworth RS500 van Mark Wright en Dave Coyne, met ruime voorsprong op de Capri van Steve Dance en de Cosworth RS500 van Steve Soper en Craig Davies.

De twee races van de Mini Classic Challenge zorgden voor wellicht het grootste vermaak. Bill Sollis en Nathan Heathcote streden op zaterdag op het scherpst van de snede, met Sollis als winnaar, maar Heathcote sloeg op zondag terug, waarbij Endaf Owens zijn grootste rivaal bleek.
  Senten-Images210801 26R8247

Bij MRL gaven ook de alleroudsten acte de présence in de Pre-War BRDC 500, en hier wisten Wakeman en Blakeney-Edwards wel een Frazer Nash naar de zege te sturen. De Amerikaan en zijn Britse preparateur finishten ruim voor de Talbot AV105 van Michael Birch en de Bentley 3/4½ van Clive Morley. Zo'n zelfde royale voorsprong boekte Jon Minshaw in de 60th Anniversary E-type Challenge, waarin 43 E-types aan de start verschenen. Ben Mitchell werd tweede, kort daarop gevolgd door Danny Winstanley.

Als aparte organisator was Historic Motor Racing News deze keer niet aanwezig – uitgeefster Carol Spagg kon vanuit Zwitserland ook niet naar het VK afreizen – waardoor de U2TC-klasse aan het programma ontbrak. Een andere HMRN-klasse was gelukkig wel van de partij, omdat de zorg daarvan in handen was gegeven aan Motor Racing Legends. Het was niet de minste klasse, want de race voor de pre-63 GT's kreeg de felbegeerde titel van RAC TT toebedeeld. De wedstrijd zelf was bovendien ook het aanzien meer dan waard: Lukas Halusa sleurde de Ferrari 250 GT Breadvan naar een nipte overwinning, ten koste van de E-types van James Cottingham/Harvey Stanley en Gregor Fisken/Chris Ward. In deze race ook de enige Nederlandse deelname: de in Londen gevestigde Karsten Le Blanc en Christiaen van Lanschot kwamen aan de start in hun oude getrouwde Austin Healey 3000 'DD 300', maar wisten slechts zeven ronden vol te maken.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet